Voetbalklassieker legt zwakte eredivisie bloot

ROTTERDAM, 28 MAART. Zo massaal als het legioen van Feyenoord-supporters weer was opgekomen om zijn favorieten vocaal te ondersteunen, zo zwijgzaam onderging het in de eerste helft de ontwikkelingen op het veld. Er was dan ook geen enkele reden geweest voor opwinding. Zo mat als de vertoning was geweest, zo mat was het publiek.

Ajax en zijn aanhang koesterden een 1-0 voorsprong, dankzij een doelpunt van de smaakmaker in de Kuip, Christian Nwanko, Kanu genoemd. En daarmee was eigenlijk al het positieve gezegd. En wie een omwenteling verwachtte in het Feyenoord-kamp, moet voor gek zijn verklaard. Zo slecht voetballen, met zo weinig overtuiging Ajax tegemoet treden, dat kon niet anders dan weer slecht aflopen voor de Feyenoorders.

Dit waren de topelftallen van Nederland - hoewel beide door invallers verzwakt. Dit was het kwaliteitsniveau waarover zo hoog wordt opgegeven, wanneer de vergelijking met buitenlandse competities ter sprake komt. Dit was bedroevend. Nu was de tijd gekomen om het voetbal in Nederland de rug toe te keren. Gewoon het stadion verlaten en even niet meer terugkeren.

Maar iedereen bleef zitten of staan. Allemaal, omdat je niet uit een kudde wegloopt. In apathie of in de stille hoop dat het tij zou keren. Dat Feyenoord in wanhoop alsnog zijn bekende wapens in de strijd zou gooien. Dat Feyenoord zich niet weer liet kleineren. Dat Feyenoord zijn laatste kans zou grijpen om Ajax van de titel af te houden. Dit Ajax moest na de vernederingen tegen Parma en NEC toch te verslaan zijn.

Maar ook in het begin van de tweede helft was geen sprake van een omwenteling. Overmars kreeg een fraaie kans, maar zag zijn schot door Feyenoord-doelman De Goey gekeerd. Er zouden ongetwijfeld nog meer Ajax-kansen, mogelijk doelpunten volgen. Zo was de algemene opvatting, zo stil was het op de tribunes.

Maar toen was daar John de Wolf, het boegbeeld van Feyenoord, in Rotterdam en omstreken aanbeden om zijn moed en zijn onoverwinnelijke uitstraling, daarbuiten verguisd om zijn wandaden en irritante gedrag. Wie Feyenoord wil verslaan, moet De Wolf onthoofden. Zo machtig als hij elke hoge voorzet van een Ajacied met zijn hoofd had weggeslagen, zo machtig sloeg hij na een hoekschop van Gunnlaugsson met zijn hoofd de bal langs Ajax-doelman Van der Sar. Dat getuigde van macht. Hij ging voorop in de strijd, zonder een teveel aan overtredingen. Hij was de beste speler van het veld.

Dat was 1-1, na 57 minuten. En alsof een wonder was geschied, alsof de hemel zich opende stond het legioen op om in gezang zijn liefde voor Feyenoord kenbaar te maken. Als de nederlaag is afgewend dan zijn ze pas kameraden, hand in hand. Drie minuten later liet doelman Van der Sar de doorgebroken Feyenoorder Taument in het strafschopgebied struikelen. Strafschop! Heus scoorde onberispelijk: 2-1. De Kuip tolde op de zee van aanhangerschap. Dat doen de supporters in Engeland en Italië beter. Die zingen ook in tijden van nood.

Niet het legioen, maar De Wolf verlamde Ajax. Zo kwetsbaar als de Amsterdammers na de voetballes in Parma zijn, over zo weinig veerkracht blijken ze te beschikken om de dreiging van een nederlaag af te wenden. De onverwachte omwenteling had gevolgen voor de amusementswaarde. Kwalitatief bleef het spel ver onder de maat die Ajax en Feyenoord in goeden doen aangeven. Maar de spanning en de verwachting dat Ajax zou proberen terug te slaan, vergoedden veel.

