'Toverformule' maakt Europese Unie voor de burger niet begrijpelijker; EU-compromis heeft bittere nasmaak

BRUSSEL, 30 MAART. Was het de filosoof Heraclitus van Efese die de ministers van buitenlandse zaken van de Europese Unie afgelopen weekeinde in het Griekse Ioánnina inspiratie gaf om het conflict over de machtsverhoudingen binnen de Europese Unie op te lossen?

'Het tegengestelde verenigt zich, uit de verschillen ontstaat de schoonste harmonie en alles onstaat door strijd', zo oreerde hij omstreeks 500 voor Christus, en zo gebeurde het gisteren ook een beetje met de Europese Unie.

Maar hoe bestendig is het compromis? De uitweg uit de crisis van de afgelopen weken heeft van een 'schone' oplossing niet veel weg. Door de instemming van de Britse regering met het Griekse compromisvoorstel over de stemverhouding binnen de Europese ministerraden, is een acute scheuring binnen de EU voorkomen. Door tegemoet te komen aan de Britse (en Spaanse) wensen, is de deur voor uitbreiding van de EU met Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk niet dichtgeslagen. Maar dat is ook zo'n beetje het enige positieve dat op dit moment te vertellen valt.

Of de vier kandidaat-lidstaten per 1 januari van het volgend jaar ook inderdaad zullen toetreden tot de Unie, is nog maar de vraag. In het Europees Parlement - dat alleen al vanwege de eigen geloofwaardigheid groot belang heeft bij versterking van het supranationale besluitvormingsproces in Brussel - bestaan grote bezwaren tegen de toegevingen die aan Groot-Brittannië en Spanje zijn gedaan. Toegevingen die de besluitvorming in Brussel verzwakken. Het is daarom heel goed mogelijk dat de Europese volksvertegenwoordigers de komende maanden dwars gaan liggen en daarmee de uitbreiding voorlopig alsnog blokkeren.

Het is bekend dat met name in Noorwegen, Finland en Zweden, grote delen van de bevolking niet gecharmeerd zijn van aansluiting bij de EU. In alle vier de toetredende landen zullen referenda worden gehouden. Het is dus ook niet ondenkbaar dat op 1 januari 1995 niet vier, maar slechts één, twee of drie landen over de drempel van de EU zullen stappen.

Het conflict ging over de vraag hoeveel stemmen nodig zijn om in vergaderingen van EU-ministers in Brussel onwelgevallige besluiten tegen te houden. Nu nog geldt een blokkerende minderheid van 23 stemmen (30 procent van een totaal aantal van 76 stemmen). Om de besluitvorming na de beoogde uitbreiding niet nog moeizamer te laten verlopen, wilden tien lidstaten de drempel van de blokkerende minderheid ophogen naar 27 stemmen (30 procent van het nieuwe totale aantal van 90 stemmen). Maar op het laatste moment gingen Groot-Brittannië en Spanje dwars liggen en eisten ze handhaving van de drempel van 23 stemmen.

Achter dat conflict gaat een richtingenstrijd schuil over de toekomstige koers van de EU. Zal de Europese samenwerking zich meer in supranationale of meer in intergouvernementele richting ontwikkelen? In het Verdrag van Maastricht wordt die sluimerende tegenstelling tussen (con)federalisten en voorstanders van een lossere Unie nog toegedekt. Maar in 1996, als 'Maastricht' wordt geëvalueerd zoals is afgesproken, zal de institutionele strijd ongetwijfeld in alle hevigheid losbarsten. De kleine lidstaten zullen dan ook een confrontatie moeten aangaan met de grote lidstaten. Door de houding van de Britten en de Spanjaarden dreigde dat nu al te gebeuren, maar die geest heeft men op het laatste moment terug in de fles weten te krijgen.

De toverformule die daarvoor is gehanteerd en die geldt tot de herzieningsconferentie van 1996, maakt de Europese Unie er voor de gewone burger niet begrijpelijker op. Alleen al daarom houden de meeste EU-ministers van buitenlandse zaken een nare smaak over aan de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Formeel wordt de drempel voor een blokkerende minderheid opgehoogd naar 27 stemmen. Maar als er een minderheid van 23 tot 26 stemmen is, dan wordt besluitvorming gedurende een 'redelijke' periode opgehouden, zo is nu afgesproken. Wanneer er een eind komt aan die 'redelijke' periode, daarover kan een gewone meerderheid van het aantal lidstaten beslissen. In theorie kan de patstelling al na enkele minuten worden doorbroken, maar in de praktijk krijgt een lidstaat die stemming wil forceren tegen de zin van Londen of Madrid in, een zware politieke last op zijn schouders. Vandaar dat minister Kooijmans van buitenlandse zaken gisteren in grafstemming aan de telefoon hing om het Nederlande 'ja-woord' aan Brussel te geven. Net als voor de andere lidstaten was er voor Nederland eigenlijk geen andere keuze dan te zwichten voor de chantagepolitiek vanuit Londen. Afwijzen van het compromis zou immers niet alleen een acute crisis hebben betekend, maar ook het buiten de deur houden van de beoogde toetreders.

Op die manier is premier Major er dus aardig in geslaagd om de zaken naar zijn hand te zetten. Maar zelf zal hij daar weinig vreugde aan beleefd hebben. Want als de affaire één ding duidelijk heeft gemaakt, is het zijn gebrek aan overwicht en politiek leiderschap in eigen land. Gezien de enorme druk van de Euro-skeptici in de eigen partij, zat er voor Major waarschijnlijk weinig anders op dan te handelen zoals hij heeft gehandeld. Opgejaagd door zijn eigen achterban nam Major om een verschil van vier stemmen, Europa twee weken in gijzeling. De binnenlandse politieke motieven zijn wel een verklaring, maar geen rechtvaardiging.

De overwinningskreet 'Game, set and match' die John Major twee jaar geleden in Maastricht toeterde, toen hij Groot-Brittannië buiten de sociale afspraken had weten te houden, klonk in december 1991 nog geloofwaardig. Maar dit compromis is niet meer als een zege te verkopen, het maakt de besluitvorming in Brussel alleen maar stroperiger en onzuiverder. Eraan ten grondslag ligt geen ideologische inzet, maar negativisme uit politieke wanhoop

Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk moeten zich er maar mee verzoenen dat Major de EU met een slecht compromis heeft opgezadeld. “Brussel moet minder doen, maar wat het doet, moet het veel efficiënter doen”, verkondigde de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd twee weken geleden nog tijdens een lezing in Brussel. Het Europa dat hij voor ogen had, is door de Britse opstelling geen millimeter dichterbij gekomen.

    • Wim Brummelman