Achter het loket

Tijdschrift voor Ergonomie. Februari 1994. Uitgave: Nederlandse Vereniging voor Ergonomie. Verschijnt zesmaal per jaar. Jaarabonnement fl.73,-. 020-6180930

De ergonomie streeft ernaar om de mens met minimale inspanning zijn werk te laten doen, of zijn vrije tijd te laten doorbrengen. Handige hulpjes moeten menselijke spieren, gebeenten en zenuwcellen voor overbelasting behoeden.

Nu er veel aandacht is voor werkomstandigheden en terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, is te verwachten dat het op de arbeidsplaats met de ergonomie wel in orde is.

Wie regelmatig het Tijdschrift voor Ergonomie inziet, merkt tot zijn schrik dat zelden gebruikte consumentenprodukten soms al als ergonomische juweeltjes zijn vormgegeven, maar dat voor arbeiders die 7,5 uur per week dezelfde handeling uitvoeren een ergonomisch doordachte werkplaats vaak nog niet is weggelegd. Het Tijdschrift voor Ergonomie bevat er twee mooie voorbeelden van.

Bij de postkantoorloketten verscheen enkele jaren geleden een printer in het werkhokje. De lokettist moet formulieren boven in de printer stoppen waarmee het innen of uitgeven van geld wordt geadministreerd. Na het intypen van wat gegevens in de administratiecomputer moet de lokettist even wachten tot de printer de handgeschreven informatie op het formulier ook nog eens in inkt aanbrengt. Klant en PTT kunnen zo controleren of de geschreven opdracht correct in de computer is ingevoerd.

De printer is een hoge kast. Hij werd even buiten het gewone werkterrein met onder meer loketschuif, postzegelboek, brievenweger en formulierenrekje gemonteerd. Om de printer te bereiken heft de loketbediende zijn uitgestrekte arm tot schouderhoogte en laat die arm meestal op de printer rusten tot het apparaat zijn werk had gedaan. De geldla zat ook al wat onhandig in het werkblad gemonteerd: linksachter de lokettist. De printer wordt enige honderden keren per dag gebruikt, terwijl een achterwaarts gestrekte linkerarm ook veelvulidg naar de kas reikt. Lokettisten klaagden steen en been bij de bedrijfsarts over de plaats van geldla en printer. De hoge en achterwaartse positie gaf een moe gevoel of zelfs pijnklachten in nek, linkerschouder en -arm. Werk aan de winkel voor ergonomen. D.W.F. Veldhorst, bedrijfsarts bij de PTT, onderzocht tevredenheid en spierspanningen bij een nieuw loket. Interessant artikel voor het ergonomietijdschrift. “De onderzoekshypothese is dat genoemde klachten ontstaan door een in ergonomisch opzicht minder geslaagd loketontwerp.” Deze beginzin schetst meer de bedrijfscultuur bij de PTT - waar men over eieren loopt - dan de klachten over het oude loket.

Veldhorsts beginzin typeert ook het Tijdschrift voor Ergonomie. Het is op een wat enge manier populair-wetenschappelijk. Het tijdschrift is te modern vormgegeven voor de kwaliteit van de teksten en draagt sporen van de public-relationisering (PR-isering) van deze maatschappij.

Niet alle artikelen zijn de moeite waard. Er staat in iedere aflevering een beschrijving van een onderzoeksgroepen aan een univeristeit of onderzoekinstelling (de rubriek ergonomiegroepen in Nederland en Belgie) die nu eens dodelijk saai zijn, dan weer onverholen reclame voor de eigen onderzoekswinkel. De verslagen van bedrijfsbezoeken (in deze aflevering een nachtelijke excursie aan de dwarsliggerleggers van Strukton Spoorwegbouw) werpen vaak een scherp licht op hoe Nederlanders werken. Maar het schoolreisjesgehalte hierin is hoog.

Maar toch gaat er al lezend een wereld voor je open. In iedere aflevering staat wel een onderzoeksverslag over een alledaagse, belastende bezigheid. PTT-bedrijfsarts Veldhorst beplakte voor het loketonderzoek twaalf lokettisten met spieractiviteitmetende elektroden op arm en schouder. Ze verrichtten vervolgens standaardhandelingen in heringerichte dummy-loketten. Een frontaal geplaatste geldbak en daarnaast een in het tafelblad verzonken printer reduceerden de spierbelasting 15 tot 40%. De antwoorden op vragenlijsten bevestigden de meting: bijna de helft van de loketwerkers had minder klachten in nek, schouder en arm. Een bezwaar blijft dat lokettisten zitten en klanten staan - veel omhoog kijken is ook niet goed.

Het lijkt allemaal voor zichzelf te spreken dat de PTT de loketten aanpast. Maar de afsluitende zinnen van Veldhorst doen het ergste vermoeden. Veldhorst: “De problemen worden in de toekomst wellicht opgelost door de medewerkers te laten staan achter een open balie. De klachten van de nek en schouders zullen in dat geval in het niet vallen bij de klachten van de rug en de benen, die zonder twijfel zullen ontstaan.” Hoe anders gaat het bij Philips. Dat bedrijf moet autoradio-cassetterecorders verkopen en E. van Vinanen, een Human Factors Specialist van Philips Corporate Design had de opdracht om uit te zoeken hou autorijders hun radio's wensen. Een groep proefpersonen kreeg de vraag de volgens hen ideale posities van de bedieningsknopjes, cassette-insteekgleuf en displays op een rechthoek te tekenen. Deze eenvoudige oefening is, volgens Philips, een krachtige aanvullende methode om nieuwe ideeen op te doen. het artikel ademt de sfeer van een auteur die weet dat hij invloed heeft op het ontwerp. Maar ooit iemand gezien die acht uur per dag zijn autoradio bedient en daar nek-, arm- en schouderklachten van krijgt?