'Bosnjaken' spreken volgens grondwet 'Bosnisch'

De Kroaten bestrijden doorgaans dat er zoiets als een aparte Bosnische taal bestaat; de moslims van hun kant vinden dat ze wel degelijk een eigen taal spreken.

En zij hebben gewonnen: volgens de tekst van de gisteren aangenomen grondwet heeft de nieuwe Bosnische federatie twee officiële talen, het Bosnisch en het Kroatisch. De moslims willen bovendien niet langer als 'moslims' door het leven gaan: ze noemen zich Bosnjaken (Bosnjaci), een term die dateert uit de Oostenrijkse tijd, eind vorige eeuw en begin deze eeuw - niet te verwarren met Bosanci ofwel Bosniërs: dat woord wordt verstaan als een geografische term.

De grondwet van de nieuwe Bosnische federatie voorziet in de opdeling van Bosnië-Herzegovina in kantons waarvan het aantal, de namen en de grenzen nog moeten worden bepaald. De kantons krijgen een eigen parlement en regering.

In de kantonale parlementen en regeringen - en in de politiemacht van elk kanton - moeten de Kroaten en de moslims proportioneel zijn vertegenwoordigd. De kantons krijgen de verantwoordelijkheid voor politiezaken, onderwijs en sociale zaken en het programma- en personeelsbeleid van de lokale radio en televisie. Het federaal bestuur in Sarajevo heeft zeggenschap op het gebied van defensie, belastingen, milieu en buitenlandse zaken. In de grondwet wordt verder bepaald dat aangelegenheden waarvoor de verantwoordelijkheid niet uitdrukkelijk bij het centraal gezag is gelegd, automatisch onder de kantons vallen.

Op centraal niveau komt er een parlement met twee kamers: een Huis van Afgevaardigden dat op proportionele basis wordt gekozen en waarin de moslims dus een absolute meerderheid krijgen, en een Volkskamer waarin de moslims en Kroaten evenveel zetels krijgen. De president en de vice-president worden direct gekozen voor een ambtstermijn van vier jaar; ze mogen niet tot dezelfde bevolkingsgroep behoren en ruilen elk jaar van functie.

De premier en de vice-premier van de federatie moeten eveneens tot verschillende bevolkingsgroepen behoren. Zij rouleren niet. De premier is tevens verantwoordelijk voor - naar keuze - ofwel het buitenlandse ofwel het defensiebeleid; de portefeuille die hij niet kiest valt automatisch zijn vice-premier toe.

De regering moet volgens de nieuwe grondwet proportioneel zijn samengesteld uit leden van de twee bevolkingsgroepen, met dien verstande dat de Kroaten minimaal eenderde van het totale aantal ministersposten moeten krijgen.

De grondwet wordt van kracht op het grondgebied dat de moslims en Kroaten beheersen - volgens artikel 1 bestaat de federatie uit de gebieden met een in meerderheid Bosnische en Kroatische bevolking - maar houdt uitdrukkelijk de mogelijkheid open van aansluiting van de Bosnische Serviërs bij de federatie. Omdat bij een politieke regeling sprake zal zijn van aanzienlijke territoriale concessies zijn de grenzen van de kantons nog niet vastgelegd. De federatie garandeert elke burger dezelfde burger- en mensenrechten en voorziet in politiek pluralisme.

Een van de belangrijkste punten in de grondwet is het recht op terugkeer van alle inwoners van Bosnië-Herzegovina die in de oorlog zijn gevlucht of verdreven. Premier Haris Silajdzic noemde vorige week in een vraaggesprek op radio-Sarajevo de rechten van de mens, inclusief het recht op terugkeer van vluchtelingen, “het belangrijkste onderdeel van de hele grondwet”. “Het minimum dat we kunnen doen voor mensen die zoveel hebben geleden is hun het recht te geven op terugkeer naar hun woningen”, aldus Silajdzic. President Izetbegovic zei bij dezelfde gelegenheid dat in de grondwet in een aparte paragraaf is vastgelegd dat “de gevolgen van de etnische zuivering in alle [politieke] oplossingen zullen worden genegeerd”.

Volgens Izetbegovic is met de Kroaten verder afgesproken dat met de uitwerking van het akkoord over een confederatie tussen Bosnië en Kroatië pas zal worden begonnen als het federatie-akkoord is uitgewerkt, maar dat die afspraak in wederzijds overleg kan worden gewijzigd.