Meerderheid Eerste Kamer wil Betuwelijn

DEN HAAG, 29 MAART. Een meerderheid in de Eerste Kamer bestaande uit CDA en PvdA steunt het kabinetsbesluit over de aanleg van de Betuwelijn. De VVD wil dat de besluitvorming een jaar wordt uitgesteld.

Op die wijze wil de VVD de partijen meer tijd geven om de diverse alternatieven voor de nieuwe goederenlijn naar Duitsland te bestuderen. Dit zei het Kamerlid Talsma van deze partij in het vanmorgen begonnen debat over de komst van de Betuwelijn. GroenLinks sloot zich bij het verzoek van de VVD aan. Hoewel enkele leden van de PvdA-fractie overwegen tegen het voorstel te stemmen, zal van uitstel of afstel hoogstwaarschijnlijk geen sprake zijn.

D66 noemde het “op aannames, scenario's en prognoses gebaseerde” kabinetsbesluit over de Betuwelijn wankel, maar wilde pas een eindoordeel geven nadat minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) op de kritiek van de Eerste Kamer heeft gereageerd. Dat zou aan het einde van de middag gebeuren. Slechts een minderheid in de Eerste Kamer van GroenLinks, SGP en RPF keerde zich onmiddelijk tegen aanleg van de Betuwelijn.

De regeringsfracties CDA en PvdA uitten kritiek op de presentatie van de plannen tot nu toe. Uit brieven, telefoontjes en gesprekken is de Eerste Kamer gebleken dat “het overleg als eenzijdig en als een dictaat van rijkswege wordt ervaren”, aldus het Kamerlid Baarda (CDA). Baarda zei zich “met name ook tot de minister van verkeer en waterstaat te richten” met zijn verzoek om goed en constructief overleg. Tegelijk meenden CDA en PvdA dat de antwoorden op de schriftelijk door de Eerste Kamer bij minister Maij-Weggen ingediende vragen “opnieuw het belang van de aanleg van de Betuwelijn bevestigen”.

Het CDA drong er op aan dat alle aangenomen moties van de Tweede Kamer ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. De angst bestaat dat de strengere geluidsnorm van 57 dB(A) door een groot aantal ontheffingen teniet wordt gedaan. De NS hebben voor 950 woningen ontheffingen aangevraagd.

Alle partijen vonden dat er meer duidelijkheid moet komen over de aftakkingen van de Betuwelijn, met name die naar het noorden via Oldenzaal. De omwonenden van de bestaande spoorlijn Arnhem-Oldenzaal vrezen grote overlast als het goederenvervoer per spoor door de aanleg van de Betuwelijn aanzwelt. Verder pleitten alle partijen ervoor dat de minister “de vinger aan de pols houdt”, zoals Baarda zei, voor wat betreft de aansluiting met Duitsland, waar lokaal eveneens veel weerstand tegen de goederenlijn bestaat.