Schijn en wezen

Ik vraag me wel eens af, of het wel redelijk is om van een coach te eisen, dat hij Napoleontische kwaliteiten bezit. Zo wordt er in Nederland hier en daar aan getwijfeld of Dick Advocaat de van God gegeven superstrateeg is die Oranje straks in Amerika zo graag zou willen bezitten. Natuurlijk zou het enkele handjes helpen indien er in Washington, Orlando en elders een leidinggevend persoon vanuit de Nederlandse dug-out het Oranje-orkest naar de overwinning zou kunnen dirigeren. Maar voor mij blijft de eenvoudige waarheid keihard overeind staan, dat de spelers het moeten doen en dat de invloed van de coach slechts van betrekkelijke waarde is.

Een tijd lang gold de Argentijn Cesar Menotti als een geweldenaar, maar zodra een paar spelers in vorm terugliep glipte het grote succes hem tussen de vingers door. Zonder de uitbarsting van schotvaardigheid van Mario Kempes in de verlenging van de wereldkampioenschapsfinale tegen Nederland in 1978 zou Menotti met lege handen zijn achtergebleven. Dat wil niet zeggen, dat hij geen goede coach was, maar wel dat de afhankelijkheid ten opzichte van zijn spelers dermate groot was, dat er geen reden mag zijn om van unieke bekwaamheden van de coach te spreken. In de grond der dingen is voetbal een simpel spel, waarbij de coach de beste spelers moet opstellen in de beste posities voor het collectief. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar er komt geen zwarte kunst aan te pas en allerminst bovenaardse vaardigheden. Zelfs Cruijff bezit die niet, ook al wordt hij door sommigen permanent op de Olympus gestationeerd. Verder mag van de elftalopsteller worden verlangd, dat hij zorgt voor een goede sfeer in en rond de ploeg. Vier jaar geleden is dat leo Beenhakker deerlijk mislukt, maar aangezien het met onwillige honden kwaad hazen vangen is, lijkt het de vraag of men Beenhakker daarom naar de brandstapel mag verwijzen. Tenslotte deed hij het een tijdlang goed in Madrid, maar werd hij smadelijk ontslagen in Saoedi-Arabië, waar hij de gedachtengang van de sheiks kennelijk niet goed inschatte.

Persoonlijk heeft Raymond Goethals mij nooit kunnen imponeren, maar het kan best zijn dat zijn onverstaanbare taaltje mij heeft misleid. Plus het (onbelangrijke) feit, dat hij bruine schoenen onder een hemelsblauwe pantalon droeg. Kan hij het zo lang in prominent voetbal hebben uitgehouden zonder vaardigheden? Zowel bij de nationale Belgische ploeg als bij Olympique Marseille boekte deze wonderlijke man grote successen. Het is een raadselachtige bezigheid, die van coach. Michels kreeg de zaken bij Ajax en Oranje ook pas goed op de rails toen hij Cruijff en Keizer kon opstellen. De sentimentele brulboei, dr. Fadhronc, werd niet goed genoeg geacht voor een wereldkampioenschap, zodat hij Michels boven zich kreeg. Maar in een uitwedstrijd tegen Griekenland besloten de Nederlandse spelers, uit genegenheid voor hun coach, ettelijke stapjes harder te lopen - daardoor werd er met 5-0 gewonnen.

Een trainer in grote moeilijkheden is Louis van Gaal, nu Ajax wankelend door het leven gaat. Van zijn technische en organisatorische prestaties mag men overtuigd zijn. Maar dat is geen garantie voor permanente prestaties. Soms valt het elftal uiteen in elf losse deeltjes zonder zelfvertrouwen en moet de coach maar weer zien er binnen de kortste keren een redelijk-functionerend geheel van te maken. De fout van Louis van Gaal is wellicht dat hij overdreven-hoog opgeeft van het veldspel van zijn spelers en naar buiten toe vaak erg mild oordeelt over de door hen gemiste scoringskansen. Ik vind hem niettemin een boeiende, gedreven man. Hij heeft echter een vak gekozen dat blijkbaar vele betrokkenen bijna wekelijks verleidt tot het innemen van een standpunt dat lang niet altijd spoort met de werkelijkheid.

    • Herman Kuiphof