Machtsstrijd is oorzaak van vertrek directeur bij NedCar

BORN, 29 MAART. Het persbericht dat NedCar gisteravond uitgaf was kort en zakelijk: “Drs. J.P.B. Huberts, laatstelijk belast met de leiding van de afdeling Produktie, heeft te kennen gegeven de onderneming per 1 april a.s. te zullen verlaten”. Maar achter die regels schuilt een menselijk drama en in ieder geval een ordinaire machtsstrijd tussen Huberts en de raad van bestuur van de in het Limburgse Born gevestigde personenautofabriek. Zoals vakbondsman J. Teeuwen van de Unie BLHP zegt “een typische cultuurstrijd tussen de witte en de blauwe boorden”.

Over de juiste toedracht van Huberts' vertrek tast men goeddeels in het duister. Maar goed ingelichte kringen in het bedrijf winden er niettemin geen doekjes om: “Frans (Sevenstern, de president-directeur, M.P.) moest van die stoel en Huberts wilde erop. Er kon maar één overwinnaar zijn en dat is natuurlijk Sevenstern geworden”. Maar ook dat zal waarschijnlijk maar de halve waarheid zijn.

Huberts, afkomstig van DAF in Eindhoven en sinds vijf jaar in dienst van NedCar, waarvan de laatste twee jaar als produktiedirecteur, had zich in Born een haast onaantastbare positie verworven. “Born was”, zeggen ingewijden, “zowat zijn keizerrijk geworden”. Dat “keizerrijk” kwam aan het wankelen toen vorig jaar nagenoeg alle activiteiten van NedCar uit Helmond werden geconcentreerd in Born, wat eveneens inhield dat Born voortaan het domicilie werd van de Raad van Bestuur die daarmee op Huberts lip kwam te zitten.

Door het merendeel van de produktiemedewerkers werd Huberts wegens zijn “openheid en eerlijkheid” op handen gedragen. Daar deed zijn opmerking van vorig jaar, dat 20 procent van de werknemers zijns inziens onvoldoende gemotiveerd was en deswege maar beter konden uitkijken naar een andere werkkring, niks aan af. Het respect was zelfs zo groot dat ze vorige week vrijdag, toen de geruchten sterker werden dat hij zou (moeten) vertrekken, uit solidariteit voor korte tijd het werk onderbraken. Daarom moeten ze zich nu wel aardig bij de neus genomen voelen, want naar nu blijkt was Huberts al enige tijd in beeld als directeur van de Waterleidingmaatschappij Limburg. Daar zal hij op 1 april inderdaad als zodanig aantreden. Opvallend is dan ook dat er van werkonderbrekingen gisteren of vandaag geen sprake meer was. Eerder heerste er een gevoel van schaamte over zoveel slechte inschatting.

Over de feitelijke aanleiding tot Huberts' vertrek wordt intussen druk gespeculeerd. Gesproken wordt van een soort zwartboek dat op instigatie van onder meer Huberts zou zijn opgesteld over wat wordt genoemd “de spilzucht van de top van NedCar”. Daar wil de woordvoerder wèl op reageren. Een op last van president-commissaris M. Kuilman ingesteld onderzoek door een externe accountant zou hebben uitgewezen dat er op geen enkele wijze sprake is geweest van “malversaties of onregelmatigheden”. Wat wèl zou zijn vastgesteld is dat Huberts zelf ten onrechte door zijn secretaresse zijn declaraties zou hebben laten aftekenen.

Dan doet nog het verhaal de ronde dat Huberts in de clinch was geraakt met het Zweedse lid van de Raad van Bestuur Germundsson, die hij verantwoordelijk stelde voor problemen met de produktie van de vernieuwde 400-serie die in Born wordt gemaakt. De Zweed zit in de raad van bestuur omdat Volvo voor eenderde eigenaar is van de aandelen van NedCar; de andere aandeelhouders zijn de Nederlandse staat en Mitsubishi. Over die suggestie is de woordvoerder zonder meer verontwaardigd: “Wie uit het bedrijf dergelijke praatjes op straat brengt, schiet zich in de eigen voeten”. Ook hier weer geldt dat de broze situatie bij de onderneming geen suggestieve opmerkingen kan hebben over kwaliteitsproblemen.

Afgelopen zaterdag viel dan uiteindelijk de beslissing. Huberts had toen een gesprek met president-directeur F. Sevenstern en met president-commissaris M. Kuilman. Dat gesprek had achteraf bekeken net zo goed niet plaats hoeven vinden, want toen was immers al bekend dat Huberts toch zou vertrekken naar de Waterleiding.

Inmiddels is duidelijk dat de opschudding de onderneming niet ten goede komt. Die kan in deze dagen wel iets anders gebruiken dan met elkaar ruziënde leidinggevenden. In 1996 moet het bedrijf immers klaar zijn om naast de Volvo ook de Japanse Mitsubishi-auto te maken en dat vergt aller inzet en energie. “Dat de tent hier goed draait”, zo zei vanmorgen de woordvoerder van het bedrijf, “is daarom op dit moment het allerbelangrijkste. Daarop moeten we ons met z'n allen concentreren”.