Berlusconi bereid bedrijf op te geven voor premierschap

PAG.5 ANALYSE

ROME, 30 MAART. Silvio Berlusconi heeft verklaard dat hij bereid is zijn zakenimperium op te geven of delen daarvan te verkopen, als sommigen dat zien als een belemmering voor hem om premier van Italië te worden. Nu de definitieve uitslagen de grote verkiezingsoverwinning van rechts en de eerste plaats voor zijn partij Forza Italia hebben bevestigd, verwacht Berlusconi dat de problemen in de rechtse alliantie opgelost kunnen worden.

Umberto Bossi van de federalistische partij Lega Nord, een van de twee bondgenoten van Berlusconi, blijft zich verzetten tegen de kandidatuur van Berlusconi voor het premierschap, maar voegde daar gisteravond aan toe dat de Lega de vorming van een rechts kabinet niet zal blokkeren.

Bossi heeft het morele recht opgeëist om een hoofdrol te spelen in de vorming van een nieuwe regering. Wij hebben de oorlog gevoerd tegen het oude bestel, dus moeten wij ook vooraan staan bij de opbouw van het nieuwe, aldus Bossi en andere Lega-leiders.

Centraal in de discussie met de Lega staat Berlusconi's positie als ondernemer. Toen hij twee maanden geleden de politiek instapte, heeft hij al zijn bestuursfuncties in zijn Fininvest-concern neergelegd. Maar hij is nog wel eigenaar van de groep die commerciële tv-zenders, een warenhuis- en bioscoopketen, financiële instellingen en een uitgeverij omvat.

“Ik heb gehoord dat sommige mensen hebben gezegd dat ik mijn bedrijven moet verkopen, als ik premier wil zijn”, zei Berlusconi gisteravond in een gesprek met de staatszender Rai. “Laten zij zich maar melden. Als iemand ze wil kopen heb ik daar niets tegen. Maar de prijs moet juist zijn, een prijs die de waarde weerspiegelt van iets dat met bloed, zweet en tranen is opgebouwd.”

De leider van Forza Italia, met 21 procent van de stemmen in één klap de grootste partij, probeerde critici gerust te stellen die verwachten dat hij als premier zijn zakelijke belangen zal verdedigen. “Ik zal in het belang van iedereen werken. Gezien het feit dat de regering een regering voor iedereen moet zijn, zullen mijn persoonlijke belangen ver achter raken en waarschijnlijk volledig worden vergeten.”

In een ander gesprek zei Berlusconi dat hij bereid is een van zijn tv-zenders te verkopen, om een einde te maken aan zijn feitelijke monopolie op commerciële televisie.

Pag.5: Onderhandelingen over kabinet Italië begonnen

De onofficiële onderhandelingen over de vorming van een kabinet zijn al begonnen. De neofascistische leider Gianfranco Fini, de derde partij in de rechtse alliantie, heeft gisteren een gesprek van drie uur gehad met Berlusconi. Na afloop herhaalde hij dat Berlusconi de meest aangewezen kandidaat is voor het premierschap.

Het zal nog zeker drie weken duren voordat de echte kabinetsformatie begint. Op 15 april komt het nieuw-gekozen parlement voor het eerst bijeen. Dan moeten Kamer van Afgevaardigden en Senaat een voorzitter kiezen, daarna kiezen de fracties hun fractievoorzitter en pas dan begint de president de consultaties over de vorming van een nieuw kabinet. Tot die tijd blijft premier Carlo Azeglio Ciampi aan.

In de loop van de middag is gisteren de definitieve uitslag voor de Kamer van Afgevaardigden bekendgeworden. De rechtse alliantie heeft een absolute meerderheid behaald, met 366 van de 630 zetels. Links krijgt 213 zetels, het centrum 46. Vijf zetels gaan naar kleinere partijen.

Opvallend is dat het centrum maar vier zetels heeft behaald door een overwinning in een kiesdistrict. Het laat zien hoe het sterk het centrum knel is komen te zitten tussen de linkse en rechtse blokken. Omdat een kwart van de parlementszetels wordt verdeeld volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging, is het centrum niet helemaal weggevaagd. De Italiaanse volkspartij, opvolger van de christen-democraten, kreeg 11,1 procent en de politieke-hervormingsbeweging van de voormalige christen-democraat Mario Segni 4,6 procent. Bij de parlementsverkiezingen in 1992 kregen de christen-democraten nog 27,9 procent van de stemmen.

De socialistische partij, met de christen-democraten hoofdrolspeler in de corruptieschandalen, is vrijwel weggevaagd, van 13,6 procent twee jaar geleden naar 2,2 procent nu. Omdat de partij niet de vier-procent drempel heeft gehaald, krijgt zij geen zetels uit het blok van een kwart dat volgens evenredige vertegenwoordiging wordt verdeeld.

De Lega Nord is vergeleken met 1992 0,2 procent achteruit gaan, naar 8,4 procent landelijk, terwijl de ex-communistische Democratische Partij van Links is gestegen van 16 naar 20,4 procent. De anti-mafiapartij La Rete is er niet in geslaagd buiten Sicilië stemmen te winnen en kreeg 1,9 procent landelijk, twee tiende meer dan twee jaar terug.

    • Marc Leijendekker