VVD: fouten bij IRT-zaak moeten leiden tot aftreden

DEN HAAG, 28 MAART. VVD-leider F. Bolkestein vindt dat minister Hirsch Ballin (justitie) moet aftreden als donderdag in het Kamerdebat over de IRT-affaire blijkt dat het openbaar ministerie fouten heeft gemaakt.

Bolkestein zei gisteren in het NOS-programma Het Capitool dat het voor de positie van de minister niet uitmaakt of hij schuldig is of niet. “Hij zal moeten opdraaien voor de fouten die onder zijn verantwoordelijkheid zijn gemaakt.” De VVD-leider zei eerst het debat te willen afwachten.

CDA-fractievoorzitter Brinkman zei in hetzelfde programma dat het rapport van de commissie-Wierenga geen consequenties hoeft te hebben voor de ministers van justitie en van binnenlandse zaken “als zij kunnen aantonen dat ze maatregelen hebben getroffen” om de problemen rondom het rechercheteam op te lossen. Dan zijn de bewindslieden volgens Brinkman weliswaar verantwoordelijk, maar hebben ze hun verantwoordelijkheid ook juist vervuld.

Vorige week werd in het rapport van de commissie-Wierenga uit de doeken gedaan hoe het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/ Utrecht (IRT) eind vorig jaar plotseling werd opgeheven. Er werd steeds vanuitgegaan dat de politie de controle was kwijtgeraakt over een eigen infiltrant. Volgens de commissie-Wierenga waren echter “spanningen” binnen het openbaar ministerie in het ressort Amsterdam en tussen de politiekorpsen de werkelijke oorzaken van de opheffing van het speciale rechercheteam.

Overigens is nog steeds onduidelijk of het Kamerdebat donderdag doorgaat. Minister Hirsch Ballin, al enige tijd uitgeschakeld wegens ernstige rugklachten, krijgt morgen een nieuw doktersadvies. Volgens een woordvoerder van de minister is de pijn op dit moment zodanig dat “zelfs het telefoneren hem moeilijk afgaat”. De aanwezigheid van de minister is door de Kamer als voorwaarde gesteld voor het doorgaan van het IRT-debat.

De Amsterdamse politiecommissaris J.C. van Riessen heeft uitstel gevraagd van zijn promotie. De commissaris, een van de hoofdrolspelers in de affaire, zou per 1 april automatisch in een hogere salarisschaal terechtkomen. De Nederlandse Politiebond was daarover verbijsterd. Van Riessen heeft nu zelf om uitstel gevraagd totdat de Tweede Kamer zich over zijn rol in de affaire heeft uitgesproken.

De Amsterdamse korpsleiding heeft respect voor het besluit van Van Riessen, aldus een woordvoerder, die onderstreept dat de promotie al langere tijd in voorbereiding was. Ook hoofdinspecteur J. van Kastel, die de directe leiding had over het IRT-team, maakt op 1 april promotie. “Van Kastel heeft volkomen terecht en op juiste wijze de korpsleiding geïnformeerd op basis van wat hem toen bekend was”, aldus de woordvoerder.

Volgens een dit weekeinde gehouden enquête zou ruim veertig procent van de Nederlanders vinden dat de ministers Hirsch Ballin en Van Thijn (binnenlandse zaken) niet hoeven op te stappen om hun rol in de affaire. De steekproef werd gehouden door het NIPO in opdracht van AVRO-Radio. Van de ondervraagden die van zaak op de hoogte waren, vindt twaalf procent dat Hirsch Ballin en Van Thijn moeten aftreden. Elf procent vindt dat alleen Hirsch Ballin moet opstappen; drie procent vindt dat alleen Van Thijn weg moet. Van de ondervraagden vindt verder 17 procent dat hoofdofficier van justitie Vrakking, procureur-generaal Van Randwijck, hoofdcommissaris Nordholt en Van Riessen moeten aftreden.