Na jaren van opgekropte woede

Er is een hofje in een Zuidhollandse stad waar een bejaarde zich beter niet kan vestigen. Aan dat hofje wonen een kleine twintig mensen, voor het merendeel bejaarden. Zij hebben zware jaren achter de rug. Jaren waarin hun leven ontwricht werd door de terreur van één vrouw, iemand met een onmiskenbaar psychopathologische aanleg. De bewoners noemen haar kortweg bij haar voornaam - Jeanne - maar daar moet geen tederheid achter worden gezocht. Jeanne wordt gehaat met het type verbittering dat slecht is voor de eigen gezondheid.

In 1987 vestigde Jeanne zich met haar dochtertje Millie aan het hofje. Zij waren de enige jongere bewoners. De bejaarde bewoners toonden zich weinig opgetogen over hun komst. Hun gezapige leventje dreigde verstoord te worden door het rumoer van een spelend kind en van een moeder die 's nachts laat naar bed ging.

Jeanne kroop niet in haar schulp toen ze de ongastvrije houding van de bewoners bemerkte. Ze zocht liever de confrontatie. Dat had ze al eerder gedaan, in een andere stad, waar ze ook bekend stond als een lastige huurder.

Het werd oorlog, daar aan dat hofje.

Jeanne schold de medebewoners luidkeels uit voor aidslijder of hoerenjong, ze spuugde naar hen en hun bezoekers, ze mishandelde hen, ze smeerde hondenpoep aan hun deuren, ze vernielde hun tuintjes. Tientallen keren moest de politie uitrukken om de ruzies aan het hofje te sussen. Er werden aanklachten tegen Jeanne ingediend en die leidden ook tot strafrechtelijke sancties, maar de effecten daarvan duurden nooit lang. Jeanne liet zich niet muilkorven.

De woningbouwvereniging probeerde Jeanne uit haar huis te procederen. Tevergeefs. De kantonrechter nam genoegen met de betaling van achterstallige huurschulden door Jeanne.

Zeven jaar zijn inmiddels verstreken, en vandaag verschijnt niet Jeanne voor de Haagse politierechter, maar Wendy Meulekamp, een 45-jarige vrouw, werkster van beroep. Wendy moet zich verantwoorden voor mishandeling van Millie, de dochter van Jeanne, en voor de vernieling van bloembakken en planten van Jeanne.

Het gebeurde in juni 1992. Wendy woonde toen al jaren aan het hofje. Ze is een kordate vrouw, en niet bang uitgevallen. Toen haar nu 70-jarige moeder dringend woonruimte nodig had, haalde ze haar in 1992 naar het hofje. Nota bene als nieuwe buurvrouw van Jeanne en Millie. De vorige buren waren, volkomen murw, vertrokken. Het blijft een raadsel hoe Wendy zo'n lichtzinnige beslissing kon nemen. Ze moet gedacht hebben dat ze haar moeder voldoende bescherming zou kunnen bieden.

Maar langer dan een half jaar heeft ook de moeder van Wendy het er niet uitgehouden. Op een morgen trof Wendy haar moeder verward en huilend buiten aan. De nacht tevoren bleek Jeanne grote vernielingen in haar tuintje te hebben aangericht.

Wendy nam het niet langer. Gewapend met een dweilstok, toog ze naar de buren van haar moeder. De dochter deed open. Wendy vroeg naar Jeanne en toen die niet wilde komen, gaf ze de dochter een klap met de stok. Daarna vernielde ze bloembakken en planten.

“Ik heb één keer geslagen”, bekent Wendy aan de politierechter, mevrouw mr. G. Uittenbogaard. “Ik raakte haar met de stok op haar onderarm.”

“Hoe is het nu in het hofje?” vraagt de rechter.

“Redelijk rustig.”

“Maar na dit incident in 1992 is er ook nog veel gebeurd?”

“Nogal wat onenigheden, maar die zijn er altijd geweest.”

Wendy vertelt wat haar moeder is overkomen in het half jaar dat ze er woonde. “Ze werd constant getreiterd. Twee, drie keer is van alles bij haar vernield. Ze sliep op het laatst niet meer. Als ze buiten kwam, werd ze bedreigd met fietskettingen, zelfs met een bijl. Ze dorst 's avonds niet meer thuis te komen. Dank zij een doktersverklaring kon ze snel een ander huis krijgen.”

“U had een transactie van 750 gulden kunnen betalen, maar dat wilde u niet”, zegt de officier van justitie, mevrouw mr. J. van Belzen. “U wilde uw verhaal voor de rechter doen?”

“Ja. Ik vond het zo oneerlijk. Die vrouw heeft zoveel dingen van ons en van de andere bewoners vernield. Er is een periode geweest waarin de bewoners 's nachts afwisselend de wacht hielden.”

Sinds Jeanne en haar dochter uit elkaar zijn gegaan, is het rustiger geworden in het hofje. Maar nog altijd spuugt Jeanne medebewoners in het gezicht als ze hen buiten tegenkomt.

“Ik heb begrip voor de ontlading”, zegt de officier tegen Wendy, “maar u heeft zich helaas ontladen tegen de dochter die het ook moeilijk had met deze vrouw. De dochter werd vaak door haar moeder mishandeld. U mag evenmin iemand mishandelen. Daar moet een reactie op volgen.” Ze eist opnieuw een geldboete van 750 gulden. “Ik zal de boete niet verhogen, wat gebruikelijk is als zo'n zaak op de zitting komt.”

“Buiten proporties, die boete”, vindt de advocaat, mr. R. van der Aart. “Na die ene klap is Millie niet meer belaagd. Het is onwaarschijnlijk dat ze hiervan letsel heeft opgelopen. Ze was kort daarvoor nog door haar moeder mishandeld. Het is zuur dat Wendy zich nu moet verantwoorden. Ze heeft gewoon even haar zelfbeheersing verloren.”

De politierechter hoeft niet lang over het vonnis na te denken. Ze acht beide feiten bewezen. “Er moet een straf volgen, vooral voor het slaan met die stok.”

Ze legt een boete op van 250 gulden. Dat betekent dat Wendy vijfhonderd gulden heeft verdiend met haar beslissing om de zaak voor te laten komen. Een heel bedrag voor iemand die als werkster 640 gulden netto per maand verdient.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.