Fabrikanten elektronica laconiek over statiegeld

MAARSSEN, 30 MAART. Plannen van milieuminister Alders om al volgend jaar een statiegeldregeling voor consumentenelektronica in te voeren hebben bij fabrikanten en importeurs van consumentenelektronica, verenigd in de FIAR, tot laconieke reacties geleid. Volgens bestuurslid W.A. Innemee zal een dergelijke regeling pas worden ingevoerd als dat ook elders in Europa gebeurt.

Innemee, tevens directeur van JVC Nederland, zegt dat de FIAR-leden op zichzelf begrip hebben voor een regeling die hergebruik van elektronica bevordert. Aan de uitvoering ervan zitten echter veel haken en ogen. Om die reden is tussen FIAR en VROM overeengekomen een proefproject te beginnen. Totdat op basis daarvan conclusies zijn te trekken, lijkt een overheidsmaatregel uitgesloten.

De FIAR verwacht dat invoering van een milieuheffing op elektronica een negatief effect op de afzet van de produkten heeft, maar kan niets kwantificeren zolang vorm en kosten onbekend zijn. Vooralsnog gaat de branche, die de laatste jaren met aanzienlijke afzetproblemen kampte, er van uit dat medio 1995 herstel zichtbaar zal worden, volgend op een algemene opleving van de conjunctuur. FIAR-voorzitter D. van Velzen zei dat gisteren in Maarssen bij de presentatie van cijfers over marktontwikkelingen voor de bedrijfstak.

De Nederlandse markt voor consumentenelektronica is vorig jaar opnieuw geslonken. In totaal werd voor 3.750 miljoen gulden aan radio's tv's, cd-spelers, videorecorders en dergelijke verkocht. Dat is 4 procent minder dan in 1992. De verkoop van software ervoor (cd's, bespeelde en onbespeelde videobanden, videospelletjes) steeg met 2 procent tot 1.750 miljoen gulden. In totaal besteedde elk van de 6,2 miljoen Nederlandse huishoudens vorig jaar voor circa 900 gulden aan consumentenelektronica, waarmee Nederland tot de Europese top behoort.

Volgens Van Velzen, in het dagelijks leven eerste man van Sony Nederland, is de omzetdaling van 1993 voor een belangrijk deel toe te schrijven aan technologische ontwikkelingen die de apparatuur goedkoper maken. De verkoop van apparaten tegen afbraakprijzen, waartoe de handel de afgelopen jaren overging om van te grote voorraden af te komen, is volgens hem vrijwel niet meer aan de orde. “De industrie doet er van alles aan om de prijzen te beheersen: minder produktie, minder voorraden, minder modellen.”

Het meeste geld (1.040 miljoen gulden, 20 miljoen minder dan in 1992) gaf de Nederlandse consument vorig jaar uit aan kleurentelevisies. Vooral de opkomst van 100 Herz-, breed- en grootbeeldtelevisie zorgde voor stijging van de verkoop met 20.000 stuks, tot 850.000 tv's.

Een lichte terugval kenmerkte de in omvang tweede deelmarkt, die voor (niet draagbare) audio-apparatuur. Hiervan daalde het aandeel in de totale omzet van 26 naar 25 procent. Weliswaar steeg de verkoop van het aantal audiosystemen (combinaties van versterker, tuner, cd-speler en dergelijke) nog met 6 procent, maar de waarde ervan daalde met 5 procent tot 545 miljoen. De verkoop van losse, doorgaans hoogwaardiger componenten viel zelfs met 21 procent terug tot 345 miljoen gulden. A. Groot Enzerink, algemeen directeur van onderzoeksbureau GfK Benelux, schreef die terugval toe aan het onvermogen van de detailhandel consumenten met hogere eisen deskundig voor te lichten. Audio-apparatuur wordt volgens hem steeds meer een 'commodity', een massagoed.

Stabilisatie van hun marktaandeel, dus een daling in omzet, vertoonden videorecorders (13 procent), draagbare audio-apparatuur (8 procent) en audio-apparatuur voor in de auto (13 procent). De omzet in videocamera's daalde verhoudingsgewijs sterker, met 15 procent tot 325 miljoen gulden. Hiertegenover stond groei in de categorie spelcomputers (van 3 naar 4 procent op de hardware-markt).

De elektronicamarkt heet tegenwoordig een vervangingsmarkt te zijn. Nieuwe, innovatieve produkten zijn er wel, maar daarin worden geen grote omzetten behaald. Cijfers over deze produkten - spelers voor interactieve compact disc (cdi), digitale compact cassette (dcc) en mini disc (md) - ontbraken daarom gisteren in de FIAR-presentatie. Volgens onderzoeker Groot Enzerink omdat de afzet ervan zo gering is dat het niet goed meetbaar is, “zelfs niet als de verkopen verdubbelen”. Volgens hem zijn pas conclusies te trekken als de afzet per jaar 80.000 tot 90.000 apparaten betreft. Hij zei wel de indruk te hebben dat de introductie van (Philips') dcc en (Sony's) md, twee levensgrote concurrenten die erop gebrand zijn hun systeem tot standaard te verheffen, beter verloopt dan die van de compact disc, tien jaar geleden. De cd-speler begon pas drie jaar na introductie te verkopen.