Wie leidt de politie?

Het politie-management staat ter discussie. Vorige week verscheen het rapport-Wierenga over fouten in de aanpak van zware criminaliteit. Ook komt er steeds meer kritiek op de verspillende acht-ploegendienst, het onwrikbare 'moederrooster' en de macht van de vakbonden. Politici en belastingbetalers krijgen het bange vermoeden dat de politie wel steeds meer geld kost - een miljard extra in zeven jaar - maar met al dat belastinggeld beter zou kunnen omgaan. Daarom kom ik terug op het recente kritische rapport van de Algemene Rekenkamer. Die vroeg zich af of iemand in Nederland met zekerheid weet hoeveel politiemensen wij in totaal met ons belastinggeld financieren. Televisie en kranten waren in één dag klaar met het Rekenkamer-rapport, maar aan de universiteit zijn wij niet zo snel van begrip. Geduld en ijver worden beloond, want in dit rapport van de Rekenkamer is niet alleen de samenvatting interessant. Wat er al niet is geprobeerd om erachter te komen hoeveel agenten Nederland precies telt! Is er een register van legitimatiebewijzen? Waar is de administratie van uitgereikte dienstpistolen? Wat weet de computer in Apeldoorn die het salaris van iedere politieman uitbetaalt? Kan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds opheldering verschaffen? Weten misschien de vakbonden van politiepersoneel hoeveel actieve leden contributie betalen? Helaas, de Rekenkamer moest rapporteren: “dit leverde niets op”. Er is domweg geen zekerheid over het precieze aantal politiemensen.

Niet uit gebrek aan interesse van de politiek. Burgers en bedrijven willen actie tegen criminaliteit en onveiligheid en daarom nam de Tweede Kamer in de periode 1986-93 maar liefst 29 verschillende maatregelen om het aantal politiemensen bij te stellen. Een komische tabel in het rapport van de Rekenkamer geeft de details. In 1991 kwamen er waarschijnlijk 34 agenten bij vanwege de 'pluk-ze-wetgeving' maar verdwenen weer 22 politiemensen vanwege de 'kleine efficiencykorting'. In 1992 voteerde het parlement 59 extra dienders vanwege 'Schengen' maar schrapte 54 petten vanwege de 'Tussenbalans'. Hierdoor nam het landelijk totaal toe met 0,017 procent. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de Rekenkamer kunnen helpen bij het reconstrueren van al deze minuscule mutaties maar het grote beeld blijft knap onduidelijk. De gemeenten verstrekten gegevens, maar die zijn in de prullenmand verdwenen en niemand kan de landelijke optellingen van Binnenlandse Zaken controleren.

Natuurlijk is niet alleen het totaal aantal politiemensen belangrijk voor het bestrijden van criminaliteit, maar ook hun verdeling over de regio's. Hierover schrijft de Rekenkamer: “met de politiebonden werd overeengekomen dat de herverdeling tussen de korpsen plaats zou vinden zonder gedwongen overplaatsingen.” Pas wanneer een boventallige agent in een regio zelf zin krijgt om te verhuizen komt het geld vrij om een extra politieplaats te betalen in een regio waar dringend behoefte is aan meer politiemensen. De vakbonden, die deze afspraak wisten af te dwingen van Binnenlandse Zaken, zijn dezelfde organisaties die tegenwoordig ieder jaar een miljoen gulden belastinggeld ontvangen om hun werk nog krachtiger te kunnen doen.

Volgens politiespecialist Bert Bommels werken in een gemiddelde nacht niet meer dan 1200 politiemensen in heel Nederland, dat is al minder dan het aantal particuliere beveiligingsfunctionarissen. CDA-senator Boorsma schrijft: “De sterke toename van het personeel in de particuliere beveiligingssector vormt een aanwijzing dat particulieren en bedrijven vragen om particuliere voorzieningen, omdat de publieke sector te weinig diensten aanbiedt.”

