Dans als intellectueel protest; Jan Linkens chefchoreograaf bij het Berlijnse Tanztheater

Danser/choreograaf Jan Linkens (35) neemt vandaag afscheid van Het Nationale Ballet waaraan hij sinds 1977 verbonden is. Hij gaat samen met Marc Jonkers, dansprogrammeur van het Holland Festival, leiding geven aan het Tanztheater der Komischen Oper in het voormalige Oost-Berlijn.

Dat de zogenaamde 'workshop' van Het Nationale Ballet - een informeel platform binnen het gezelschap waarop dansers jaarlijks hun choreografie-talenten kunnen tonen - een nuttige instelling is, mag blijken uit de loopbaan van Jan Linkens. Twee jaar nadat hij bij het gezelschap was aangetreden als danser debuteerde hij, in 1979, in de workshop met het werk Eerste Symfonie, op muziek van Alexandr Glasoenov. Een jaar later volgde Code, dat door het gezelschap op het repertoire werd genomen. Nu, vijftien jaar later, heeft Linkens verschillende prijzen in de wacht gesleept en heeft hij 23 choreografieën op zijn naam staan.

In 1992 en 1993 maakte hij Lebensräume en Nuevas Cruzes, voor het Tanztheater der Komischen Oper, gelegen in het voormalige Oost-Berlijn. Zijn balletten werden goed ontvangen en ook voor het overige 'klikte' het tussen hem en het 56 dansers tellende gezelschap. De goede verstandhouding kon consequenties krijgen doordat de zittende chef-choreograaf Tom Schilling dit jaar met pensioen gaat. Samen met zijn levenspartner Marc Jonkers, dansprogrammeur van het Holland Festival en artistiek directeur van het tweejaarlijkse Holland Dance Festival in Den Haag, werd Linkens gevraagd per 1 augustus a.s. de leiding van het gezelschap over te nemen. Ze zijn benoemd voor vijf jaar.

“In Duitsland zijn dit soort benoemingen een politieke zaak: de senaat en niet het bestuur van een gezelschap beslist. Men wilde aanvankelijk een grote naam, Maurice Béjart of een vergelijkbare beroemdheid, om het gezelschap internationale bekendheid te geven. Dat was begrijpelijk, gezien de stevige concurrentie in de danswereld. Alleen al in Berlijn moet de Komische Oper opboksen tegen twee vergelijkbare, maar nog grotere gezelschappen.”

Naast de in 1966 opgerichte Komische Oper herbergt Berlijn ook nog de Staatsoper en de Deutsche Oper. Alledrie 'huizen' - met budgetten van zestig tot tachtig miljoen D-Mark - bestaan uit een opera- en dansgezelschap en een orkest. Linkens wordt nu chefchoreograaf van de Komische Oper, en op zijn speciale verzoek wordt Jonkers balletdirecteur.

“Ik zal me vooral bezig houden met de coaching van de dansers en met choreograferen, Marc verzorgt de gastprogrammering, de tournees en trekt gastchoreografen aan. Hij heeft in de loop der jaren tot in de verste uithoeken van de wereld contacten kunnen leggen. Samen zullen we het artistieke gezicht gaan bepalen.” Linkens denkt daarbij aan speciaal voor het gezelschap te maken balletten van Maguy Marin, Hans van Manen, Mats Ek, Jiri Kylian, Krisztof Pastor, Paul Lightfoot en van Duitse choreografen als Brigitte Scherzer en Joachim Schlömer.

“Zowel het opera- als het dansgezelschap gingen in het Oostblok voor modern door. Ze stonden kritisch tegenover het regime. Iedere opera en ieder verhalend ballet gaat wel over macht en onderdrukking en dat werd steevast gebruikt om maatschappijkritiek te uiten. Hun voorstellingen waren altijd uitverkocht.

“Een moeilijkheid is dat de arbeidswetgeving in Duitsland niet voorziet in de mogelijkheid om dansers te ontslaan, zoals hier gebeurt als ze tegen de veertig lopen. Maar overal op de wereld slinkt het danspubliek en er gebeurt bovendien weinig spectaculairs in de dans, dus succes staat of valt met de kwaliteit van de uitvoeringen. We zullen dus oudere dansers - er zijn er nu vier van vijftig jaar - op een andere manier moeten gaan inzetten of toch moeten ontslaan.”

Over de werkgever die hij vandaag voor het laatst dient, Het Nationale Ballet, zegt Linkens: “Het sociale klimaat is sterk verbeterd sinds de komst van Wayne Eagling. Van Dantzig vluchtte voor zijn verantwoordelijkheid, het gezelschap zwalkte. Onder Eagling weet iedereen dat hij en niemand anders de beslissingen neemt, al is niet iedereen blij met zijn artistieke koers die gericht is op de Engelse, hier als stoffig ervaren dans. Die duidelijkheid is goed voor een gezelschap waar zovelen zich ingegraven hebben in hun positie.”

    • Pieter Kottman