Cubaanse beroepsbevolking geheel in de ban van de dollar

HAVANA, 29 MAART. Ingenieurs die zich hebben omgeschoold tot autowasser of straatventer, leraren die een restaurant of een illegaal taxibedrijf zijn begonnen of in de hotelsector voor het buitenlandse toerisme zijn gaan werken: steeds meer Cubanen verruilen hun geschoolde, in nationale munt uitbetaalde werk voor een eenvoudig baantje waarmee ze dollars kunnen verdienen.

Zeven maanden nadat het bezit van buitenlandse valuta in Cuba officieel werd toegestaan, ondergaat een groeiend deel van de Cubaanse beroepsbevolking een maatschappelijke metamorfose die het gevolg is van de 'verdollarisering' van de economie.

“Op één dag verdien ik nu meer dan ik eerst per maand in pesos kreeg uitbetaald”, vertelt Roberto, een computerdeskundige van een jaar of veertig, die volgens eigen zeggen 5 à 10 dollar per dag verdient met het wassen van de auto's van buitenlandse ingezetenen in Havana.

De driehonderd pesos die hij kort geleden nog als maandsalaris ontving, zijn ongeveer drie dollar waard volgens de koers op de zwarte markt (volgens de officiële koers is 1 peso gelijk aan 1 dollar) - een duidelijke graadmeter voor de economische situatie op een moment waarop het overschot van de geldhoeveelheid rond de 11 miljard pesos wordt geschat en de nationale munteenheid steeds verder devalueert.

Met een gemiddeld maandsalaris van 180 à 200 pesos kan men op de zwarte markt bijna niets kopen: een fles olie kost er 140 pesos en een pond koffie 50 pesos. Niettemin is praktisch de hele bevolking daarop aangewezen, aangezien er op de officiële markt algehele schaarste heerst.

Het gebrek aan belangstelling voor de in pesos uitbetaalde banen is alleen maar erger geworden sinds in september 1993 de status van zelfstandige ondernemer voor 130 beroepen werd toegestaan. Inmiddels zijn er al zo'n 150.000 aanvragen goedgekeurd, hoofdzakelijk afkomstig van handwerks- en ambachtslieden; de meesten van hen worden aangetrokken door de mogelijkheid om zich in harde valuta voor hun diensten of produkten te laten betalen.

Om een binnenlandse uittocht van de tijdens de revolutie opgekomen elite te voorkomen hebben de autoriteiten het zelfstandige ondernemerschap verboden voor een aantal beroepsgroepen, waaronder het kaderpersoneel van de staatsbedrijven, artsen, onderwijzers en onderzoekers.

De autoriteiten proberen tevens de stijgende stroom zwartwerkers en illegale handelaars en dienstverleners in te dammen, omdat zij een serieuze concurrentie vormen voor de staatshandel die volgens Fidel Castro een monopoliepositie moet behouden.

Tegelijkertijd heeft de overheid een van haar dogma's overboord gezet en de noodzaak ingezien om werk en produktie niet meer alleen moreel maar ook materieel te stimuleren door bepaalde voordelen in natura toe te kennen aan mensen die de nationale economie steunen. Zo mogen die mensen bijvoorbeeld hun inkopen doen in een aantal speciaal voor hen opgezette winkels.

Het niet meer strafbaar stellen van het bezit van dollars - waartoe besloten werd om vat te krijgen op de deviezen die ondershands in omloop waren en om nog meer valuta aan te trekken via de omvangrijke Cubaanse gemeenschap in de Verenigde Staten - heeft directe gevolgen gehad voor de zwarte markt waar de prijzen vandaag de dag hoofdzakelijk in dollars worden uitgedrukt.

Deze 'verdollarisering' heeft een ingrijpende invloed gehad op sociaal en politiek vlak. Volgens verschillende waarnemers heeft zij een van de belangrijkste metamorfosen in gang gezet die het land sinds 1959, toen Fidel Castro aan de macht kwam, heeft meegemaakt.

Door de maatschappelijke en ideologische eenheid van het systeem te doorbreken, die overigens reeds ernstig was aangetast door de val van het socialisme in Oost-Europa, heeft de 'verdollarisering' een scherpe scheiding teweeggebracht tussen de mensen die wel aan dollars kunnen komen, met name dankzij familieleden in de VS, en diegenen die alleen maar over inkomsten in pesos beschikken.

De ene groep koopt en de andere groep kijkt, luidt het commentaar van een diplomaat, die verder onderstreept dat de mensen die op dit moment in een bevoorrechte positie verkeren niet meer noodzakelijkerwijs de traditionele aanhangers van het regime zijn, maar mensen met familieleden in Florida die daar over het algemeen in anti-Castristische kringen verkeren. (AFP)

    • Antonio Raluy