Winst IHC Caland stijgt tot 53,5 miljoen gulden

SCHIEDAM, 29 MAART. De Schiedamse leverancier van materieel voor de olie-, gas- en baggerindustrie IHC Caland heeft zijn winst vorig jaar met 17,5 procent zien oplopen tot 53,5 miljoen gulden.

Het zijn cijfers die algemeen directeur J.D. Bax echter weinig zeggen. Het succes van zijn onderneming heeft volgens hem heel andere factoren. Qua omzet (775 miljoen) staat IHC Caland volgens de berekening van Bax op de 50ste plaats in Nederland. Maar wat aantallen werknemers betreft (“1800 en nog wat”, aldus de directeur) is het bedrijf veel lager gepositioneerd.

“De reden van de winstgevendheid ligt in het feit dat wij zoveel mogelijk werk uitbesteden”, verklaarde Bax in een toelichting op de jaarcijfers. “Je ziet dat tegenwoordig bij veel concerns. Wat is Fokker nog meer dan een assemblagefabriek? De onderdelen komen van elders. Bij ons is dat al een trouvaille van jaren her. Je moet zo weinig mogelijk mensen in dienst hebben met het oog op het risico van een plotseling krimpende markt.”

Het merendeel van de mensen die bij IHC Caland werken, bestaat volgens Bax daardoor uit “witte boorden personeel”. Veel werk wordt uitbesteed in Oost-Europa (Polen). Machines, pomphuizen en reserve onderdelen. “Het Oostblok werkt voor een habbekrats.”

Volgens Bax moet het succes van IHC Caland minder worden afgemeten aan de winst dan aan de kasstroom. Die nam vorig jaar toe van 78,9 tot 123,9 miljoen gulden. Hij beschouwt de constatering van een aantal analisten dat het sein bij IHC Caland op rood staat door de teruggelopen orderportefeuille - vorig jaar 707 miljoen tegenover ruim een miljard het jaar daarvoor - een volledig verkeerde inschatting. Sterker nog, de resultaten zullen de komende jaren bij IHC Caland alleen maar toenemen, voorspelt Bax, want het bedrijf heeft evenals de grote baggerbedrijven waaraan het materieel levert nauwelijks last van de recessie. De olieprijs mag dan op een laag pitje staan, oliemaatschappijen zijn bonafide betalers die fors investeren in nieuw (offshore)materiaal als bij voorbeeld drijvende produktie- en opslagsystemen.

Wanbetalers zijn ook een zeldzaamheid in een aantal andere niche-markten waarin IHC Caland zijn geld verdient. China en Shell zijn op dit moment de grote klanten van het bedrijf. De Chinese order voor 180 miljoen gulden voor twee passagiers- annex containerschepen heeft zelfs een rol gespeeld bij het besluit van IHC Caland om de bijna failliete werf De Merwede over te nemen. “Maar wat zegt dat in deze cyclische markt allemaal”, mijmert Bax. “Bij onze dochter IHC Holland (speciale scheepsbouw en baggermateriaal) reed de deurwaarder in 1988 ook al voor de poort.”

Aanvankelijk wilde IHC Caland De Merwede overnemen uit strategisch oogpunt om de concurrentie geen kans te geven deze werf in bezit te nemen. Met de goed gevulde orderportefeuille (die ook twee multi-purpose schepen voor Spliethoff omvat) kan De Merwede - waar het evenals bij de andere IHC Caland-bedrijven in de bedoeling ligt in de toekomst zoveel mogelijk werk uit te besteden - weer even vooruit.