Eugène Ionesco (81) overleden

PAG.6 IONESCO: ABSURDISMEN OVER LEVEN EN DOOD

ROTTERDAM, 29 MAART. De Franse, in 1912 in Roemenië geboren toneelschrijver Eugène Ionesco is gistermiddag op 81-jarige leeftijd in Parijs overleden. Hij laat een oeuvre na van 33 toneelstukken die, evenals het werk van Samuel Beckett en van Arthur Adamov, tot het absurdistische theater gerekend worden. Zelf noemde de schrijver het absurdisme slechts “een uitvinding van de critici”. Hij sprak liever van “theater van het ongebruikelijke” en zei dat zijn streven slechts was “terug te gaan naar de bron van het levende theater”.

Die ambitie leverde wereldberoemde stukken op als La cantatrice chauve (1950), La Leçon (1951) (beide eenakters worden al dertig jaar onafgebroken gespeeld in het Parijse theatertje La Huchette), Les chaises (1952), Rhinocéros (1960) en Le roi se meurt (1962). Hij schreef ook een enkele roman, Le solitaire (1973).

De laatste jaren schilderde hij, Cobra-achtige doeken, omdat hij taal en woorden “lang en nutteloos” vond. In een vraaggesprek zei hij: “De momenten waarop ik schilder zijn de enige momenten van gemoedsrust, van kalmte. Ik heb dan de indruk orde in de wereld te kunnen aanbrengen.”

Ionesco was sinds 1970 lid van de Académie Française. Hij was sinds januari 1991 de enige levende Franse toneelschrijver van wie werk was uitgegeven in de prestigieuze Collection de La Pléiade.