Land van melk en honing

Als Israel nooit oorlogen had gekend, zou dit kleine land al lang het 'land van melk en honing' zijn geworden zoals het in de bijbel staat geschreven. Met vrede, ondanks alle moeilijkheden nog steeds een haalbaar objectief, staat de ecnomische barometer hier op 'goed weer'. Maar er trekken soms heftige onweersbuien over die de omvang van de economische groei onvoorspelbaar maken.

De kogels die de joodse kolonist Baruch Goldstein op 25 februari op biddende Palestijnen in de moskee in Hebron afvuurde, romen de groei van de Israelische economie dit jaar in het gunstigste geval met ten minste een procent af. De afsluiting van de bezette gebieden van Israel, waardoor tienduizenden Palestijnse arbeiders een maand lang worden verhinderd naar hun werk in Israel te gaan, komt de export van landbouwproduken en de bouwsector duur te staan. Het toerisme zou wegens de nogal gewelddadige nawerking van het drama in Hebron eveneens gevoelige klappen moeten incasseren. En, zo zeggen Israelische economen, buitenlandse investeerders worden afgeschrikt om in een onrustig aandoend politiek klimaat met kapitaalinvesteringen over de brug te komen.

Volkomen los van deze factoren heeft ook de beurskrach van de afgelopen maanden een nogal negatief effect op de economische groei. De naar duizelingwekkende hoogten gedreven beurskoersen zijn met tientallen procenten gekelderd toen bleek dat dit ondoorgrondelijke 'wonder' voor een groot deel was toe te schrijven aan frauduleuze handelingen van beheerders van investeringsportefeuilles. De les van 1983, toen de beurs, eveneens als gevolg van manipulatie door banken, als een pudding in elkaar zakte is niet geleerd. Het vertrouwen van de burgers in de beurs is door de misdrijven ernstig aangetast. Toch gaat minister van financiën Avraham Shohat er mee akkoord dat er een tweede effectenbeurs in Israel wordt geopend. Eén is niet genoeg. Er zijn ook twee grote diamantbeurzen in Tel Aviv die de crisis die deze tak van nijverheid al een jaar of twee treft huilend proberen uit te zitten.

Ondanks de tegenslagen ziet het economische plaatje er voor 1994, vergeleken bij de Westerse industriële landen, nog betrekkelijk gunstig uit. “Geloof me, er staat geen economische crisis voor de deur”, zei Shohat onlangs. De bijstelde progonose van de economische groei voor 1994 geeft toch nog een mooie vijf procent te zien. De flinke economische groei van de afgelopen jaren verklaart de opmerkelijke opvang van meer dan 400.000 Russische immigranten op een bevolking van ruim vijf miljoen zielen nu. Het omgekeerde is natuurlijk ook waar: de komst van zoveel talent heeft een sterk stimulerend effect gehad op de economie en in het bijzonder het traditionele economische trekpaard, de bouwsector, weer in de voorhoede van het economisch gebeuren gebracht. De minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres, die in de ban van het vredesvisioen zijn land een soort Taiwan in het Midden-Oosten ziet worden, blaakt van trots als hij zich daarover uitlaat. De werkloosheid in Israel is langzaam maar zeker op de terugtocht en zal dit jaar onder de tien procent zakken, terwijl de export blijft stijgen, hoewel wat minder dan in 1993. Mocht 1994 inderdaad, ondanks alle tegenslagen en blijvend bloedvergieten tussen Israeliërs en Palestijnen het jaar van de vrede worden, dan ziet de economische toekomst er fraai uit en is de opening van een tweede effectenbeurs misschien wel te rechtvaardigen.

De Nederlandse zakenwereld, waarvan weleens wordt gezegd dat zij de kat wat te lang uit de boom blijft kijken, heeft de economische functie van Israel in een niet door kanonnen, maar door dollars geregeerd Midden-Oosten goed in de gaten. Bijna alle grote Nederlandse internationale maatschappijen, waaronder Unilever, Akzo, Philips en Stork die wegens hun belangen in de Arabische wereld Israel links lieten liggen, hebben delegaties gestuurd of zullen dat nog doen. Nooit eerder heeft een Israelische minister van handel en industrie zoveel handen moeten drukken als Micha Harish. De Japanners waren de eersten die de grote ommezwaai richting Israel maakten en de Arabische boycot trotseerden.

Met aanhoudende economische groei in het vooruitzicht, mede gestimuleerd door daling van de defensie uitgaven (in 1975 nog 35 procent van het BNP, thans circa 10 procent), langzaam tot onder de 10 procent dalende inflatie, ziet Israels economische toekomst er beslist zonnig uit. Maar dan moet wel de vredeszon echt doorbreken. Het is dus politieke wijsheid, meer dan enig andere factor die zal bepalen of de Israelische economie blijft expanderen in een tempo dat het één van de aantrekkelijkste groeieconomieën zou kunnen maken en dus een echt beursparadijs.

    • Salomon Bouman