Negenentwintig besluiten van de Tweede Kamer in zeven jaar hielpen dus niet. Noodkreten van machteloze burgemeesters evenmin. En dan nog de machteloze burgers. Een winkelier ziet een vingervlugge jongere de zaak uitrennen na een greep in de kas. Hij belt de politie en na twintig minuten arriveert een agent. “Vervelend dat u bent beroofd, hebt u al aangifte gedaan?” “Waarom bent u anders hier?” antwoordt de beroofde middenstander gevat. “Dat is niet voldoende, u moet aangifte doen op het bureau.” Stel je voor dat de Wegenwacht zo zou optreden: pas wie de panne persoonlijk heeft gemeld op het wegenwachtstation krijgt recht op hulp.

Genoeg gemopperd, nu nagedacht over een betere toekomst voor de politie. Vorige week hield secretaris-generaal Van Aartsen van Binnenlandse Zaken een toespraak die een radicale breuk inhoudt met de Nederlandse traditie. Na een lang, vriendelijk citaat uit mijn column van 28 februari zei Van Aartsen: “verwijzend naar Nieuw-Zeeland ziet Bomhoff de directeur-generaal personeelsbeleid, Hans Pont, en mij een contract tekenen waarin wij ten behoeve van de politiek verantwoordelijke minister beschrijven wat wij de eerstvolgende twee jaar willen veranderen om de politie efficiënter te maken. Om het half jaar komen wij melden hoe het ermee staat en als de uitkomst tegenvalt, zo stelt de schrijver gniffelend vast, dan stijgt het aantal werklozen met twee: te weten de ambtenaren Pont en Van Aartsen. Zo'n perspectief spreekt mij aan en dan bedoel ik natuurlijk niet het perspectief van de werkloosheid. Want ik geloof dat het Nieuwzeelandse systeem kan werken, dat het helpt om een deel van de stagnatie en blokkades op te heffen.”

Daarom stelt secretaris-generaal Van Aartsen voor om na het sluiten van een nieuw regeerakkoord enige maanden uit te trekken waarin de ministerraad en het ambtelijk management gezamenlijk dat regeerakkoord uitwerken en vertalen naar concrete, meetbare doelstellingen. Hijzelf, Hans Pont en andere top-ambtenaren worden dan Chief executives, naar het Nieuwzeelandse model, met verantwoordelijkheid voor het budget en voor het bereiken van schriftelijk neergelegde doelen voor een hogere efficiency. Dat is de beste manier om het vacuüm aan de top van de politie te vullen. Immers, op 1 april gaat de nieuwe politiewet in, en wil dat geen wrange grap worden, dan is er een top-manager nodig die met ruime bevoegdheden staat boven de 26 nieuwe korpsen. Ook als de politiek besluit om zoveel mogelijk bevoegdheden over budget, dienstroosters, inzet van personeel, computers etcetera te delegeren naar de regio's moet er nog steeds iemand zijn die delegeert en controle uitoefent. Aan beiden heeft het tot nog toe schromelijk ontbroken. Binnenlandse Zaken voelde zich niet verantwoordelijk voor het management; korpsbeheerders in de regio's konden niets beginnen vanwege de machtige vakbonden. Daarom moet een top-manager mandaat krijgen van de politiek om te onderhandelen met de bonden en zonodig een stakingsactie te riskeren wanneer het nationaal belang eist dat er een einde komt aan het verkwistende acht-ploegensysteem en aan andere bureaucratische beletsels die nu honderden miljoenen per jaar kosten.

De complete toespraak van Van Aartsen zou verplichte lectuur moeten zijn voor alle nieuwe Kamerleden. Hij legt ook nog uit dat management op contractbasis door top-ambtenaren het einde betekent van vierjaarsafspraken over de loonstijging voor de ambtenaren. Het kabinet moet budgetten goedkeuren en het daarna aan de chief-executives overlaten om die te verdelen over de regio's en diensten. Radicale ideeën, met kracht verdedigd door de hoogste ambtenaar van het ministerie dat op dit moment het meest kan bijdragen aan een efficiënter en veiliger Nederland. Komt er dan toch een Haagse lente?

    • E.J. Bomhoff