Horizontaal overleg

Het Platform Globalisering, de mediashow van minister Andriessen, was vooral een onderonsje van ondernemers, politici en economen. De boodschap die moest worden overgebracht stond van tevoren vast. Van een echte discussie was dan ook geen sprake. Het moest de publieke opinie nu maar eens goed ingepeperd worden dat onze bruto-loonkosten te hoog zijn, dat de arbeidsmarkt niet soepel genoeg is, de wig kleiner moet en de regeldichtheid dient te worden uitgedund. Ik geloof wel in openbare discussies over kwesties die we niet kunnen oplossen doordat de kanalen van onze overlegcultuur verstopt zijn geraakt.

In weerwil van het enthousiasme van Van Mierlo voor deze nieuwe vorm van 'horizontaal overleg' was het Platform toch niet het geschikte podium om blokkades te doorbreken en een nieuwe 'nationale consensus' te creëren. Daarvoor was het gezelschap te exclusief. Zo lijkt het mij niet voor de hand te liggen dat met eenstemmigheid wordt besloten het cao-systeem op te heffen als dat ex cathedra wordt verkondigd.

Globalisering van de economie wordt beschouwd als een ernstige bedreiging voor onze economische orde. De opkomende concurrentie uit Oost-Europa en Zuidoost-Azië zou de ondernemers dwingen hun kosten te verlagen en mensen te ontslaan. Het gebruikelijke verhaal dat onze loonkosten te hoog zijn wordt ontzenuwd in een bijdrage van A.D.M. van der Veen en A.G. de Kok aan een nummer van Economisch-Statistische Berichten dat gewijd is aan het thema inspelen op globalisering. Zij schrijven dat Nederland een van de meest efficiënte landen van Europa is. De loonkosten per eenheid produkt zijn bij multinationals vaak de laagste van West-Europa. Ze noemen de pogingen die nu weer worden gedaan om laaggeschoolden in te zetten op niet meer bestaande functies zoals koffiedame en liftboy archaïstisch. Veel belangrijker is het om het hoge niveau van produktiviteit te behouden, door voortdurend nieuwe produkten met een hoge toegevoegde waarde te zoeken.

Het antwoord van Van der Veen en De Kok op de globalisering is naar mijn mening het enig juiste. De uitdaging van de nieuwe, wereldwijde concurrentie vergt een offensieve strategie. Nederlandse ondernemers moeten op tijd hun industrieën overplaatsen naar landen waar veel goedkoper kan worden geproduceerd, dan zich te laten wegdrukken door derden.

In de moderne gemondialiseerde economie is het zaak zich toegang te verschaffen tot creatieve netwerken door arbeidsintensieve serieproduktie over de wereld te verdelen en zelf de regie in handen te houden. De produktiestructuur van de Nederlandse economie kan alleen worden versterkt door in te spelen op de kansen die de globalisering van de economie biedt. We moeten niet proberen de werkgelegenheid te verbeteren door te mikken op lagere loonkosten, maar door te streven naar een hogere toegevoegde waarde.

Bij een dergelijke offensieve strategie behoort ook verbetering van het opleidingsniveau van de werknemers. Stimulering van de industrie vraagt om investeringen in menselijk kapitaal.

De boodschap van het Platform, die zo goed overeenstemt met de campagne van de werkgevers voor versterking van de concurrentiekracht van onze economie, is vooral defensief van aard. De arbeidskosten moeten omlaag, de arbeidsverhoudingen moeten soepeler worden, er moet langer worden gewerkt voor hetzelfde loon, mensen moeten vlotter kunnen worden ontslagen. De bezuinigingen die nodig zijn om de gewenste verlaging van de bruto-loonkosten mogelijk te maken, moeten vooral uit de sociale uitkeringen en de gezondheidszorg worden gehaald.

Inmiddels brokkelt het draagvlak voor verdere sanering van de verzorgingsstaat af. De doorbraak naar een sociaal-economisch stelsel zonder de vertrouwde zekerheden kan er niet bij de burgers worden ingehamerd door middel van een vlotte mediashow die de schijn van eensgezindheid wekt.

    • A.F. van Zweeden