Bang voor slapende honden (1)

Ze is vijfendertig, werkt in de financiële sector, scheidde na een goed huwelijk van twaalf jaar en woont sindsdien alleen in een groot huis, een tweeverdienersdroom, in een slaapstad in de kop van Noord-Holland. Bij de scheiding kreeg ze, behalve de woning (plus stevige hypotheek), bijna een ton.

Wat wil je nog meer? Baan van 65 mille per jaar, eigen huis, auto, geld op de bank en alle vrijheid. Waarin onderscheidt dit voorbeeld zich van vrouwen van die leeftijd met hetzelfde soort werk, die nog niet getrouwd zijn? Volgens haar zijn er twee verschillen.

Die collega's hebben niet zoveel vermogen op kunnen bouwen. In een huwelijk deel je vele lasten: woonlasten, inrichting, eten enzovoort. Daarom blijft er genoeg geld over om te sparen. Bij het kopen van een huis is de financiële polsstok voor tweeverdieners langer dan voor een vrouw alleen, als regel. Nu moet zij plotseling 350 duizend gulden aan geld, (onroerende) goederen en hypotheek op eigen houtje beheren. Hoe doe je dat?

Bovendien loopt ze steeds in gedachten die twaalf jaar van het begin tot eind door. Waar en wanneer ging het mis, waarom, wie deed wat of juist niet? Die film zonder eind veroorzaakt pijn, onrust, concentratieverlies, verdriet en onbehagen. Waarom ik? Die onrust en financiële onervarenheid vertroebelen het zicht op de werkelijkheid.

Beroepshalve weet de analiste hoe je een ingewikkeld probleem moet aanpakken: splitsen in factoren, volgorde vaststellen en daarna puntsgewijs alle gevolgen bekijken. Zo gaat ze aan de slag voor een eigen financiële planning. Eerst de risico's op een rij: ziekte, langdurige ziek (WAO), overlijden, pensioen, belastingen en misschien weer trouwen of samenwonen.

De ziekte splitst de alleenstaande in financiële gevolgen en de eventueel nodige zorg in nature, afhankelijk van de ziekte. Alle inkomsten en uitgaven zijn vermeld per jaar. Dan begint het rekenen per risicofactor.

Overlijden? Geen testament. De familie mag haar boedel delen. Iedereen? Nee! Dus toch maar een laatste wil? Ja. Pensioen? Prima regeling. Neemt deel vanaf 25 jaar, geen pensioenbreuk. En met een nieuwe vent trouw je niet meer in gemeenschap van goederen. Zo beperk je het risico van boedelscheiding bij een volgende onenigheid.

Dan valt de zelfdoenster stil en weigert de schade van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid uit te zoeken: 'Wil ik niet, je moet slapende honden niet wakker maken.' Een bekend punt. De financiële gevolgen van overlijden gaat men ook graag uit de weg. Bang om de man met de zeis op te roepen. Wat nu?

De slimme meid verplaatst de aandacht, onbewust, naar de ton. Daar zit toch het echte probleem? Die moet groeien om leuke dingen te kunnen doen, maar helaas gooit de belasting roet in de rente. Of liever een deel van de hypotheek aflossen?

Zulke zorgen kan de financiële wereld verlichten: folders voor spaar- en beleggingsplannen en koopsommen vallen, desgevraagd, op de deurmat. Vriendelijke meneren en mevrouwen bellen om een toelichting te geven. Maandenlang tobben, wantrouwend door de fraaie rendementen van aanbieders. Waarom lage gegarandeerde rente en zo'n hoog bluf-rendement? Waarom geen hogere garantie als die aanbieders zó goed kunnen beleggen?

De angst verkeerd te kiezen neemt met de dag toe. Tot iemand wijst op de juiste aanpak: je moet eerst per risico uitrekenen hoeveel inkomen in noodgevallen nodig is om op dezelfde voet door te kunnen leven op hetzelfde peil. Aflossing en hypotheek rente (de fiscus betaalt de helft) bij voorbeeld bedragen ruim elf honderd gulden per maand. Het eigen huis geeft ze niet op.

Onder protest terug naar de rekenmachine met nauwelijks te begrijpen reglementen van de baas. Vreemde ogen dwingen. Wat blijkt? De moeilijkheidsgraad valt mee, je kan altijd uitleg vragen, en gaandeweg blijken de ontwaakte honden makkelijk te temmen. De berekeningen vallen tegen, want uitkeringen zijn als regel gekoppeld aan een bepaalde tijdsduur en verschillen daardoor in hoogte. Het kost tijd, maar je weet voor altijd waar je aan toe bent.

Conclusie: in geval van WAO en werkloosheid komt het tekort op 500 gulden per maand. Na drieënhalf jaar WW wacht de RWW, de Rijksgroepsregeling voor Werkloze Werknemers, na intering op het eigen vermogen (huis plus geld) tot een bepaald bedrag.

Is de WW een serieuze dreiging? Een stel tweeverdieners stelt die vraag niet, althans niet in dit geval? Een eenverdiener, die vast wil houden aan een bepaald levenspeil, moet toch goed nadenken over deze vraag. Het gaat om een financiële buffer èn persoonlijke ervaring en kennis en de mate waarin die elders, bij andere bedrijven of instellingen, gevraagd wordt. Ook dit is een punt van belang in persoonlijke financiële planning. (vervolg op zaterdag)

    • Adriaan Hiele