Veel slordigheden en fouten in chaotische snelrechtsessie

ROTTERDAM, 29 MAART. De politierechter wist de vele Hassans, Ali's en Ismaëls nauwelijks uit elkaar te houden. “Hebben we ze nu allemaal gehad?”, verzuchtte rechter R. Lensink-Bosman nadat er weer een stoet geketende Noordafrikaanse jongeren langs de tafel was getrokken.

Gisteren stonden 49 'drugsrunners' voor de Rotterdamse politierechters in een chaotische snelrechtsessie. Dossiers raakten zoek of waren voorzien van verkeerde namen en foto's, tussen de drugsrunners was per ongeluk een zakkenrollertje verzeild geraakt en een verdachte die in een arrestantencel zat te wachten, werd bij verstek veroordeeld. Maar foutjes horen nu eenmaal bij het snelrecht, zo meenden de rechters, en ze veroordeelden wegens uitlokking tot drugshandel 31 verdachten tot twee maanden celstraf. De minderjarigen kregen enkele weken tuchtschool. Acht zaken werden aangehouden, de meeste vonnissen gingen direct na de zitting in.

De 49 verdachten werden vrijdagnacht opgepakt tijdens een internationale actie tegen het drugstoerisme. Officier van justitie J. Wittop Koning, die standaard drie maanden eiste, was achteraf zichtbaar ingenomen met het resultaat en kondigde aan dat de acties tegen het drugstoerisme naar Rotterdam tot juni doorgaan. Want de reputatie van Nederland staat op het spel, zo stelde hij herhaaldelijk.

Vrijdagnacht gingen zevenhonderd Nederlandse, Franse en Belgische agenten op jacht naar drugsrunners. Die wijzen vanaf de A16 (Antwerpen-Rotterdam) of in het centrum van Rotterdam drugstoeristen de weg naar dealpanden en gaan in hun klantenwerving soms agressief te werk. Tot dusver pakte men de runners meestal voor overtreding van de Verkeerswet. Ze veroordeeld te krijgen op artikel 10a van de Opiumwet - uitlokking tot drugshandel - bleek minder eenvoudig.

In september werd al op bescheiden schaal geëxperimenteerd met 'lokwagens', vrijdagnacht werd dit middel op grote schaal ingezet. Gemengde groepjes van slordig geklede Nederlandse, Belgische en Franse agenten reden in wrakkige auto's met buitenlandse nummerplaten rond, wachtend tot de runners hen benaderden. In de loop van de nacht werden zeventig verdachten binnengebracht, 21 van hen konden na verhoor vertrekken. De samenwerking moet vooral gezien worden als een internationale pr-actie, zo stelde agent S. van der Beek, die vrijdagnacht de arrestanten 'afhandelde': “De Belgen en Fransen gaan allemaal terug naar hun eigen korps en vertellen daar dat we in Nederland helemaal niet zo soft zijn met drugs.”

Met het oog op dit grotere belang tolereerden de politierechters de vele vormfoutjes, de summiere dagvaardingen en de bijna gestandaardiseerde processen-verbaal. “Ik constateer dat door het massale karakter van de actie slordigheden zijn opgetreden en dat de verdediging daardoor lastig en ergerlijk kan zijn. Maar dat is nog geen reden tot vrijspraak of niet-ontvankelijkheid voor het openbaar ministerie”, zei politierechter Chr. van de Grampel. Al werd het ook de rechters soms te gortig. Zo werd het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard bij een dagvaarding die was ondertekend door de niet bestaande officier van justitie mr. Rotterdam.

De 49 runners deden intussen wat hen in dit soort omstandigheden wijs leek: alles ontkennen. Allen reden ze nietsvermoedend over de A16 of slenterden ze door de stad toen ze naar de politieauto's waren gelokt en zonder enige aanleiding gearresteerd. Bijna niemand wist dat een 'snuifgebaar' met duim en wijsvinger een internationaal signaal voor hard drugs was, velen hadden nog nooit van heroïne of cocaïne gehoord, laat staan dat ze met de agenten over de prijs hadden onderhandeld.

Sommige ontkenningen kregen ongewild een komisch karakter, zoals in het geval van de verdachte die eerst zei nooit eerder in Rotterdam te zijn geweest en vervolgens beweerde bij de undercover-agenten in de auto te zijn gestapt om hen de weg naar het station te wijzen.

Sommige verdachten kregen pas tijdens de zitting een raadsman toegewezen. De advocaten waren verontwaardigd over hun korte voorbereidingstijd, merkten op dat rond sommige dossiers de geur van uitlokking hing en hekelden de standaard-formuleringen in de processen-verbaal, waarop de agenten deels met kruisjes konden aangeven hoe het contact met de drugsrunners was verlopen.

Advocaat Spigt: “De formuleringen zijn vaag, er is in de verbalen bijvoorbeeld sprake van runners die agenten in Frans en/ of Nederlands aanspreken. Terwijl zorgvuldigheid hier zeker geboden is, het gaat om forse vrijheidsstraffen.”

    • Coen van Zwol