Stanley Rensch over de bezetting van de dam; 'Suriname is absoluut nog geen rechtsstaat'

PARAMARIBO, 29 MAART. Op verzoek van de gegijzelde Suralco-werknemers in de Afobakadam sprak de Surinaamse mensenrechtenactivist Stanley Rensch vorige week dinsdag met de 'rebellen' van het Surinam Liberation Front (SLF). Rensch is directeur van het mensenrechtenbureau Moiwana '86, genoemd naar het bosnegerdorp waar de militairen van Desi Bouterse in 1986 een slachting aanrichtten. Op de dam besprak Rensch de op een computervel geprinte eisen van de bezetters - aftreden van de regering, beter onderwijs in het binnenland, decentralisatie van de macht - en kreeg vier gijzelaars vrij. Een dag later greep het leger in en maakte een eind aan de bezetting: de terroristen zouden zijn gedood of verjaagd.

Zondag onthulde Rensch dat de officiële versie van de gebeurtenissen een verzinsel moet zijn geweest. Er waren geen doden, de bandieten kregen van het leger alle gelegenheid te ontsnappen en met hun acties door te gaan. Rensch baseert zich op informatie van één van de ontsnapte SLF-leden, de boslandcreool André Bappa, een medewerker van Moiwana '86 die na de bevrijding van de dam contact met hem legde. “Bappa is geloofwaardig, daar ben ik van overtuigd”, zegt Rensch, gezeten in een schommelstoel in de achterkamer van zijn woonhuis in Paramaribo.

Hij ziet de actie als een uitbarsting van onvrede onder enkele van de 40.000 bosnegers (tien procent van de bevolking), die zichzelf sinds jaar en dag in Suriname als een achtergestelde groep beschouwen.

Volgens Rensch hebben Bouterse en Cornelis Maaisi, de ontsnapte crimineel die de bezetting van de dam leidde, deze maand in het Brokopondo-gebied met elkaar gesproken. Ook Melvin Linscheer - de legeroverste die de dam 'bevrijde' - zou contact heben gehad met Maaisi. Bouterse beschuldigt Rensch er op zijn beurt van te hebben geweten dat de dam zou worden bezet; een aantijging die Rensch verwerpt als onzinnig.

De regering heeft nog niet gereageerd op de berichten van Rensch over de gebeurtenissen bij de dam. Linscheer en landmachtcommandant H. Jannasch lieten gisteren op persoonlijk titel weten dat Rensch eigenlijk door de politie moet worden gehoord omdat hij contact heeft gehad met de 'terrorist' Bappa. Bouterse houdt morgen een toespraak.

Volgens Bappa heeft Maaisi voor de actie gesproken met Bouterse. Hij was ook een goede bekende van Linscheer. Toch zegt Bappa dat de bezetting van de dam niet door Bouterse is georganiseerd. Gelooft u dat?

“Ja ja, daar ga ik vanuit. U moet er rekening mee houden dat de bewoners van het binnenland wel uit eigen beweging tot terreurdaden kunnen overgaan om hun onlustgevoelens af te reageren. Bovendien, Bappa is een lastige jongen die zich niet zomaar laat sturen door een ander. Maar volgens onze informatie was Bouterse dus wel van tevoren op de hoogte van de actie - en ik kan me voorstellen dat hij er blij mee was. Hij heeft belang bij onrust in het land.”

De regering sloot in 1982 een vredesakkoord met opstandige groepen van boslandcreolen. Waarom grijpen zij juist nu weer naar terreur?

“Maar dat vredesakkoord wordt helemaal niet uitgevoerd! De bewoners van het binnenland zouden grondrechten krijgen, eigen economische zones om het land te bewerken. Daar is niets van terechtgekomen. Niets! Terwijl de economie achteruit holt worden zij nog steeds niet voor vol aangezien. En die situatie criminaliseert hen. De jonge generatie boslandcreolen zonder uitzicht op een beter leven is een tijdbom onder Suriname.”

Bappa heeft gezegd dat er meer acties komen. Dreigen er meer aanslagen zoals die op de dam?

Ik weet het niet. Ik heb daar niet over doorgevraagd. Maar je kunt je van alles voorstellen, zoals het blokkeren van houttransporten naar Paramaribo. De stad is kwetsbaar.''

Maar keurt u dit soort geweld goed?

“Nee, nee. Geweld werkt nooit. Het richt altijd nodeloze schade aan en speelt mensen in de kaart die er om eigen redenen belang bij hebben de samenleving te ontwrichten. Ik vind dat de regering maatregelen moet nemen ten gunste van de bewoners van het binnenland om dit soort toestanden te voorkomen. Men moet de mensenrechten van de boslandcreolen, de Marrons, eindelijk eens eerbiedigen.”

Zijn de gebeurtenissen bij de dam voor u een aanwijzing dat van een rechtsstaat in Suriname nog geen sprake is?

“Dat klopt. Van een rechtsstaat is absoluut nog geen sprake. En men maakt er ook geen haast mee. Het is geen kwestie van wetten maken en verdragen sluiten, zoals deze regering doet, maar van ze uitvoeren. Je moet mensen ter verantwoording roepen. Er zijn zoveel onopgeloste zaken: de decembermoorden natuurlijk, maar ook de massamoord in Moiwana, de executie van de lijfwachten van Brunswijk, de verdwijning van vier indiaanse jongens, de moord op politieagenten in Tamanredjo. “Men durft dit soort dingen kennelijk niet aan te pakken. Normaal gesproken moet het openbaar ministerie haar werk doen, en moet de regering daarop aandringen. Maar hier gaat het net andersom. De regering fluit het openbaar ministerie terug om redenen van staatsveiligheid.”

Heeft u vertrouwen in het onderzoek dat bevelhebber Gorré wil instellen naar de gebeurtenissen bij de dam?

“Ik geef hem het voordeel van de twijfel. Ik ga er vanuit dat hij te goeder trouw is. Gorré heeft natuurlijk een immens moeilijke klus met het huidige militaire apparaat. Hij moet vertrouwen op mensen die hem rapport uitbrengen. Maar kennelijk zijn er bij de loyaliteit van bepaalde legeronderdelen grote vraagtekens te plaatsen.”

    • Sjoerd de Jong