'Als ik een hofnar ben, geeft dat dan wat?'; Jan Hoet wordt politicus met afkeer van politiek

Niet bekend

De 58-jarige Hoet kan zijn keuze voor de CVP urenlang met onvermoeibaar enthousiasme verklaren. Bier wordt erbij gedronken, vervolgens champagne, daarna een witte Bourgogne om de Coquilles St. Jacques te begeleiden, een fles rode Graves bij de jonge duifjes en tenslotte na het dessert een oude Vlaamse jenever. Dan, ver na middernacht, besluit Hoet dat zijn betoog verduidelijkt moet worden met een publikatie die in de werkplaatsachtige kantoorruimte van zijn museum ligt. Daar eenmaal binnengedrongen onderbreekt hij zijn zoeken met het dringende verzoek in te stemmen met zijn grondige afkeer van beroepspolitici die “een incestueuze club dreigen te worden” en zijn liefde voor kunst.

De museumconservator die ooit zelf schilder was, bokste, kunstgeschiedenis studeerde en lyrisch over zijn jezuïeten-leraren praat, is niet voor één gat te vangen. Hij vertelt dat hij al een jaar geleden besloot CVP-politicus te worden. Hoe kan dat, hij solliciteerde toch vervolgens naar de directeursfunctie bij museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam? “Ik heb dat sollicitatiebriefje alleen maar geschreven op aandrang van Nederlandse vrienden. Ik zou het uit mijzelf nooit gedaan hebben. Ik vind Rotterdam een verschrikkelijke stad, ik zou er nooit kunnen leven. Ik betwijfel of ik een benoeming aanvaard zou hebben. Mij is voorgesteld directeur te worden van het museum in Bern. Ik besloot het niet te doen, om hier in Gent te blijven. Ik heb een honkvast karakter.”

Hoet vertelt zonder terughoudendheid over zijn afkeer van het liberaal-socialistische college van burgemeester en schepenen van Gent, dat hem gedwongen heeft zijn museumpersoneel te halveren en dat de plannen voor een eigen museumgebouw (het museum voor hedendaagse kunst is inwonend bij het museum voor schone kunsten) op de lange baan heeft geschoven. Toen de CVP nog niet in de oppositie was in Gent, waren zijn betrekkingen met de burgemeester en schepenen in ieder geval beter. Zijn beslissing om CVP-politicus te worden heeft daar allemaal niets mee te maken, zegt Hoet beslist.

Hij zou zijn doel - de politiek nieuwe geloofwaardigheid verschaffen, vooral jongeren een geloof in de politieke toekomst bieden - ook bij een andere politieke partij dan de CVP kunnen nastreven. Maar CVP-vrienden vroegen hem zich kandidaat te stellen voor het Europarlement. Binnen de CVP heeft hij veel vrienden, van ministers tot lokale politici. Hij kent ze vanuit zijn katholieke jeugd, waaraan hij zorgvuldig gekoesterde herinneringen heeft. “In het katholieke milieu waarin ik opgroeide stond je houding tegenover andere mensen centraal. En je mocht nooit voor zelfprofijt werken. Mijn vader was arts en psychiater die ongelooflijk veel voor de mensen gedaan heeft.”

Christelijke wortels vindt Hoet van belang, maar hij wil geen propagandist worden van het christendom. Hij wil, door de kunst geïnspireerd, de politiek dynamiek bezorgen. Hij vindt “structuren van begeerte, verlangen en geloven” zowel bij het vijftiende-eeuwse Lam Gods van Van Eyck in de Gentse St. Baafskathedraal als bij de grote foto's van vagina's van Zoë Leonard die hij in 1992 op de negende Documenta in Kassel hing. CVP-ers vragen zich nu plotseling af of die vagina's wel bij hun moraal passen en Jan Hoet concludeert dat mensen die nooit belangstelling voor kunst hebben getoond, dat dankzij zijn politieke actie nu wel doen. “Maar ik kan u ook vrijzinnigen tonen die zeggen dat die vagina's niet in een museum horen omdat het pornografie zou zijn en geen kunst.”

Voor het realiseren van “structuren van geloof” in de politiek heeft Hoet een bescheiden dertiende plaats op de kandidatenlijst gekregen. Slechts vijf CVP-ers zitten in het huidige Europarlement. Maar Hoet heeft goede hoop om met voorkeurstemmen hogerop te komen. Lukt het niet, dan is er wat hem betreft nog geen man over boord. Als museumconservator moet hij toch eens aan zijn pensioen gaan denken.

Er is verondersteld dat hij als een “hofnar” de CVP binnen is gehaald om de partij wat fleur te geven. “Als ik een hofnar ben, geeft dat dan wat? Ik heb dan in ieder geval een signaalfunctie. Dat vind ik de moeite waard, zowel in de richting van de jongeren als tegenover de ivoren torens van de politiek. Ik kan zo openingen zoeken en geloofwaardigheid herstellen.”

Bij zijn kunstvoorkeuren toont Hoet zich absoluut, de CVP-traditie bestaat uit compromissen en stabiliteit. Hoet:“Ik heb binnen de kunst inderdaad compromisloos gewerkt. Maar bij politiek is compromis iets anders. Daar betekent het dialoog, dat is niet negatief.” Maar hij vertelt een ander ogenblik ook nooit een duidelijk onderscheid te hebben gezien tussen kunst en politiek. “Ik heb die begrippen altijd met elkaar verweven, ook in mijn beleid. Ik heb getracht de kunst naar de samenleving te brengen. Ik wil de voorwaarden in de maatschappij scheppen om zich te informeren over kunst. In de kunstwereld denkt men dikwijls dat het voldoende is als een beperkte kring belangstelling heeft. Ik vind echter dat de kunst een substantiëel gegeven binnen onze maatschappelijke verhoudingen is.”

Als museumconservator heeft Hoet zich nooit afhankelijk gevoeld van de door hem verfoeide plaatselijke politici. Hij kocht voor een veel grotere waarde aan kunst dan zijn aankoopbudget toeliet. Hoewel hij de reputatie heeft chaotisch te zijn, heeft hij nooit financiële problemen gekregen. “Ik heb mij nooit neergelegd bij wat de politiek mij gaf. Ik heb de financiën altijd opgelost met vrienden en met particuliere ondernemers.”

Hoeveel de kunst ook voor zijn overstap naar politiek betekent, Hoet vindt niet dat politici zich alleen op kunstidealen moeten richten. “Kunst is binnen de cultuur hetzelfde als wetenschappelijk onderzoek binnen de economische werkelijkheid. Volkskunst is ook ongelooflijk belangrijk. Kunst komt uit de volkskunst voort. Kunst dient om taboe's te doorbreken, maar ook de politiek dient daartoe.”

Voorlopig is de vraag of Hoet daadwerkelijk tot Europarlementariër wordt gekozen. Hij wil een keer publiek optreden, maar aan een verkiezingstoernee moet hij niet denken. Hij moet trouwens ook nog kennismaken met Tindemans, de christendemocratische fractievoorzitter in de Europese parlement. Die kent hij tot nu toe slechts als “een ongelooflijke streber van 72 jaar, met een indrukwekkend charisma”.

    • Ben van der Velden