Plan Betuwelijn krijgt nipte steun Eerste Kamer

DEN HAAG, 30 MAART. Net als eerder in de Tweede Kamer, hebben gisteren in de Eerste Kamer alle fracties van de oppositie met uitzondering van het GPV hun steun aan het kabinetsbesluit over de Betuwelijn onthouden.

Tijdens de voor 12 april voorziene stemming zullen waarschijnlijk twee leden van de PvdA en misschien één lid van het CDA tegenstemmen. Ook in dat geval echter steunt nog steeds een meerderheid van de Eerste Kamer de komst van de Betuwelijn in zijn huidige vorm.

Tijdens de afronding van het debat, dat tot in de nacht voortduurde, bleek dat alle partijen vragen blijven houden over de financiering, de aftakking van de Betuwelijn naar het noorden (via Oldenzaal), de mogelijke alternatieven en het maatschappelijk draagvlak. CDA en PvdA legden zich echter neer bij de bezwering van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) dat de private financiers “zich al bij het ministerie hebben gemeld” en dat het draagvlak sinds de besluitvorming in de Tweede Kamer aanzienlijk is vergroot.

Volgens minister Maij-Weggen heeft vooral de berichtgeving over een mogelijk ondergrondse aanleg van de Betuwelijn “het draagvlak ondermijnd”. Ook zijzelf was in ondergrondse aanleg geïnteresseerd geweest, maar had al snel moeten concluderen dat dit te duur uit zou vallen. De plannen van de Delftse hoogleraar Van der Hoorn, die zei dat ondergrondse aanleg voor 5 miljard gulden mogelijk zou zijn, hadden de lokale bevolking dan ook “op het verkeerde been gezet”. Het was, zei de minister, gegaan als met een mooi en aardig kind tegen wie voortdurend werd gezegd dat het lelijk en slecht was. “Zo'n kind gaat dat op het laatst zelf geloven.”

Peilingen van het ministerie hebben echter, aldus Maij-Weggen, inmiddels uitgewezen dat “het diepe dal” in het draagvlak waarover de minister “heel verdrietig” was, nu is gepasseerd. CDA en PvdA konden zich vervolgens vinden in de toezegging dat met de bezwaren van burgers en lagere overheden tegen het binnenkort te verschijnen ontwerp-tracébesluit “zeer zorgvuldig” zal worden omgegaan.

Over mogelijke alternatieven zei Maij-Weggen dat in ieder geval de binnenvaart dat niet is, omdat die niet overal kan komen en het spoor wel. Alle andere alternatieven waren volgens haar “serieus bekeken”. Over de weerstand tegen de komst van de Betuwelijn van lagere overheden en de lokale bevolking in Duitsland zei ze dat met de Duitse regering in 1992 een overeenkomst over de komst van de Betuwelijn is gesloten. “En voor Duitsers geldt dat hun ja ook ja is.”