De instant redders

Ieder land, ieder nationaal politiek systeem heeft zijn eigen manier om naar rechts te zwenken. In Italië is het gebeurd nadat het politiek bedrijf door de gevestigde partijen tot verlamming was gecorrumpeerd en er iemand verscheen die zijn faam als groot man in het bedrijfsleven had gevestigd en daarvan voldoende kiezers via zijn eigen televisiekanalen wist te overtuigen. Corruptie, reputatie, televisie: niet veel sterke mannen die 'schoon schip' willen maken, kunnen op een zo gelukkige combinatie rekenen.

Vandaar misschien dat nog zo weinig landen in het Westen deze zwenking hebben gemaakt. In Italië was alles uitzonderlijk. In de Verenigde Staten is Ross Perot een voorloper van Berlusconi geweest, maar hoewel hij over succes in het bedrijfsleven en wantrouwen van de kiezers tegen het politiek bestel niet te klagen had, en hij in zijn campagne een vermogen aan zendtijd op de televisie heeft uitgegeven, is het hem niet gelukt. De meerderheid bewaarde haar kalmte en bleef bij het midden dat zich dan ook niet aan zelfverwoesting had prijsgegeven.

De grote schrik door een 'ruk naar rechts' is ons bezorgd door de Russen die de avonturiersvereniging van Zjirinovski tot grootste partij hebben gemaakt. Maar ook in Rusland is alles uitzonderlijk: de desorganisatie van het bestuur, de economie en het onverwerkte verleden van de communistische nederlaag.

In andere democratische of naar democratie strevende landen hebben zich geen figuren van het formaat Berlusconi, Perot en Zjirinovski aangediend. De Duitse politiek heeft geen grote volksmenner voortgebracht, de machtigen uit het bedrijfsleven blijven bij hun leest en de belangrijke media hebben zich een traditie van kritische onafhankelijkheid verworven. België is rijk aan schandalen maar er is geen sterke man verschenen die het volk daarvan zal bevrijden. Frankrijk heeft Le Pen: als die de reddende leider wil worden had hij het al moeten zijn. Wij hebben op het ogenblik het IRT, de hoofdcommissarissen, de asielzoekers en de werkloosheid maar de redder die in de coulissen staat kan nauwelijks uit zijn woorden komen. Alle reusachtige verschillen in aanmerking genomen zijn de Italianen en de Russen de enigen die via de stembus een instant-redder hoog in de politieke hiërarchie hebben gezet.

Kunnen we bij zoveel nationale verschillen en zo weinig spectaculaire bewijzen van een algemeen democratisch verschijnsel spreken? In Italië - in ieder geval formeel katholiek, relatief groot verschil tussen arm en gemiddeld welvarend, landelijk verdeeld in het industriële noorden en het achterblijvende zuiden - is de politieke aardverschuiving tientallen jaren geleden begonnen met corruptie. Uit recente schandalen is gebleken dat het tot in de toppen van het politiek bestel wemelde van medeplichtigen, maar dat was allang een publiek geheim. Onder de corruptie is de staat geërodeerd, heeft zijn geloofwaardigheid verloren. Corruptie werd tot norm, een onmisbare techniek in de strijd om het bestaan. Het resultaat van de verkiezingen is een geslaagde uitbarsting van protest tegen deze toestand. Maar betekent dit ook dat de staat in zijn geloofwaardigheid is hersteld? Dat moet nog worden bewezen. De Italianen hebben voor een man gekozen, een amateur in de democratie die, verwijzend naar zijn geslaagdheid in het bedrijfsleven, belooft dat hij binnen een paar jaar in de politiek iets zal herstellen dat daar in drie of vier decennia grondig is afgebroken. In het gunstigste geval hebben de Italianen niet gekozen voor het herstel van de staat in zijn geloofwaardig fatsoen maar voor een sterke man en diens belofte.

In dit opzicht is Italië, met alle respect voor zijn kwaliteiten die niets met politiek te maken hebben, een karikatuur. Maar ook een karikatuur kan leerzaam zijn. In alle westerse democratieën wordt op een of andere manier, naar de wijze van het land, de geloofwaardigheid van de staat aangetast. Dat doet de staat niet zelf; dat wordt gedaan door zijn politieke klasse, de bestuurders, het parlement, de partijen, onafhankelijke critici in de media en tenslotte de kiezers die dan krijgen wat ze verdienen. Als de politieke klasse het in deze tijd laat afweten, vaak met de allerbegrijpelijkste verontschuldigingen, verwijzend naar overstelpende overmacht, maar niettemin: laat afweten, verschijnen automatisch de kwakzalvers op het toneel. Daarvan hebben de westerse democratieën er de laatste jaren een grote variëteit ontwikkeld: van de managers uit het bedrijfsleven die de varkentjes van de dag zullen wassen - Perot - tot de platste demagogen die de goedgelovigen wijsmaken dat met verdubbeling van de politiemacht en de gevangeniscapaciteit en het sluiten van de grenzen alles is opgelost - Le Pen.

Italië moet zijn karikatuur nog afmaken. Misschien ontpopt Berlusconi zich tot een verstandig politicus. Hij heeft al beloofd dat hij zijn televisiebelangen zal 'afstoten'. Misschien wint hij daardoor een begin van het vertrouwen dat nodig is om, van compromis tot compromis, een paar jaar een politiek te voeren die de geloofwaardigheid van de staat zal herstellen. Dat is de manier om bij de kiezers de overuiging te vestigen dat de wetten doelmatiger en rechtvaardiger zijn dan ze geloofden en dat het dus beter is zich daaraan te houden dan de beproefde technieken van de kleine corruptie te volgen. In die kleine corruptie zijn de Italianen allang geen karikatuur meer, zoals iedereen weet die het binnenlands nieuws van de Nederlandse kranten volgt. In Italië is een uitgeholde staat door een sterke man vervangen. Hoe hol de onze is en de andere in het Westen zijn weten we nog niet.