Morele oordeel staat los van het esthetische

Het SCP-rapport 'Secularisatie in Nederland 1966-1991' en het pleidooi van VVD-fractieleider Bolkestein voor christelijke normen hebben vele reacties opgeroepen. Op 7 maart reageerden op de opiniepagina de voorzitter van het Humanistisch Verbond Cliteur en de filosoof Van den Beld. Op 19 maart pleitte Antoine Bodar voor een herleving van christelijke waarden via de kunst en bestreed Van Nierop de stellingen van Van den Beld.

Het debat gaat door met een keuze uit de ingezonden bijdragen.

Is 'het schone' voertuig naar 'het goddelijke'? A. Bodar probeert ons daarvan te overtuigen. Plato omschreef het goddelijke reeds als 'schoon, wijs en goed' en zelfs als je die drie waarden als 'losse eenheden' bekijkt en afziet van mogelijke onderlinge relaties en rangordes, lijkt het wel erg simpel om één ervan zo'n belangrijke plaats te geven. Het deel wordt dan gezien als voertuig naar het geheel; dus schoonheid boven al. Is dat wel goed? En is het waar?

Kerken zijn naar zijn inzicht teveel mooie menselijke instituten geworden; geloof in God is geweken; “Wij proberen goed voor elkaar en anderen te zijn. No nonsense”. Dat is nogal wat. Maar voor Bodar is het niet voldoende. “Normen en waarden behoeven een verankering.” Die opvatting zou je de bron-opvatting van normen en waarden kunnen noemen. Deze opvatting is vergelijkbaar met autoriteits-opvattingen en 'laatste oorzaak'-zoektochten in de wetenschap; exercities die door onder anderen Karl Popper niet zonder overtuigingskracht zijn bestreden. Bodar stelt dat verankering nodig is, meent zelfs dat 'godloze' humanisten zo'n verankering nodig hebben. Maar kunnen wij niet zelf kiezen en vinden wat goed en mooi zal worden gevonden? Bij waarheid kan sprake zijn van waarheid bij afspraak en waarheid met mogelijkheid van 'schuren' aan de werkelijkheid. Bodar zal het zonder twijfel goed met ons voorhebben, maar is zijn waarheidspretentie toch niet erg griezelig? Want als je ergens absoluut zeker van bent en die zekerheid betreft ook de 'wetenschap' van goed en kwaad, dan zijn andersdenkenden toch al gauw 'niet goed' en de absolute autoriteit achter het eigen gelijk veroorzaakt - vrees ik en dat leert de geschiedenis toch ook wel - niet zelden in naam van de Waarheid nogal vergaande negatieve bejegeningen van andersdenkenden. Het volgens Bodar enigszins 'zwevende' humanisme zou op dat punt door velen wellicht toch geprefereerd kunnen worden boven absolute religieuze opvattingen.

Bodar stelt dat een christendom dat alleen ethiek behelst, beter geen christendom kan worden genoemd. Hij stelt in de religie terecht de relatie mens-God of omgekeerd voorop. Maar daarna wordt op voor mij onbegrijpelijke wijze geredeneerd: “Religie heeft met kunst evenveel van doen als schoonheid met heiligheid, als heersen met dienen. Alles dus.” Alles dus? Schoonheid met heiligheid; geen onheilige of nog erger - duivelse - schoonheid? En heersen heeft alles te maken met dienen? Zeker, geen heerser zonder dienaren; maar wil Bodar dan zeggen dat religie de kunst 'beheerst' of andersom?

Het lijkt mij niet onhandig ervan uit te gaan dat mooi slecht kan zijn en dat in laatste instantie het morele oordeel niet door het esthetische wordt bepaald. Hoe Bodar er daarom toe komt vanuit de kunst naar de religie te komen is mij dan ook een groot raadsel.

    • J.Th. Degenkamp