Turbopoeder vormt Unilevers troef in wasmiddelenoorlog; Fabrikant investeert 800 miljoen in 'technologische revolutie'

ROTTERDAM, 30 MAART. Vorige week donderdag zat hij naast Philips-topman Jan Timmer op de eerste rij bij het Nationaal Platform Globalisering: Willem Selman, voorzitter van de directie Nederlandse Unilever bedrijven. Selman vroeg tijdens het door minister Andriessen (economische zaken) georganiseerde debat aandacht voor de kansen die onderzoek en ontwikkeling de Nederlandse economie bieden. Gisteren presenteerde hij een vrucht daarvan: het “opnieuw uitgevonden” en voor een belangrijk deel in Unilevers research laboratorium te Vlaardingen ontwikkelde wasmiddel - OMO Power - dat de marktleider op wasmiddelengebied in zowel Nederland als Europa, Procter & Gamble (producent van het meest verkochte merk Ariel), naar de kroon moet steken. Het nieuwe Omo wordt door Unilever gepresenteerd als een technologische revolutie op wasmiddelengebied.

De kern wordt gevormd door een nieuw molecuul, Accelerator, dat werkt als een waskrachtversneller. De Unileverdirecteur laat over het doel van de nieuwe vinding geen enkele twijfel bestaan. “De inzet is het veroveren van de leiderschapspositie op onze thuismarkt, Europa.” Een wasmiddelenmarkt die goed is voor een jaarlijkse omzet van 18 miljard gulden. Nooit heeft de wasmiddelenpoot van Unilever zoveel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van een enkel produkt: 300 miljoen gulden. Maar een goed produkt is niet genoeg. De mensen moeten ook nog van het bestaan daarvan op de hoogte worden gesteld. Daarvoor is een half miljard gulden uitgetrokken. Met dat geld moet Omo's nieuwe turbopoeder het volgens Procter & Gamble dubbel zo grote Ariel van de eerste plaats gaan stoten. Hecht de consument nog wel waarde aan reclameboodschappen over telkens vernieuwde wasmiddelen die altijd weer schoner wassen? Is veel van die vernieuwing niet gewoon nep?

Selman: “Natuurlijk kunnen wij ons niet permitteren om met een fake-produkt te komen. Dan word je keihard afgestraft. Wij kunnen de consument namelijk niet dwingen tot herhaalaankopen. We kunnen er alleen maar voor zorgen dat ons produkt het beste is. Consumenten zijn de beste scherprechters. De wasmiddelenmarkt is een markt die technologisch voortdurend in beweging is. In de supermarkt vindt u maar weinig andere produkten die zo'n hoog tempo van technologische verandering kennen.”

Het lijkt zo'n simpel produkt.

“Het basisprincipe is eenvoudig. Een wasmiddel is een poeder, dat bestaat uit oppervlakte-actieve stoffen die het vuil losweken, in het water laten zweven en niet opnieuw laten neerslaan op de was. Verder zit in dat poeder nog een ontharder die kalk uit water haalt, zodat het niet net als bij een leeggelopen bad een rand acherlaat. Er is een bleekwerking voor de verwijdering van kleurstoffen houdende vlekken, zoals thee en wijn. En dan heb je nog de enzymen die vet en eiwit verwijderen. Met uitzondering van de enzymen zijn bij Omo Power alle andere functies opnieuw ontworpen. Het is een produktvernieuwing op vrijwel alle fronten. Zoiets hebben we bij Lever nog niet eerder gehad.”

Veel nadruk wordt ook gelegd op het milieu-aspect. Het nieuwe produktieproces zou 80 procent minder energie verbruiken en minder leidingwater. De consument heeft 15 procent minder poeder per wasbeurt nodig.

“Klopt. En vergeet de nieuwe verpakking niet. Het tijdperk van de kartonverpakking wordt met dit nieuwe produkt afgesloten. Wasmiddelen en milieu zijn in de perceptie van de consument historisch met elkaar verbonden. Wasmiddelen zijn in het verleden wat dat betreft nogal in de kijker gezet. Het is belangrijk voor de beeldvorming om ook milieuvriendelijker te produceren. Het voornaamste verkoopargument naar de consument toe blijft echter de werking van het produkt. Gaan de vlekken er goed uit? Maar milieuvriendelijkheid wordt een steeds belangrijker tweede verkoopargument. Wij hebben als bedrijfstak een verpakkingsconvenant met minister Alders van milieu gesloten. We liggen voor op schema en gaan de afgesproken targets zeker halen.”

Waarom krijgt Nederland de wereldprimeur van Omo Power?

“De Nederlandse consument is het meest geneigd nieuwigheden op te pikken. Het is een prima startmarkt.”

Een vernieuwd produkt, houdt dat ook in: een vernieuwende manier van reclame maken.

“De manier van reclamemaken bij wasmiddelen is karakteristiek. Het irriteert mensen, maar is wel effectief.”

Het researchlaboratorium in Vlaardingen heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van Omo Power. Wat is de betekenis voor de Nederlandse werkgelegenheid?

“In het researchlab in Vlaardingen werken twaalfhonderd mensen. Maar niet alleen voor de Nederlandse markt en ook niet alleen voor de wasmiddelenindustrie. Unilever heeft vier grote researchlaboratoria: in Engeland, de VS, India en Vlaardingen. Een sterk punt van Nederland is, dat wij beschikken over buitengewoon goed opgeleide mensen. Er zijn goede contacten met de toonaangevende universiteiten. Maar wij hebben één hand op onze rug gebonden. Ik doel dan op de hoge loonkosten per uur ten opzichte van bij voorbeeld Engeland. Dat scheelt de helft. In de researchsfeer vormen ook India, Israel en Rusland steeds grotere concurrenten. Deze landen beschikken over zeer hoog opgeleide onderzoekers, die ook nog stukken goedkoper zijn.”

Als we niet oppassen gaat het researchlab in Vlaardingen dus straks dicht?

“Nou, nee. Het is ook van belang dat de research dicht bij de markt plaatsvindt. En voor ons is Europa de belangrijkste markt.”

De produktie van Omo Power is geconcentreerd op drie locaties, namelijk in Engeland, Italie en Duitsland. Waarom daar?

“Het is voor ons van belang om zo dicht mogelijk bij de grootste Europese markten te produceren. Vroeger had elk van de 17 Europese landen een eigen produktiefaciliteit. Dat waren duplicatieve processen. We hebben die produktie nu geconcentreerd in drie nieuwe fabrieken. Ik zie nog niet zo gauw gebeuren dat bij Unilever alle wasmiddelen of levensmiddelen voor Europa, van Biaritz tot Zandvoort, worden geproduceerd in China. Veel produkten hebben een beperkte houdbaarheid. Voor andere spelen de transportkosten een belangrijke rol. Als Unilever concurreren we wereldwijd, maar we produceren op steeds groter schaal regionaal.”