Japans kabinet gaat wankelend verder, aanhang premier daalt

TOKIO, 29 MAART. Hoewel in opiniepeilingen in Japan het kabinet van premier Morihiro Hosokawa snel daalt in populariteit, bleek zondag bij tussentijdse verkiezingen dat de regeringscoalitie toch op een meerderheid kan rekenen, al is het een krappe. Dat neemt niet weg dat het kabinet wankelend verder strompelt en de Japanse politiek als geheel in een impasse verkeert. Zondag verloor bij de gouverneursverkiezingen in de westelijke provincie Ishikawa, van oudsher een bolwerk van de Liberaal-Democratische Partij, de LDP-kandidaat met een klein verschil van de kandidaat die de steun kreeg van alle coalitiepartijen. Het was voor het eerst bij verkiezingen dat de coalitiepartijen hun krachten hadden gebundeld. Dat werd door voorstanders in het regeringskamp van een grote nieuwe partij die het opneemt tegen de LDP, prompt uitgelegd als de beste garantie voor succes bij landelijke verkiezingen. Maar degenen die voor meer politieke verscheidenheid pleiten en streven naar ten minste drie grote partijen, trokken andere conclusies.

Sinds het Japanse parlement de politieke hervormingsvoorstellen heeft goedgekeurd, met als hoofdmoot het nieuwe kiessysteem, is het wachten op de praktische uitwerking. Dat duurt zeker nog tot het najaar. Tot die tijd zal geen coalitiepartij het kabinet laten vallen. Want vervroegde verkiezingen zouden volgens het bestaande kiesstelsel de LDP grote kans bieden de verdeelde coalitie te verslaan. Bovendien gaat het slecht met de economie. Steeds minder kiezers zullen geloven dat het al onder de LDP slecht ging en de coalitie er niets aan kon doen. Steeds meer zullen zeggen dat de coalitie juist verantwoordelijk is voor hun inkomensdaling, gedwongen overplaatsing of zelfs werkloosheid.

De kiezer zal het de coalitie nog meer aanrekenen dat ze alleen maar praat over nieuwe partijvorming, alsof de recessie er niet toe doet. Toch is al dat gespeculeer, waaraan de media hartstochtelijk meedoen, het gevolg van de politieke hervormingswetten. Het nieuwe kiesstelsel dat straks in werking treedt, maakt nieuwe partijvorming onvermijdelijk. Dat was ook het voornaamste streven van de hervormers, om definitief een eind te maken aan de monolitische LDP en de versnippering aan regeringszijde. Er moest een volwassen parlementaire democratie in Japan ontstaan, met echte regeringswisselingen en een paar grote, nieuwe politieke partijen. Pas dan zou het politieke primaat over dat van de bureaucratie kunnen zegevieren.

De verkiezingen van zondag waren om meer dan een reden van groot gewicht. Niet alleen omdat het een bolwerk betrof van de LDP met zijn traditionele kiezersbindingen, ook omdat bij een gouverneursverkiezing geen kandidaten van dezelfde partij met elkaar in het strijdperk treden _ zoals praktijk is bij landelijke verkiezingen volgens het nog bestaande kiessysteem. Verkiezingen van een gouverneur lijken dus op die onder het nieuwe kiesstelsel. En die van zondag bewezen dat het gemeenschappelijke alternatief voor de LDP bij de kiezers aansloeg.

Toch is de succesvolle krachtenbundeling van de coalitie voor de toekomst een almaar wijkend perspectief. Zo ergens de coalitiepartijen steeds dieper over verdeeld raken, is het juist de eendrachtige samenwerking bij landelijke verkiezingen. Vreemd genoeg spint de LDP daar geen garen bij. Haar oppositie tegen het coalitiekabinet is krampachtig, om de schijneenheid in de partij te bewaren. Al wekenlang blokkeert ze de normale parlementaire gang van zaken in een poging uit een Japanse 'Whitewater' munt te slaan. Een poging die doet denken aan de gefrustreerde manier waarop de socialisten destijds stemmingen in het parlement blokkeerden. De LDP roept almaar tevergeefs de premier ter prive-zakelijke verantwoording, klaagt intussen dat de economie bij hem in slechte handen is, maar stelt door haar handelwijze kabinetsmaatregelen ter stimulering van de economie juist uit.

Dat alles maakt dat de Japanse politiek weer de trekken heeft aangenomen van de dorpspolitiek, waarom het bijna veertig jaar lang in de wereld is geminacht. Tegelijkertijd neemt de macht van de bureaucraten toe, bij ontstentenis van ondubbelzinnig politiek leiderschap. Toch is dit alles ook maar een tijdelijke aangelegenheid, een soort stilte voor de storm die Japan wacht. Want hoe dichter het moment nadert dat de politieke hervorming praktisch is veiliggesteld, zal de Japanse politiek weer, net als vorig jaar zomer, in heftig vaarwater geraken. Dat is de paradox van de huidige impasse.