Dicriminatie allochtonen (2)

Bij het discriminatie-onderzoek van prof. Bovenkerk is, zoals vaak het geval is, een zuivere meting niet mogelijk geweest. De arbeidsmarkt, die in het eerdere onderzoeksjaar 1978 krapper was dan nu, en de verschillen in het totale aanbod van allochtonen op de arbeidsmarkt spelen mijns inziens een duidelijke rol. Deze factor is niet meegewogen. Het is dan ook gevaarlijk om conclusies te trekken.

Het aannamebeleid van werkgevers (overheid en marktsector) is erop gericht zoveel mogelijk geschikt human capital in huis te halen. Om legitieme redenen: een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering. In het kader van de emancipatie van groepen in de samenleving die problemen hebben bij het betreden van de arbeidsmarkt wordt al jaren getracht vooroordelen weg te nemen. De koude constatering in het artikel dat proefkonijnen Ruud de Wit wél en Mustafa El Mansouri bij gelijke geschiktheid niet worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek is geen bewijs van discriminatie, maar van vooroordelen. De ruime arbeidsmarkt, de angst om te investeren en de niet aflatende stroom van nieuwe, kostenverhogende maatregelen die de werkgevers naar zich toe zien komen zijn er debet aan dat op grond van vooroordelen de keuze op autochtonen valt. Die vooroordelen zullen moeten worden weggenomen.