GESMOORDE RARAWATISDAT

Door menigeen geliefd of gehaat, vaak in de aanbieding bij onze grootgrutter, nimmer als primeur bij de betere groenteman, nog steeds een van de meest gegeten groentes in Nederland maar op de schopstoel bij cuisiniers.

Ra ra wat is dat? Wie bloemkool heeft omarmd in de keuken zal stellig behoefte hebben aan een gemakkelijke variant op het aloude thema. Laatst liet een vriend mij delen in zijn op Spaanse wijze gesmoorde bloemkool. Een man die bloemkool kookt! Dat is net zo zeldzaam als een man die een sinaasappel voor je pelt. Maar goed, zijn bloemkool was verrukkelijk en hij had de roosjes gedurende een uur in een gesloten aardewerk pan gesmoord onder regelmatige toevoeging van een drupje water. Kijk, daarin verbazen mannen me telkens: als ze koken dan zeuren ze niet over het feit dat iets vooral snel klaar moet zijn. Nee, ze koken en daarbij gaan ze niets uit de weg om een goed resultaat te verkrijgen. Dat is in de meeste gevallen natuurlijk het privilege van de incidentele koker, al is voornoemde bloemkoolliefhebber wel een dagelijkse koker. Maar toch, mannen hebben een compleet andere aanpak in de keuken, dat is me vaak opgevallen. Vandaar dat ik die bloemkool toch maar even blancheer zodat de bereidingstijd wordt teruggebracht tot 25 minuten en met hetzelfde verrukkelijke resultaat: bijtgaar, droog en vol van smaak. In dit recept wordt de bloemkool bovendien op Indiase wijze gekruid en daarmee wordt ze qua smaak en textuur de ideale gezellin voor een licht krokant op de graat gebakken visje.

Voor 2-3 personen:

1 middelgrote bloemkool 4 theelepels geel mosterdzaad 4 theelepels komijnzaad 2 eetlepels zonnebloemolie 2 plakjes geschilde verse gemberwortel, fijngesneden 1 teentje knoflook, gepeld en fijngesneden 1 theelepel fijngemalen kurkuma (geelwortel) zout

Snijd de roosjes krap los van de stronk, blancheer ze 3 minuten in kokend en flink gezouten water, giet ze af en laat ze goed uitlekken. Wrijf intussen in een stenen vijzel mosterdzaad en komijnzaad samen fijn. Verwarm de olie in een pan met dikke bodem (en goed sluitend deksel) en fruit daarin al roerend de gemberwortel en knoflook op een halfhoog vuur tot de knoflook blond kleurt. Draai het vuur lager, voeg de specerijen toe en fruit ze al roerend 1-2 minuten mee tot de smaak goed is losgekomen (het mengsel is dan goed te ruiken). Leg de bloemkoolroosjes in de pan, bestrooi ze nog met iets zout en schep ze door het specerijenmengsel zodat ze rondom geel kleuren. Houd het deksel van de pan bij de hand. Voeg nu 2 eetlepels water toe, leg het deksel direct op de pan en draai het vuur 1 1/2 minuut op de hoogste stand waardoor zich onder het deksel een flinke hoeveelheid stoom ontwikkelt. Draai het vuur laag en smoor de bloemkool ruim 15 minuten zonder ook maar een keer het deksel op de tillen. Het resultaat is bijtgare, kruidige bloemkool, sappig zonder waterig te zijn en met een klein knispertje vanwege het krokante specerijenmengsel onderin de pan dat meegeserveerd wordt. Wie geen visje wil bakken, schuift een kippetje aan het spit, daar houdt tante bloemkool ook van.

    • Florine Boucher