Chinese aanpak Noord-Korea 'waarschijnlijk effectiever'

PEKING, 30 MAART. De Zuidkoreaanse president Kim Young Sam heeft vandaag aan het eind van zijn vierdaagse bezoek aan China, ondanks het uitblijven van Chinese beloften om de druk op Noord-Korea op te voeren, zijn krachtige vertrouwen uitgesproken in een vreedzame oplossing van de crisis over het kernwapen-programma van de Noordkoreaanse dictator Kim Il Sung.

Hij deed dit in een persconferentie die alleen toegankelijk was voor Zuidkoreaanse journalisten. Kim zei volgens het Zuidkoreaanse persbureau Yonhap: “Ik heb het volste vertrouwen dat wij Noord-Korea zonder enige gewapende strijd kunnen verslaan en dat wij vrede en stabiliteit op het Koreaanse schiereiland kunnen handhaven. Ik heb tegenover de Chinese leiders bevestigd dat Zuid-Korea nooit enige opzet heeft gehad om het Noorden te absorberen of het te isoleren, maar dat wij klaar zijn om het te helpen.”

De indruk die de hele crisis van de afgelopen weken wekt is dat er meer dan één dimensie is: de luidruchtige, gealarmeerde supermachtsdimensie in Washington en de meer discrete multilaterale dimensie van de Oostaziatische hoofdsteden Peking, Tokio en Seoul. De Zuidkoreaanse Kim kwam naar China om een belofte te krijgen dat Peking als permanent lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties geen veto zou uitspreken als resoluties inzake strafmaatregelen tegen de Noordelijke Kim ter tafel zouden komen, maar zich hooguit van stemming zou onthouden.

China heeft zich echter sterk tegen elke vorm van druk en sancties op Pyongyang verklaard en stelt zich consistent op het standpunt dat 'geduld en dialoog' de enige methodes zijn om de kwestie op te lossen. China is alleen bereid om een niet-bindende verklaring van de voorzitter van de Veiligheidsraad te steunen die een beroep op Pyongyang doet om alsnog volledige inspecties te aanvaarden.

President Kim Young Sam heeft nu ingezien en aanvaard dat de Chinese aanpak “waarschijnlijk effectiever” is. Druk en sancties op en tegen een regime dat vrijwel volledig autarkisch is zijn per definitie contraproductief. De Chinezen zijn in tegenstelling tot de Amerikanen meesters in het inschatten van hun eigen mogelijkheden op buitenlands politiek gebied. De Amerikanen hebben voortdurend belangrijke buitenlandse politieke doelstellingen geformuleerd die zij niet (alleen) kunnen realiseren, noch in Somalië, noch in Haïti of Bosnië, maar ook en met name in China zelf.

Een jaar lang hebben Clintons bewindslieden in publieke ultimata aan het adres van China gesteld dat er algehele en belangrijke vooruitgang op het gebied van de mensenrechten moest komen, anders zou de status van meest begunstigde handelsnatie (MFN) worden ingetrokken. Minister Warren Christopher van buitenlandse zaken zou eerder deze maand in Peking gaan inspecteren of China zou toegeven. Een paar dagen voor zijn aankomst begon de Chinese politie met het oppakken van dissidenten, louter en alleen om te tonen wie er baas is in China.

Christopher werd niet alleen vernederd door zijn Chinese gastheren, maar ook door de directies van alle grote Amerikaanse bedrijven, die waarschuwden dat door dit gedram alle grote orders naar Duitsland en Japan zouden gaan. Thuisgekomen sloven Christopher en zijn assistenten zich nu uit om aan het Congres te verkopen dat er toch vooruitgang met de mensenrechten in China is, want uitvoering van hun eerdere dreigementen is hen toch te machtig. Een soortgelijke situatie dreigt met Noord-Korea. Evenals tegenover China is het niet zo dat de Amerikaanse doelstellingen per se niet redelijk zijn. Maar naleving van de maatregelen die Amerika wil nemen is niet af te dwingen en al helemaal niet zonder de steun van China.

