Ouderwetse symfonische rock voor een trouw publiek

Concert: Marillion. Gehoord: 28/3 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 29/3 Paradiso, 30/3 Philipszaal, Eindhoven, 31/3 Vredenburg, Utrecht, 6/5 Muziekcentrum, Enschede. Alle concerten zijn uitverkocht.

“Tot morgen!” Zanger Steve Hogarth van de Engelse groep Marillion was er stellig van overtuigd, dat hij bij het tweede uitverkochte Paradisoconcert vanavond weer merendeels dezelfde mensen zal treffen. Marillion heeft een trouw publiek en veel van de kaartjes werden niet op de reguliere voorverkoopadressen gekocht, maar rechtstreeks via de fanclub. Het siert de groep dat ze kiest voor en zestal optredens in betrekkelijk kleine zalen. Liefhebbers kunnen hun hart ophalen aan ouderwetse symfonische rock die met hifi-kwaliteit wordt doorversterkt. Buitenstaanders hebben er niets te zoeken, want voor hen klinkt deze muziek al snel saai, voorspelbaar en oudbakken.

Marillion is in alle opzichten trouw aan de uitgangspunten van de symfonische popmuziek, zoals die meer dan twintig jaar geleden door groepen als Camel, Gentle Giant en Genesis werden geformuleerd. Vooral de laatstgenoemde was van grote invloed op Marillions oorspronkelijke zanger Derek 'Fish' Dick, die zowel zijn bombastische teksten als zijn theatrale podiumverschijning had afgekeken van Genesis-zanger Peter Gabriel. Toen Fish de groep in 1989 verliet om soloplaten te gaan maken, werd zijn plaats ingenomen door Steve Hogarth. Die schudde het new wave-verleden van zijn vorige groep The Europeans van zich af en maakte zich de symfonische grondbeginselen eigen.

Marillions symfonische rock wordt gekenmerkt door de orkestrale klank van de vijfmansbezetting, die bereikt wordt doordat alle muzikanten vrijwel voortdurend geluid produceren. Klanktapijten uit de synthesizers, jengelende gitaarriedels en wisselende maatsoorten begeleiden de dramatische teksten, die ook bij Hogarth gepaard gaan met verkleedpartijen en brede gebaren. Het laatste album Brave is een heuse concept-cd van vijf kwartier, die op het podium integraal en zonder veel toevoegingen werd uitgevoerd. Dat kon ook moeilijk anders, omdat er twee DATrecorders met ingeblikte muziek meedraaiden om het hifistereogeluid te waarborgen.

Het publiek was er niet minder enthousiast om, vooral toen er in de langgerekte toegiften tijd was voor enkele toffe meezingers. Easter werd aangekondigd als 'a song you might like to sing to us'. Hogarth leunde achterover op zijn pianokruk en liet zich maar al te graag toezingen, waarna hij het uitbundige Garden Party als enige nummer uit de Fish-periode vertolkte. Veel ruimte voor improvisatie en spontaniteit was er niet, maar dat lijkt dan ook het laatste waar dit publiek en deze muzikanten op zitten te wachten.

    • Jan Vollaard