Z-Afrika: voorbereidingen voor noodtoestand in Natal

JOHANNESBURG, 30 MAART. De Uitvoerende Overgangsraad (UOR) van zwarte en blanke partijen in Zuid-Afrika, die wordt gedomineerd door het ANC en de regering-De Klerk, heeft de mogelijkheid geschapen om op korte termijn de noodtoestand uit te roepen in de provincie KwaZulu/Natal. De UOR besloot gisteren extra veiligheidsmaatregelen voor te bereiden om de gespannen situatie in het gebied in de aanloop naar de verkiezingen te bezweren. In KwaZulu regeert Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi, die weigert deel te nemen aan de verkiezingen.

Het besluit biedt president De Klerk de gelegenheid om met steun van het ANC gebieden in KwaZulu/Natal tot 'onrustgebied' te verklaren of de noodtoestand af te kondigen. Elf gebieden rondom Johannesburg zijn eergisteren al tot 'onrustgebied' verklaard, na de schietpartijen afgelopen maandag bij een Zoeloe-demonstratie in de binnenstad. Gisteren werden bij Durban vijf leden van het ANC door Inkatha-aanhangers in koelen bloede geëxecuteerd.

De topontmoeting tussen president De Klerk, ANC-president Nelson Mandela, Buthelezi en Zoeloe-koning Goodwill Zwelithini, die voor vandaag en morgen op het programma stond, is uitgesteld tot waarschijnlijk volgende week. De koning zegde gisteren af, omdat “de Zoeloes eerst hun doden moeten begraven”. Zwelithini vond het bovendien “als christen” ongepast om vóór de paasdagen te vergaderen. De regering wil wachten met veiligheidsmaatregelen in KwaZulu/Natal tot na de besprekingen tussen de vier leiders, maar het is niet uitgesloten dat zij eerder ingrijpt wanneer de situatie in het gebied de komende dagen verslechtert.

In een van zijn scherpste verklaringen tot nu toe kondigde Buthelezi gisteren aan dat met het bloedbad van maandag “een finale strijd tot het einde” is begonnen tussen het ANC en “de Zoeloe-natie”. Hij eiste dat de verkiezingen van 27 april worden uitgesteld om in onderhandelingen tot een akkoord over “de Zoeloe-soevereiniteit” te komen. Volgens Buthelezi zijn Zoeloes in groten getale onderweg naar Johannesburg “om hun kameraden bij te staan”. Als de leiders niets doen “valt niet te voorspellen wat de mensen zullen doen wanneer ze het recht in eigen hand nemen”.