Het is zeker niet zo dat China dubbelzinnig is over de nucleaire ambities van Pyongyang. Het is er even resoluut tegen als de VS, Japan en alle belanghebbenden. Maar meewerken aan een Amerikaans actie-plan met Amerikaanse methoden is iets dat de Chinezen niet zonder forse tegenprestatie weg willen geven aan een land waarmee zij het op zoveel fronten (mensenrechten, handel, wapenleveranties) aan de stok hebben.

China kent het regime in Pyongyang beter dan enig ander land. Decennialang heeft het te stellen gehad met wanprestaties op handelsgebied. Kim Il Sung betaalt zijn crediteuren überhaupt niet, of het nou Westerse banken waren of proletarische 'bondgenoten'. Zijn diplomaten plegen terroristische aanslagen en worden regelmatig wegens smokkel gearresteerd. China had er zo genoeg van dat het sinds midden jaren tachtig relaties met Zuid-Korea ging ontwikkelen.

Die zijn nu tot volle wasdom gekomen en het land is, tot ontzetting van het Noorden, inmiddels een van de grootste investeerders en handelspartners in/van China geworden met een handelsvolume van 11,5 miljard dollar vorig jaar, meer dan tien maal het volume van Noord-Korea. De Koreaanse minderheid in de aan Noord-Korea grenzende provincie Jilin spreekt met afschuw over het Noorden en heeft de meest romantische illusies over het Zuiden.

Toch kan en wil China Noord-Korea niet geheel aan zijn lot overlaten. De Chinese buitenlandse politiek is evenals elders een verlengstuk van de binnenlandse verhoudingen en voor twee invloedrijke groepen in China is de 'vriendschap' met Noord-Korea 'onverbrekelijk', namelijk de militairen die van 1950-1953 zij aan zij hebben gestreden met de Noordkoreanen tegen de VS en voor de ideologen die de ineenstorting van een van de laatste overgebleven communistische landen op de planeet niet willen bespoedigen.

Vandaar dat premier Li Peng in zijn recente jaarrapport aan het Nationale Volkscongres verklaarde dat “de vriendschap met de Democratische Volksrepubliek Korea (weer) gegroeid is en dat samenwerking met de Republiek Korea gestaag uitbreidt”. Voor China is Noord-Korea een instrument om de Amerikanen te tonen dat zonder Peking de problemen in Oost-Azië niet kunnen worden opgelost.

Verder heeft China de afgelopen dagen duidelijk laten doorschemeren dat zijn invloed op het sinistere kluizenaars-regime in Pyongyang beperkt is. De Chinese woordvoerder Shen Guofang zei gisteren: “China heeft zich van zijn plicht gekweten. China heeft echter slechts een beperkte rol te spelen. Noord-Korea is een soevereine staat en geen ander land is in staat om het te vertellen wat het moet doen en wat niet.”

Noord-Korea voelt zich al sinds ettelijke jaren bedrogen door China, maar kan geen wraak nemen op die 'laatste bamboe-halm'. Het is zaak dat de wereld met China, Noord-Korea als potentiële oorlogsfactor elimineert, niet door een preventieve oorlog, want dat is veel te gevaarlijk, maar door het openbreken van het isolement van dit land met een gemengde zoet-zure aanpak. Sinds midden jaren tachtig was er een ongeschreven consensus dat de impasse in Korea moest worden doorbroken door middel van 'kruis-erkenning'. China en de Sovjet-Unie zouden Zuid-Korea erkennen, de VS en Japan Noord-Korea. Dat laatste is nooit gebeurd vanwege de wereldwijde neergang in het communisme en vanwege Noord-Korea's eigen raadselachtige gedrag.

Op langere termijn ligt hereniging van de beide Korea's in het verschiet. Zuidkoreanen in Peking benadrukken voortdurend dat zij geen herhaling van de Duitse aanpak willen, maar geleidelijke opening van Noord-Korea voor zuidelijke investeringen en internationale handel. Verlichtende factoren zouden moeten zijn de erkenning van Noord-Korea en een internationale conferentie met de VS, Rusland, China en Japan waarover inmiddels wordt gesproken. Dat is wat de zuidelijke Kim bedoelde met “het verslaan van de Noordelijke Kim zonder een gevecht”.

Peereboom mogen we aannemen dat hij enige verwantschap voelt met de gebundelde NRC-stukken van Adriaan van Dis.