Twee topelftallen die in een vormcrisis verkeren, die leuke en bepalende voetballers als Blinker, Kiprich, Finidi, Rijkaard, Oulida en Litmanen missen. De competitie nadert haar einde, helden raken vermoeid, lichamen hebben geen reserves meer, rode en gele kaarten gaan hun tol eisen. Spelpatronen verliezen hun automatismen, dat is het gevaar dat trainers met hang naar systemen lopen.

Er is vraag naar individualisten, naar onwrikbare ego's die zich weigeren te onderwerpen aan het gezag. Provo's in witte spijkerpakken, met hersens die zich weigeren te laten conditioneren. Het wanhopige verlangen naar Romario, Savicevic, Zola, Asprilla, Stoitsjkov, Laudrup, Baggio, Brazilianen en Afrikanen. Ze hoeven niet fantastisch te zijn, als ze maar iets doen wat oorspronkelijk is, waaruit spreekt dat ze een eigen wil hebben. Dat ze niet tot een eenheidsworst behoren.

Wie heeft nu bijvoorbeeld bij Ajax de kwaliteiten om een wedstrijd in zijn eentje te beslissen? Misschien Litmanen in vorm, maar die is langdurig geblesseerd. Misschien Petersen, maar die is zowel fysiek als psychisch te kwetsbaar. Davids was gisteren de beste Ajacied en hij ontpopt zich als een international. Maar hij gaat zo ver in zijn krachten dat hij regelmatig geblesseerd raakt. Zoals gisteren, toen hij net voor de gelijkmaker van De Wolf gekwetst aan zijn lies uitviel.

Bij Feyenoord zijn spelers als Blinker en Taument in staat het spel kleur te geven. Taument is snel en wendbaar en maakte het als enige gisteren de Ajax-verdediging lastig. Maar hij is net als zijn concurrent Overmars voor het Nederlands elftal beperkt. Hij heeft geen goede voorzet.

De hoop is gevestigd op de buitenlanders in Nederlandse dienst. Zo goed gaat het met het Nederlandse voetbal. Zo positief er ook gereageerd wordt op de 1-0 overwinning van Oranje op de kwaliteitsarme Schotten, zonder Finidi, Litmanen, Babangida en Kanu, is voetbal hier zelden opwindend.

Zoals Kanu in de eerste helft speelde, dat schept verwachtingen. Zoals de lange, pas 17-jarige Nigeriaan de bal controleert met zijn grote rechtervoet en op zijn borst, dat verraadt klasse die nog niet is verziekt door het Europese systeemvoetbal. Hij is gekocht op basis van videobeelden. Op het wereldkampioenschap voor de jeugd was hij vorig jaar de beste. Even wekte Kanu de hoop na zijn openingstreffer (na een half uur) dat hij meer zou laten zien, dat hij matchwinner werd. Hij liet acties zien die het oog van de liefhebber strelen. Maar ook hij ging onder in de poel van voetbalellende.

Scheidsrechters verdienen enig krediet in de wereld van voetbalverderf. Blankenstein liep enigszins verdwaald rond. Door Van Vossen in de tweede minuut te belonen met een strafschop, toen deze door Van Gobbel in het strafschopgebied werd neergelegd, had hij zich onsterfelijk gemaakt. Blankenstein redde vervolgens wat er te redden viel, met gele kaarten voor de Ajacieden Blind en de Feyenoorders Bosz en Heus. Zo er wat te redden viel.

Ja, Feyenoord en de Nederlandse competitie. Want als Ajax zo van slag is en zoveel blessures telt, is de strijd om het kampioenschap nog niet beslist. Het Feyenoord-legioen heeft weer een reden om zich te laten gelden.

    • Guus van Holland