Minister deelt de zorgen over verruwing voetbal

BREDA, 30 MAART. Soms mort het voetbalvolk, heel soms wordt het voetbalvolk gehoord. Zomaar een groepje recreatievoetballers wenste de grote voetbalbond ter verantwoording te roepen naar aanleiding van de elleboogstoot van international Jan Wouters, de 'Helderse affaire' van Feyenoord en ander wangedrag in het profvoetbal. Ze waren bezorgd, want de gevolgen zijn elk weekeinde zichtbaar. Wat de profs doen, verdient geen navolging.

Daarom zaten de jonge mannen van JEKA 9 gisteravond in het stadhuis van Breda aan de ronde tafel samen met onder andere minister d'Ancona van WVC, voorzitter Sprengers van de KNVB, voorzitter Peek van NAC en burgemeester Nijpels van Breda. Het was hen toch maar gelukt. Ze wilden antwoord op de vragen die zich op het veld of daarna in het café opwerpen.

Ze hadden zich niet laten kleineren door de KNVB, die via directeur betaald voetbal Wolzak op hun brief had geantwoord dat er geen reden was geweest om de elleboogstoot van Wouters in het gezicht van de Engelsman Gascoigne te bestraffen. Het bewijs dat de international met opzet had geslagen, zou niet te leveren zijn. Daarmee was de zaak voor de voetbalbond afgedaan.

Maar ze zetten door, de jonge mannen van JEKA (Jeugdig Enthousiasme Kan Alles), tot aan de hoogste instantie. En minister d'Ancona voelde zich geroepen te reageren. Ze moest gisteren toch in Breda zijn. Ze had alle lof voor het Bredase initiatief. Want ook zij maakt zich zorgen over de ontwikkelingen op en rondom de voetbalvelden. Na de bewuste wedstrijd (Engeland-Nederland in april) had zij zelfs in de Kamer stemmen gehoord waaruit afschuw over de elleboogstoot sprak. “Dit soort zaken moet voor de rechter”, was een veelgehoorde mening, zei ze.

En d'Ancona richtte zich tot algemeen voorzitter Sprengers van de voetbalbond. Ze zei de indruk te hebben dat de KNVB wanneer het om bestrijding van racisme, vandalisme en spelverruwing gaat “laks” is. “De KNVB huppelt achter nieuwe ontwikkelingen aan. Uiteindelijk gaat men wel mee, maar eerst wordt behoorlijk tegengesputterd.”

Sprengers nam zijn bond en de grote voetbalwereld in bescherming. Hij probeerde iets van: dat de kwestie zich niet op Wouters moest concentreren. Omdat hij toch een hele goede voetballer was. En dat profvoetballers niet gestigmatiseerd moeten worden. Ze hadden 'ons' toch maar naar het wereldkampioenschap gebracht en zouden 'ons hopelijk' deze zomer weer veel vreugde bezorgen.

In zijn pleidooi verschool Sprengers (hij is nog maar drie maanden voorzitter) zich achter “mondiale spelregels” en de “de KNVB is niet autonoom”. Bovendien, beweerde hij, duurt het héél lang voor de internationale bond spelregels verandert wanneer ze dat noodzakelijk acht. “Wij kunnen alleen de scheidsrechters instrueren en de strafmaat bepalen bij schorsingen. En gezien het aantal schorsingen na het afgelopen weekeinde wordt er wel degelijk opgetreden.”

Beweringen als dat overtredingen als de elleboogstoten te veel aandacht krijgen op de televisie, werden door d'Ancona fel tegengesproken. “Je kunt wel zeggen dat hetgeen op de televisie aan overtredingen wordt vertoond buiten proporties is. Maar mensen zien dat en vragen zich af of dat nog met sport te maken heeft.” Normvervaging dus: “Iedereen begint alles gewoon te vinden. Het hoort erbij, zeggen ze. Ik heb het gevoel dat het steeds verder gaat.”

Als minister van WVC heeft ze geen bevoegdheid de spelverruwing op juridische grondslag aan te pakken. Maar ze heeft financiële bijdragen geleverd aan fairplay-acties, blessurecampagnes, anti-discriminatie-onderzoeken en projecten over vernieuwing van het tuchtrecht. Er is een discussie op gang gebracht, mede op initiatief van de voetbalclub RKAVIC uit Amstelveen (omdat ouders hun zoons niet meer naar een voetbalclub durven sturen), over normen en waarden in de sport. Er wordt nu onderzocht door NOC*NSF, de KNVB en de verzekeringswereld hoe bepaalde gedragingen op het sportveld door middel van een convenant via intern tuchtrecht kunnen worden aangepakt.

De jonge mannen bloosden bij de complimenten van de minister. Ze hadden iets wezenlijks aangekaart. Bijvoorbeeld de 'oorlog' die een paar weken geleden in en rondom het NAC-stadion woedde, toen duizend Feyenoord-supporters bij het bekerduel NAC-Feyenoord zich lieten gelden. Burgemeester Nijpels voelde zich aangesproken. Het lef dat de voorzitter van Feyenoord de volgende dag had door te zeggen: “Het viel allemaal wel me.” En die Feyenoord-speler die hem in dreigende woorden ervan beschuldigde dat hij, de burgemeester, de schuld van alles was.

Te hoge transfersommen, afschaffing van transfergeld, uitlatingen in de pers van voetballers en coaches (Rinus Michels in Vrij Nederland) die voor daden als die van Wouters begrip tonen. d'Ancona beloofde er aan te werken het voetbalklimaat te verbeteren, zolang ze nog kan. De jonge mannen luisterden. Hun actie had toch maar aandacht gekregen. Maar het antwoord van de voetbalbond stelde hen niet gerust. Veel vertrouwen hebben ze niet in de toekomst van hun sport.

Dichteres Y. Né besloot de bijeenkomst op passende wijze.

Bij wijze van refrein:

Wat men ziet praat men zoek op gezag

van eete eete nie geweete - oe

Een edele oranje ellestoot? Waarom stelt niemand: ROOD!

Oote oote oote BOE