Clownerietjes van mislukte Clouseau

Son of the Pink Panther. Regie: Blake Edwards. Met: Roberto Benigni, Claudia Cardinale, Herbert Lom, Burt Kwouk. In 12 theaters.

0 Wie zich ooit gek gelachen heeft om een van de fameuze 'Pink Panther'-films, de pastiches van Blake Edwards op de 'whodunnit' die een genre op zich werden, zal altijd blijven dorsten naar meer. En dat is problematisch, want de acteur Peter Sellers die gestalte gaf aan Pink Panther-held Inspecteur Clouseau, overleed in 1980 en niemand, niemand, niemand wist na hem zo volmaakt natuurlijk te vragen of er misschien 'a reum' vrij was en of hij misschien 'the pheune' kon gebruiken. Blake Edwards deed wat hij kon: na Sellers' dood maakte hij nog Trail of the Pink Panther met restmateriaal - kleine scènes rond Sellers die bij een eerdere gelegenheid waren afgekeurd. In 1983 probeerde hij het weer, nu met een nieuwe detective. Curse of the Pink Panther heette die film en de jonge Amerikaanse komiek Ted Wass creëerde er een waardige pendant van Clouseau in: een aan Superman Clark Kent herinnerende stoethaspel die, gewapend met in plaats van een zwaar Frans een druilerig Amerikaans accent, achter de legendarische diamant aangaat die 'de roze panter' wordt genoemd en die en passant elke boef die zijn pad kruist per ongeluk inrekent. De film was niet volmaakt maar beloofde veel en tot nu toe verwachtte ik een vervolg. Blijkbaar was Edwards er niet tevreden over want daarwe hoorden niets meer van Ted Wass noch van een nieuwe speurtocht naar de pink panther.

Tien jaren verstreken en nog blijkt Edwards het niet te hebben opgegeven: Son of the Pink Panther heet de achtste P.P.-film en niet Ted Wass maar de Italiaanse komiek Roberto Benigni speelt de hoofdrol, als de ondergeschoven zoon van Inspecteur Clouseau. Hij wordt omringd door oude bekenden: Herbert Lom als de verzenuwde commissaris Dreyfuss, Burt Kwouk als de Oosterse vechtmeester Cato, Graham Stark (een onderschat komisch acteur wiens talent slechts gelegenheid krijgt te schitteren in de films van Blake Edwards) als de vermommingenspecialist Dr. Balls, ze zijn allemaal present en allemaal vervullen ze hun rol met evenveel enthousiasme. Voor- en toevallen zijn net zo geslaagd flauw als in alle eerdere films, het verhaalverloop is naar behoren verwarrend en plat en de stijl zo grof en kolderiek als we mogen verwachten. Het helpt niets. Son of the Pink Panther is een jammerlijke mislukking en dat komt door het luie optreden van Roberto Benigni als Clouseau jr.

De dodelijke ernst waarmee Peter Sellers zijn personage opvoerde, verving Benigni door behaagzieke clownerietjes, Sellers' gewiekst ontkennen van welke pech dan ook door lollig doen. Het Franse accent waaraan Clouseau sr. zijn cachet ontleende en waarmee hij zijn grootse belang onderstreepte, grijpt Clouseau jr, met Italiaanse tongval, aan om zo onnozel mogelijk te doen. Maar het ergste is dat hij Clouseau zijn onwrikbare zelfvertrouwen ontstal. Clouseau sr. kon oprecht teder over de gelijke leggers van een gymnastiek-brug strelen onder de verzuchting 'I was known as Pavlova of parallels' om vervolgens met een sierlijke zwaai het naastliggende trapgat in te verdwijnen. Clouseau jr. zou geen tijd hebben voor zo'n nostalgische overweging: die schreeuwt al moord en brand voor hij welk idee dan ook onder zijn pet toelaat.

    • Joyce Roodnat