'Alles doe ik samen met mijn dochter'

In de Surinaamse kinderjaren van Muriël Profijt werd Nederland verheerlijkt als een luilekkerland waar je van de vloer kon eten. Muriël: “Op school kon ik die verhalen al moeilijk geloven. Ik was eigenlijk anti-Nederland.” Maar op een dag, veertien jaar geleden, lag er thuis een vliegticket naar Nederland. Er was geen discussie over mogelijk. Ze had vaak ruzie met haar oudere zus en haar ouders hadden besloten dat ze naar haar oma in Holland ging.

Nederland viel tegen. “De wegen van Schiphol naar Rotterdam waren wel mooi, maar in de stad lag overal hondepoep. En het hele huis van mijn oma was even groot als mijn slaapkamer in Suriname.” De eerste jaren had ze vaak heimwee. Daar had ze een groep vriendinnen en hier was ze alleen. Bovendien was ze bij haar oma in Rotterdam haar vrijheid kwijt. Ze volgde een opleiding tot kinderverzorgster en moest de anti-autoritaire docenten bij hun voornaam noemen. “Het heeft drie jaar geduurd voor ik een beetje in mijn hum raakte.”

Muriël Profijt (32) woont samen met haar dochter Graciella (10) in Rotterdam-Noord. Graciella is een uitstekende hulp in de huishouding. Ze is goed in macaroni met gehaktballetjes koken en als moeder geen zin heeft om te koken, maakt Graciella aardappelpuree en witlof met ham en kaas. Een keer in de week eten ze Surinaams. Moeder Muriël werkt na een tweede opleiding tot verpleegkundige in een verzorgingstehuis voor ouderen met een lichamelijke handicap. Ze voedt haar dochter zo zelfstandig mogelijk op. Dochter Graciella redt zichzelf op de uren dat ze niet op school zit en moeder niet thuis is. Verder doen ze alles samen. “Zonder mijn dochter ga ik niet naar een feestje.”

Muriël Profijt vertrok uit Suriname “in de goeie ouwe tijd”, enkele maanden voor de coup in oktober 1980, toen het land nog redelijk welvarend was. Drie jaar geleden zijn moeder en dochter voor het laatst in Paramaribo geweest. Alles is peperduur. Een kilo suiker kost vijftig gulden, een baal rijst duizend gulden. De mensen staan er stil, vindt moeder Muriël. “Mijn ouders vinden dat ik door Nederland hoogmoedig ben geworden. Maar dat is geen hoogmoed, dat is gewoon een beetje doordenken.” Haar moeder staat gerust drie uur in de rij voor boodschappen om zich daarna door een verkoopster te laten afschepen en de volgende dag opnieuw drie uur in de rij te staan. “De mensen in Suriname zijn verschrikkelijk gelaten, ze komen nooit in opstand. Wat ik hier heb geleerd is van me af te bijten, niet over me heen te laten lopen.”

Sinds vier jaar is ze vaste klant van de Pinkstergemeente. De belangstelling voor elkaar is overweldigend. “Het leek wel of iedereen me kende toen ik er voor het eerst kwam”, zegt Muriël. “Ik sta niet de hele dag hallelujah te zingen maar ik heb wel steun aan het geloof. Want het gaat een alleenstaande moeder natuurlijk niet altijd voor de wind.”

Dochter Graciella is drie keer in Suriname geweest. Wat haar opviel is dat iedereen er verschrikkelijk vroeg opstaat. Ze heeft er tijdens een lange vakantie ook even op school gezeten. Te makkelijk voor mij, oordeelt Graciella. Ze waren in groep vier nog bezig met de uitkomsten van vijf, zes, zeven en acht. Graciella: “Dat had ik allang gehad.”

    • Arjen Schreuder