Christelijke waarden

Terug naar de christelijke waarden, daar ben ik hartgrondig vóór. Maar dan moeten wij het wel eerst eens worden over de vraag welke die christelijke waarden precies zijn, want over wat christelijk en onchristelijk is, is door niemand meer gestreden dan door de christenen zelf.

Wij beschikken op dit gebied gelukkig over verschillende gezaghebbende teksten en bronnen. Zo kennen wij de christelijke deugden en wie een a contrario redering prefereert, kan verwijzen naar de zeven hoofdzonden. Het beste echter is ons eenvoudig te houden aan de Tien Geboden. Die zijn tenslotte gebaseerd op Gods Wet, zoals die onder donderslagen en bliksemflitsen is afgekondigd op de Sinaï.

Laten wij daarom de Tien Geboden eens in vogelvlucht de revue laten passeren. De eerste drie gaan over het eren van God, zijn heilige naam en zijn heilige dag, de zondag. Daar zie ik eerlijk gezegd niet veel toekomst meer voor. God is dood en vloeken is in. Dat hoor je de hele dag. En de zondag wordt alleen nog maar geheiligd door middel van recreatie, sport en voetbalvandalisme.

In de praktijk zijn de andere geboden echter als richtlijn voor een christelijke levenswandel van meer belang. Het vierde gebod luidt, zoals bekend; 'Eert Uw vader en Uw moeder'. Het is een richtlijn waarmee de meeste mensen vroeger waarschijnlijk niet veel moeite zullen hebben gehad. In ieder gezin was wel eens ruzie en kinderen zijn altijd wel tegen hun ouders in opstand gekomen, maar over het algemeen werden vader en moeder toch heel behoorlijk geëerd. Hoe dat tegenwoordig moet, met al die moderne mogelijkheden en ambities, is echter veel mindere duidelijk. 'Eert Uw draagmoeder en Uw spermadonor', valt dat er ook onder? Waarschijnlijk wel en waarom ook niet, al zal het in de praktijk niet altijd eenvoudig zijn. Maar de BOM-moeder? Zal zij haar kind of kinderen aansporen de man die zij Bewust Niet Huwde te eren? Dat is niet erg aannemelijk. Hoe zouden die kinderen dat trouwens moeten doen? Zij weten misschien niet eens wie het is. Ook van de bijstandsmoeder kan niet worden verwacht dat zij haar bijstandskinderen eerbied bijbrengt voor de bijstandsvader die haar naar de bijstand verwees. Voor de eicel die een bekende feministe onlangs liet inplanten is het gelukkig eenvoudiger, want deze aanstaande moeder heeft gekozen voor een meisje, omdat die zoveel van haar zal kunnen leren. Daar komt de eerbied dus als het ware vanzelf.

Het vijfde gebod luidt: 'Gij zult niet doden'. Die regel is in hoofdzaak nog van kracht. Weliswaar stijgt het aantal moorden en doodslagen naar ongekende hoogte en zie je op de televisie, of het nu journaal of fictie betreft, zelden iets anders, maar toegegeven moet worden dat althans in ons land op die dingen nog een zekere rem staat. Niet iedereen heeft een pistool op het nachtkastje liggen.

Het bekendst is wel de combinatie van het zesde en het negende gebod, respectievelijk: 'Gij zult geen overspel plegen' en 'Gij zult niet begeren Uws naasten vrouw'. Met het onderhouden van dat gebod gaat het, geloof ik, niet erg goed. Om te beginnen heeft buurman geen vrouw doch hoogstens een partner en bovendien zou het discriminerend zijn ten opzichte van de homoseksuele medemens alleen het begeren van vrouwen te verbieden. Waarschijnlijk is dit gebod zelfs in strijd met de antidiscriminatiewet. Bovendien wordt er alom buitengewoon veel begeerd. Ik zie helaas lang niet alle televisieseries, maar ik heb er nog nooit een gezien waarin buurmans vrouw niet krachtig werd begeerd en dat vrijwel altijd met succes. Trouwens, buurvrouw zelf mag er tegenwoordig ook zijn, want zij begeert buurvrouws man vaak even hard als omgekeerd. En het blijft niet bij begeren alleen, maar loopt ook al snel uit op betasten, bekennen en bezitten. Sterker nog, men krijgt de indruk dat, afgezien van het huishoudelijk personeel de mensen in die series niet veel anders te doen hebben dan het begeren en bezitten van andermans vrouw. Toch verkeren zij in blakende gezondheid en gelet op kleding, opsmuk en huisraad in even blakende welstand. Dat betekent volgens de calvinisten dat Gods zegen op hen rust. Zo verklaarde de beroemde socioloog Max Weber immers ook het verband tussen de opkomst van het kapitalisme en het calvinisme. Hier zitten we dus duidelijk met een probleem en van alle tien geboden lijken mij deze twee het meest in de vuurlinie te liggen.

