Ruziënde gynaecologen in Helmond beloven beterschap

HELMOND, 29 MAART. De directie van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond heeft maatregelen genomen om de samenwerking tussen de vijf ruziënde gynaecologen te bevorderen en het vertrouwen van de patiënten terug te winnen.

Een van de vijf vrouwenartsen vertrekt, een ander zal voortaan slechts poliklinische behandelingen verrichten. Verder wordt een extern begeleider aangetrokken, waarschijnlijk een oud-hoogleraar gynaecologie, die maandelijks een rapportage uitbrengt aan de directie van het ziekenhuis over het functioneren van de gynaecologen. De artsen hebben beloofd voor “constructieve medewerking en attitude jegens elkaar, de externe begeleider en directie” te kiezen.

Het Helmondse ziekenhuis staat in het middelpunt van de belangstelling na een rapport van de inspectie voor de volksgezondheid in Noord-Brabant. Hierin stelt de geneeskundig inspecteur, H. Plokker, dat zeker twee en waarschijnlijk vier baby's in het ziekenhuis zijn overleden als gevolg van interne conflicten binnen de maatschap verloskunde-gynaecologie. Een patiënt verklaarde op de televisie dat een gynaecoloog in het Helmondse ziekenhuis had gezegd dat haar kind niet was overleden als een andere gynaecoloog dienst had gehad.

Het botert al jaren niet tussen de vijf leden van het maatschap gynaecologie en obstetrie in het Elkerliek Ziekenhuis, eigenlijk al vanaf het moment dat zij zes jaar geleden na de fusie van het Willibrordus Ziekenhuis in Deurne en het Lambertus Ziekenhuis in Helmond bij elkaar werden geplaatst. Het zou gaan om ruzies over geld en competentie. Als gevolg hiervan heeft een van de vijf gynaecologen, F. Berkhout, inmiddels het veld geruimd. “Hij acht zich wegens onverenigbaarheid van karakters niet langer in staat om professioneel te functioneren”, zo luidde het gisteren in een officieel persverklaring van de directie. Maar volgens een van zijn voormalige collega's is hij “eruit geflikkerd”.

Dat de kwestie zo lang heeft doorgewoekerd, wijten de meeste betrokkenen aan de onafhankelijke positie van de maatschap binnen het ziekenhuis. Het is vrijwel onmogelijk om als directie of medische staf op te treden. “Ik heb wel eens geprobeerd als een zieleknijper met ze te praten, maar veel effect heb ik daar nooit mee gehad”, aldus de voorzitter van de medische staf, de cardioloog dr. J. Zijlstra. Hij spreekt over “een loopgravenoorlog”. Volgens een gynaecoloog in de maatschap is er sprake geweest van een “gedwongen huwelijk”. “In een slecht huwelijk kun je besluiten uit elkaar te gaan, maar in een maatschap kun je niemand eruit donderen.”

Volgens de vrouwenartsen zelf bestaat er geen duidelijk verband tussen hun gebrek aan samenwerking en de ongelukken. Slechts bij de dood van een tweeling in december 1992 zou dit het geval kunnen zijn geweest. Tijdens het overdragen van de dienst was geen informatie gegeven over de toestand van de vrouw, op grond waarvan een andere beslissing bij de bevalling genomen had kunnen worden. Een van de gynaecologen wijst erop dat de zogeheten peri-natale sterfte even hoog is als in de rest van Nederland. Meting hiervan geschiedt door de Landelijke Verloskundige Registratie, waarmee een gynaecologische maatschap kan aflezen hoe desterfte zich verhoudt tot de maatschappen in andere ziekenhuizen. “Het is een elegante wijze om te kijken hoe je functioneert”, aldus prof. dr. J.W. Wladimiroff, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Hij verklaart dat de kwaliteit van de betrokken gynaecologen niet ter discussie staat.

De huidige wijzigingen in de maatschap lijken uiteindelijk veroorzaakt door de verloskundigen in de Helmondse regio. “Wij hebben de bal aan het rollen gebracht”, aldus verloskundige M. Daamen. Zij sprak op 21 januari dit jaar namens de vroedvrouwen met inspecteur Plokker over de volgens hen onhoudbare toestand. “Wij willen serieus genomen worden door de gynaecologen”, aldus Daamen. “Als wij het ziekenhuis bellen met het verzoek om bepaalde dingen klaar te zetten voor een vrouw die er aan komt, dan moet dat ook gebeuren en dan moet een gynaecoloog niet steeds zeggen: 'ho ho ho, ik ben de dokter'.”

De verloskundigen hadden de laatste jaren alleen nog vertrouwen in de vrouwenartsen dr. G. Dijkhuizen en H. Janssen. Dat duo kon het ook samen goed vinden. Zij beschuldigen hun collega's ervan “als ambtenaren” te werken en in het algemeen “achterovergeleund in een hun stoel af te wachten tot ze iets moeten doen”. Vorig jaar weigerden ze een onderzoeksrapport over het functioneren van de maatschap te tekenen, omdat volgens hen voorbij was gegaan aan de werkelijke problemen. Daarop dreigde de directie hun toelatingsovereenkomst op te zeggen.

Morgenavond hebben de verloskundigen een gesprek met de voorzitter Zijlstra van de medische staf en met een van de betrokken gynaecologen, dr. R. Barentsen. “Alleen als dit gesprek positief verloopt, stellen wij vertrouwen in de genomen maatregelen”, aldus Daamen.