Christelijke waarden niet terrein liberalen

Het SCP-rapport 'Secularisatie in Nederland 1966-1991' en het pleidooi van VVD-fractieleider Bolkestein voor christelijke normen hebben vele reacties opgeroepen. Op 7 maart reageerden op de opiniepagina de voorzitter van het Humanistisch Verbond Cliteur en de filosoof Van den Beld. Op 19 maart pleitte Antoine Bodar voor een herleving van christelijke waarden via de kunst en bestreed Van Nierop de stellingen van Van den Beld.

Het debat gaat door met een keuze uit de ingezonden bijdragen.

Past het een liberale partij om op te komen voor de christelijke waarden, zoals Bolkestein begin deze maand deed in een interview met deze krant? Het liberalisme is op het levensbeschouwelijke vlak een zeer formele stroming: ze is a-levensbeschouwelijk. De levensbeschouwing wordt door liberalen gezien als behorend tot het privé-leven. Nu is er ook in liberale kring discussie over de vraag of die scheiding nog zo strikt te handhaven is, maar deze reikt nog niet zo ver dat de neutraliteit wordt opgegeven. Het liberalisme richt zich op een samenleving van individuen die zo min mogelijk opgedrongen gemeenschappelijkheid hebben.

Dat houdt niet in dat de liberalen anti-levensbeschouwelijk zijn. Zingeving aan het leven wordt ook in liberale kring van grote waarde gevonden. Er wordt echter geen voorkeur uitgesproken voor de wijze waarop deze wordt vormgegeven. Daarvoor zijn liberalen wetenschapsfilosofisch gezien te sceptisch: is het enige ware wel met alle zekerheid vast te stellen? Kenmerkend voor liberalen is dat zij de ene stroming niet belangrijker vinden dan de andere en staan open voor de dynamiek van de samenleving. Die dynamiek houdt in dat via de discussie in de samenleving individuen voor een levensbeschouwing kiezen. In onze samenleving hebben wij een uitstekende verdediger van de christelijke waarden, het instituut dat we 'kerk' noemen.

Voor liberalen is de opdracht om juist die waarden te verdedigen die gelijkwaardigheid en vrijheid waarborgen; normen en waarden die voor een belangrijk deel ook in mensenrechten zijn vastgelegd. Scheiding van kerk en staat, gelijke behandeling, vrijheid van denken en van levensbeschouwing zijn daar voorbeelden van. In deze tijd, waarin de door liberalen bepleite tolerantie onder druk staat, moet dat nadrukkelijker gebeuren. De associatiebegrippen die het liberalisme gebruikt om symbolisch weer te geven waar het voor staat (vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid) hebben wel degelijk een emotionele worteling. Het 'liberale gevoel' is niet dat van de boekhouder, maar dat van een levend individu dat zich ontplooit en aangezet wordt het maximale uit zichzelf te halen, volgens eigen keuze. Om dat te bereiken moet gehamerd worden op bovengenoemde liberale waarden en normen en moet deze boodschap met bevlogenheid worden uitgedragen. Voor de liberalen is geen plaats in de frontlinie van verdedigers van de christelijke waarden.