Surinaamse leraren: 'Wij moeten toch ook surviven?'

Het voortgezet onderwijs in Suriname staakt al een maand. De leraren willen meer salaris. De scholieren dreigen met harde acties als de lessen niet snel worden hervat.

PARAMARIBO, 30 MAART. Normaal scharrelen tijdens de middagpauze tientallen scholieren over de binnenplaats van de Algemene Middelbare School (AMS), een houten gebouwencomplex met rode daken in een buitenwijk van de stad. Nu heerst er een diepe rust. De lokalen zijn leeg, in de stalling bij de poort prijkt één fiets.

Toch is de AMS nog niet helemaal een spookschool. De administratie werkt door: “Ik heb geen mening over die staking, wij zijn geen leraren”, zegt een van de vier medewerksters, alvast bezig met het inroosteren van de proefschriften na de paasvakantie. Nee, leraren hebben zij niet meer gezien. Wel kwam net nog de directrice even langs - “om te groeten”.

Behalve problemen met het leger, terroristen en bandieten heeft Suriname ook een “onderwijskwestie”, zoals het slepende conflict tussen vakbond en overheid wordt genoemd. De Bond Van Leerkrachten (BVL) eist een salarisverhoging tot ongeveer 25.000 gulden voor zijn leden, om de pijlsnelle prijsstijging in het land bij te benen. Leraren verdienen nu drieduizend tot vijfduizend Surinaamse guldens bruto per maand. Volgens berekeningen van het Surinaamse ministerie van Arbeid zou de armoedegrens moeten worden gesteld op ongeveer tienduizend gulden.

De Surinaamse regering wil alle ambtenaren-salarissen met honderd procent verhogen. Het BVL wees dat aanbod af en riep op 2 maart een staking uit. Alle dertien scholen voor Voortgezet Onderwijs Senioren (VOS), dat lyceum, havo en middelbaar beroepsonderwijs omvat, sloten de deuren. De meesten van de ruim zeshonderd leraren bleven thuis. BVL-voorzitter W. Valies zag geen andere uitweg: “De grens is echt bereikt. Wij grijpen niet zomaar naar het uiterste middel. Leraren leven hier in armoede, de man op straat verdient meer dan wij. Wij moeten toch ook surviven?

Voor de regering is het van levensbelang een eind te maken aan de leegloop in het onderwijs, dat per jaar een tiental goed opgeleide leraren ziet vertrekken naar het bedrijfsleven of het buitenland. De gaten worden gevuld door ongediplomeerde krachten. Anderzijds kan de overheid de leraren niet zonder meer hun zin geven. Alle Surinamers, op een kleine toplaag na, lijden onder de economische crisis. Een voorkeursbehandeling voor leraren zou dan een verkeerd precedent scheppen.

Dupe van de staking zijn de ongeveer zevenduizend studenten, zoals VOS-leerlingen worden genoemd, vooral die in de examenklassen. “Ik vind het maar stom”, zegt een scholier in een wit-blauw streepjesshirt voor de poort van de AMS. In een nylontasje draagt hij een studieboek bij zich, hij heeft net een uur gefietst om het op tijd terug te brengen naar de schoolbibliotheek. “Ik wil medicijnen gaan studeren dit jaar, maar ik weet niet of het nu nog lukt. Je hele toekomst wordt op deze manier onzeker.”

Ook leraren morren over de eigengereide opstelling van de BVL, die als enige is opgestapt uit de Federatie van Organisaties van Leerkrachten Suriname (FOLS), een koepel van de vele naar schooltype en geloofsovertuiging gesorteerde onderwijsbonden in het land. Onderdirectrice Helen Chang van het J.C. de Mirandacollege noemt de eisen van de BVL, die ook nog belastingherziening heeft geëist, “absurd”. “Stel je voor dat de kleuterleidsters ook zo beginnen”, zegt ze. “Iedereen heeft het moeilijk.” In de directiekamer bekijken vijf meisjes een zelfgemaakte video over het leven op hun school, bedoeld voor een Amsterdams lyceum waarmee het Miranda contacten onderhoudt. Beelden van lege lokalen, nauwelijks leraren te bekennen. “De staking was net begonnen toen wij de video maakten”, zegt een meisje spijtig. Van de ongeveer vijftig docenten op het Mirandacollege geven er nog ruim tien les, de meesten parttimers of niet-vakbondsleden.

Een oplossing voor de “onderwijskwestie” is vooralsnog niet in zicht. De confrontatie tussen regering en vakbond escaleerde gisteren nog verder, na de bekendmaking van het ministerie van onderwijs dat alle leraren die zijn blijven werken zich moeten laten registreren met het oog op de salarisbetaling over de maand maart. Stakende leraren - de bond heeft geen stakingskas - krijgen waarschijnlijk niets. Op de achtergrond sleutelt de regering aan een 'suppletieregeling' voor alle middelbaar en hoger kader bij de overheid, een systeem van toeslagen op de salarissen om het kader in Suriname te houden. De BVL wil harde toezeggingen dat de leraren daarvan zullen profiteren.

De studenten zijn het inmiddels zat. Een actiecomité heeft al gedreigd met een hongerstaking voor het parlement als de leraren niet onmiddellijk weer aan het werk zouden gaan. Zij slikten het dreigement in onder druk van minister van onderwijs G. Hiwat, die heeft verzekerd dat de regering op 5 april zal beslissen over de suppletieregeling. Blijft zo'n beslissing uit, dan komen er zeker acties, zegt voorzitter van het actiecomité Carlo Cotrington. Welke, dat wil hij niet zeggen. “Om strategische redenen is het niet relevant daarop in te gaan”, aldus de 21-jarige.

    • Sjoerd de Jong