Discriminatie allochtonen (1)

Het artikel over discriminatie van allochtonen door werkgevers (Frank Bovenkerk e.a., NRC Handelsblad, 18 maart) heb ik met gemengde gevoelens gelezen.

Het lijkt me een gedegen onderzoek, op deze wijze heeft men ook elders discriminatie gekwantificeerd. Helaas is het slechts een half onderzoek, dus hoogstens een halve waarheid. Wat ontbreekt is een controlegroep. Want er wordt door Nederlanders wat afgediscrimineerd, ook onder elkaar. Niet bepaald tot mijn genoegen heb ik hier een vrij ruime ervaring mee. Als geboren en getogen Amsterdammer ben ik gediscrimineerd toen ik in Rotterdam werkte en woonde. Gelukkig ben ik redelijk opgewassen tegen het Jules Deelder-toontje. Toen ik vanuit Rotterdam naar Amsterdam gedetacheerd werd, kreeg ik daar als Rotterdammer de volle laag, en in de bouw pleegt men aardig ver door te zetten met jennen. Maar ik was al vrij ervaren op dit gebied. Als kind met een bril, rossig haar, joodse afkomst en uiterlijk leer je dit vrij vroeg. Met een joodse vader en een niet-joodse moeder ben ik ook in dit opzicht van twee kanten buitengesloten.

Met vervolgens zo'n twintig jaar ervaring als Hollander in Eindhoven schat ik dat een alhier geboren Turk of Marokkaan, mits met Brabantse tongval, bij sollicitaties ongeveer even hoog scoort als iemand uit Limburg, Helmond of van boven de rivieren. Hij heeft iets meer kans dan een Amsterdammer, maar stukken minder dan een echte autochtoon. Dat zijn Strattummers en Gestelnaren of ze zijn van Woensel, Strijp of Tongelre, en dat is aan hun spraak te horen. Echte Eindhovenaren zijn er nauwelijks meer en die van Acht komen al uit een ander dorp. Bij sollicitaties kan dat al een slok op een borrel schelen.

    • J. Hartog