Kroaten en Serviërs: bestand in Krajina

ZAGREB, 30 MAART. De Kroaten en de Kroatische Serviërs - vertegenwoordigers van de eenzijdig uitgeroepen 'republiek' Krajina - hebben vanochtend vroeg een bestandsakkoord getekend. Het moet op 4 april ingaan.

Het akkoord werd bereikt na achttien uur onderhandelen in de Russische ambassade in Zagreb, onder leiding van de Russische Joegoslavië-bemiddelaar Vitali Tsjoerkin en de Amerikaanse ambassadeur in Zagreb, Peter Galbraith. Aan dit overleg was vorige week al een eerste gespreksronde voorafgegaan.

Het bestand tussen de Kroaten en de Kroatische Serviërs is bedoeld als eerste stap op weg naar een politieke oplossing voor het probleem van de Krajina. De Serviërs beheersen sinds de oorlog van eind 1991 bijna een kwart van het Kroatische grondgebied. Zij hebben daar een eigen republiek uitgeroepen, de 'Servische republiek Krajina', en weigeren het gezag van Zagreb te accepteren. De Kroaten van hun kant staan op het herstel van dat gezag; en zijn tot nu toe niet bereid gebleken de Serviërs méér dan lokale bestuursautonomie aan te bieden.

In het vannacht bereikte akkoord is afgesproken dat beide partijen hun zware wapens met ingang van 5 april terugtrekken van de bestandslijn en op 8 april ook hun troepen terugtrekken. In de buffer - die twintig kilometer breed wordt waar het de zware wapens betreft en tien kilometer voor de infanterie van beide legers - zal de VN-vredesmacht UNPROFOR gaan patrouilleren. Verder is afgesproken dat de weg- en telefoonverbindingen worden hersteld en dat de dialoog over politieke en economische geschillen wordt voortgezet over twee weken, als duidelijk is of het bestandsakkoord functioneert.

De onderhandelingen over het bestand waren zeer moeizaam, omdat verschillen van mening bestonden over afgelegen en nauwelijks bewoonde, maar door beide partijen als zeer belangrijk beschouwde gebieden. Uiteindelijk parafeerden de Kroaten en de Serviërs 35 verschillende landkaarten met nieuwe demarcatielijnen. Het meest omstreden waren de grenzen in het zuiden, in het gebied van Knin. (Reuter, AP)