Er is echter nog een klassieke combinatie waar het slecht mee gaat, namelijk die van het zevende en tiende gebod: 'Gij zult niet stelen' en 'Gij zult niet begeren wat Uw naaste toebehoort'. Of, zoals het in Deuteronomium staat: 'Gij zult niet hunkeren naar uws naasten huis, zijn akker noch zijn dienstknecht noch zijn dienstmaagd, zijn os noch zijn ezel noch maar iets dat van Uw naaste is'. Die os en die ezel worden meestal nog wel met rust gelaten - althans zolang de JOVD niet aan de macht is - en die knecht en dienstmaagd heeft niemand meer, maar afgezien daarvan heeft het begeren van andermans bezit een hoge vlucht genomen. Het mag, ja het moet. Onze hele fiscale stelsel is gebaseerd op het begeren van andermans bezit. Wie goed verdient, draagt al gauw meer dan de helft daarvan af aan de belastingdienst. Als hij dan nog wat overhoudt, moet hij in ballingschap naar België om het restant vast te houden. En als hij dood gaat, gaat de rest naar de schatkist. Dat laatste wilde althans een PvdA-congres een tijdje geleden, maar ik moet toegeven dat dat niet is doorgegaan.

Stelen is nog steeds verboden, maar er zijn weinigen meer die zich daaraan houden en er zijn er nog minder die zich er aan storen als het gebeurt. Auto, radio en fiets zijn in theorie nog steeds persoonlijke bezittingen. In de praktijk echter zijn het zaken geworden waar men toevallig enige tijd over beschikt, maar eigenlijk geen recht op heeft. Ze zijn gaan behoren tot de categorie der tijdelijke genoegens, zoals een goed plekje op het strand of op het dek van een Griekse veerboot, een lege stoel naast je in het vliegtuig, een gunstige plaats om naar de Gouden Koets te kijken op Prinsjesdag. Je mag blij zijn als je zoiets hebt verworven, maar als je even niet oplet, ben je het kwijt en daarover moet je dan niet zeuren. Ten slotte is er dan nog het achtste gebod: 'Gij zult tegen Uw naaste niet vals getuigen'. Onder Nummer 508 van de Catechismus ten gebruike van de Nederlandse bisdommen, zoals die in 1960 werd opgesteld door de bisschop van Roermond, vinden wij uitgelegd wat dit precies betekent. Volgens deze tekst verbiedt dit gebod: 'valse getuigenis geven, vooral voor het gerecht; liegen, lasteren, kwaadspreken, lichtvaardig oordelen, en het bekend maken van geheimen.' Op de daaropvolgende vraag: 'Zijn wij altijd verplicht de waarheid mee te delen?', luidt het antwoord: 'Neen, wij kunnen zelfs verplicht zijn de waarheid geheim te houden'. En op de vraag: 'Wat is kwaadspreken?', volgt het antwoord: 'zonder voldoende reden kwaad van een ander, dat nog geheim is, bekend maken.' Wie zich het optreden van de Nederlandse bisschoppen in de affaire rond Mgr. Bär herinnert, zal zich de vraag stellen of zelfs het episcopaat zich nog wel aan de catechismus, de Tien Geboden en de christelijke waarden houdt. Als dit met het groene hout geschiedt, wat zal er dan met het dorre gebeuren?

Die terugkeer naar de christelijke waarden, dat wordt nog een lange mars.