Bukman moet kiezen tussen Groningen of Leeuwarden

GRONINGEN, 30 MAART. Minister Bukman (landbouw) wikt. Afgelopen weekeinde zou hij al een besluit nemen over de vestiging van de nieuwe regionale directie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij: in Leeuwarden of Groningen.

De beslissing moet nu morgen vallen. Uit een onderzoeksrapport van het ministerie komt de Martinistad als beste uit de bus, maar dit was eind 1992 ook zo met de vestiging van de noordelijke directie van Rijkswaterstaat. Ook toen had Groningen objectief de beste papieren, maar koos minister Maij-Weggen toch voor Leeuwarden, om tot “evenwichtige” spreiding te komen. (Groningen had immers al de PTT en de Rijksdienst voor het Wegverkeer).

Op het Groningse stadhuis is men niet tevreden over wijze waarop de besluitvorming tot stand komt. Burgemeester H. Ouwerkerk wijst erop dat er bij het besluit tot vestiging van de regionale directie van Landbouw (120 arbeidsplaatsen), ondanks het onderzoeksrapport dat voor Groningen pleit, geen “eenduidige geluiden” over de keuze te horen zijn. “We hebben als gemeente meer dan tien miljoen gulden gestoken in de ontwikkeling van het Cascadeproject waar nu plaats is voor rijkskantoren. Ik heb daarvoor de handtekening van minister Alders, dan mag ik toch zeker rekenen op enige consistentie van het rijk in de besluitvorming?”

De medewerkers van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Groningen zijn al even bezorgd. Zij stuurden onlangs een brief naar de secretaris-generaal, waarin met klem wordt gewezen op de uitkomsten van het onderzoek. Daarin staat dat Groningen gezien de centrale ligging, de beschikbaarheid van kantoorruimten bij een intercitystation en het geringe aantal verhuizingen (19 in plaats van de 47 als Leeuwarden de centrale directie krijgt) de voorkeur verdient.

De medewerkers zijn bang dat er een politiek besluit wordt genomen, los van de uitkomsten van het onderzoek. Gaat het regiokantoor toch naar de Friese hoofdstad dan wil het personeel onderzoeken of het mogelijk is het ministerieel besluit te toetsen aan de nieuwe wet bestuursrecht.

In Leeuwarden wordt het besluit van Bukman met vertrouwen tegemoet gezien. De Leeuwarder burgemeester H. Apotheker weigert in dit stadium commentaar. Zijn woordvoerder stelt dat Leeuwarden in zijn knooppuntprofiel duidelijk een agro-economische speerpuntfunctie heeft, die door het rijk is onderschreven. In Leeuwarden wordt ook gewezen op de uitvoering van het herenakkoord (1989), waarmee al een zekere taakverdeling tussen Groningen en Leeuwarden tot stand kwam. Leeuwarden kreeg de agrarische opleidingen, Groningen de kunstopleidingen en het conservatorium.