BMW houdt zich stil over gewaagde overval op het Britse Rover

ROTTERDAM, 30 MAART. De geslaagde overval met bijna twee miljard D-Mark waarmee BMW voor ongeveer 80 procent eigenaar is geworden van het Britse Rover is in de verbaasde automobiel-industrie twee maanden na dato nog steeds het gesprek van de dag. Om die reden waren de belangstellenden gisteren in drommen afgekomen op een persconferentie in Munchen, waar de bestuursvoorzitter van BMW, Bernd Pischetsrieder, een toelichting gaf op de jaarcijfers van de Duitse autofabrikant, die met het behalen van zwarte cijfers een witte raaf in deze noodlijdende industrie is.

Wie had gedacht dat het geheim en de strategie achter de gewaagde overval van BMW op Rover uitvoerig uit de doeken zouden worden gedaan, kwam bedrogen uit. Financieel directeur Volker Doppelfeld van BMW onderstreepte dat de toekomst van Rover er op de lange termijn beter uitziet dan verwacht. Bovendien suggereerde Doppelfeld dat de samenwerking tussen Rover en Honda, dat gezien de jarenlange samenwerking met de Britse autofabrikant onthutst reageerde op de Duitse overval en de relatie met de Britten abrupt wilde verbreken, voor de Rover 200-, 400- en 600-modellen waarschijnlijk gewoon doorgaat. Rover heeft nog steeds een aandeel van 20 procent in de fabriek van Honda in Swindon. De Japanse dreiging om helemaal te breken met Rover, moet derhalve volgens Doppelfeld genuanceerd worden bekeken. Achter de schermen wordt tussen de drie partijen druk onderhandeld over een oplossing.

Duidelijk werd wel uit het rustige betoog gisteren in Munchen van zowel Pischetsrieder als Doppelfeld dat de Duitsers op dit moment geen enkele behoefte hebben om te pronken met hun huzarenstuk van de overval op Rover, een overeenkomst waar de autowereld zowel bewonderend als jaloers op heeft gereageerd.

Pischetsrieders overname van Rover geeft BMW toegang tot een modellenprogramma dat naadloos aansluit op het eigen programma. Daar waren de Duitse ingenieurs die vorig jaar op de automobielshow van Frankfurt stilletjes spionneerden bij Rover _ terwijl iedereen zich concentreerde op de groots opgezette mediashow van BMW zelf _ al snel van overtuigd. Er werd zelfs een bezoek aan de Rover-fabrieken gebracht onder het voorwendsel dat BMW dieselmotoren leverde voor de Range Rover en de Discovery. Maar de ware reden van het bezoek was uit te zoeken wat de produktie-faciliteiten waren bij Rover, dat met behulp van de Japanse technologie van Honda inmiddels was uitgegroeid van een wat sukkelende autofabrikant tot een ultra-modern en efficient bedrijf.

Het rapport dat bij Pischetsrieder op tafel kwam zag er indrukwekkend uit. Vooral door het feit dat de Duitsers vasthouden aan achterwielaandrijving en de Britten zweren bij voorwielaandrijving bracht het technische management in Munchen in een opgewonden stemming. De Rover 200- en 400 serie sluit mooi aan bij de 3-serie van BMW, de Mini is een auto die BMW koestert aangezien Pischetsrieders grootvader daar de ontwerper van was en de Rover 600-serie past naadloos tussen de BMW 3- en 5-serie.

Maar het absolute pronkstuk waar de Duitsers op uit zijn is de Land Rover. Het model geeft BMW toegang tot een markt waarop het zelf niet actief is, maar die een potentiele goudmijn voor de Duitse fabrikant kan betekenen. De Land Rover is een marktleider op zijn gebied, die met ruggesteun van met name het BMW-dealernet in de Verenigde Staten wel eens onverslaanbaar zou kunnen blijken. Uit de inkomsten zou het Duitse bedrijf wellicht een groot gedeelte kunnen halen van de twee miljard die aan British Aerospace is betaald voor de overname van Rover.