Theatraal en harmonieus vakmanschap van Introdans geschikt voor groot publiek

Dansgezelschap: Introdans. Nieuwe werken: Gilles, choreografie en costuums: Ton Wiggers, muziek: Jean Gilles. Blue Light, choreografie, decor en costuums: Heinz Spoerli, muziek: Arvo Pärt/J.S.Bach. Lichtontwerpen: Dominique Drillot. Gezien: 25 maart, Stadsschouwburg, Arnhem.Verder: 29/3 Nijmegen, 8/4 Tiel, 13/4 Roermond, 15/4 Den Haag, 21/4 Hengelo, 23/4 Groningen, 24/4 Amsterdam, 29/4 IJmuiden.

Twee, korte nieuwe werken vormen samen met het fraaie, toch wat te lange ballet Uber die Winterreise van Jean Christophe Maillot, het vierde programma waarmee Introdans dit seizoen door het land trekt. Artistiek leider Ton Wiggers is kennelijk teruggekomen op zijn besluit van een paar jaar geleden om geen choreografieën meer te maken, want na twee grote theatrale producties, creëerde hij voor de tweede maal dit seizoen een kort werk voor zijn vitale, technisch bekwame dansers.

Zijn Gilles (de titel verwijst naar de zeventiende-eeuwse componist Jean Gilles, waarvan hij een deel uit diens Requiem gebruikt), is een puur dans stuk voor vier vrouwen en vier mannen, dat goed in elkaar zit en een krachtig, dansant bewegingsmateriaal laat zien. Solo's, duetten, kwartetten en groepsfragmenten lopen harmonieus in elkaar over, zoals ook de lyrische en meer dramatisch getinte onderdelen dat doen.

In Gilles maakt Wiggers effectief gebruik van de lange, weelderige haardossen van de danseressen. Hun kantelende en draaiende hoofden doen de haren furieus door de ruimte zwaaien en zwieren. Dat gebeurt wel erg vaak en erg veel, waardoor de werking ervan eerder het totaal verzwakt dan versterkt. Een echte innovator is Wiggers niet, maar hij heeft een goed oog voor de persoonlijke kwaliteiten van zijn dansers en koppelt vakmanschap aan een sterk gevoel voor de theatraliteit van de dans. Dat maakt zijn werk zeer toegankelijk voor een breed publiek. Daar is helemaal niets op tegen en het behoort ook tot de doelstellingen van Introdans.

Voor het tweede nieuwe werk was Heinz Spoerli, artistiek leider van het Ballett der Deutschen Oper am Rhein in Düsseldorf aangetrokken. Hij studeerde bij het gezelschap zijn in 1987 gemaakte duet Blue Light in, gezet op de inmiddels overbekende Tabula Rasa-muziek van Arvo Pärt (Introdans heeft drie choreografieën met deze compositie op het repertoire!). Speciaal voor Introdans vulde Spoerli het duet aan met een nieuw deel voor drie begeleidende paren. Het duet heeft als thema de in het slop geraakte relatie tussen twee mensen, die elkaar toch weer vinden.

Spoerli heeft heel goed gekeken naar de werken van Hans van Manen en Nils Christe, want Blue Light zit vol citaten uit hun oeuvre. Dat levert uiteraard wel mooi danswerk op, dat echter geen eigen signatuur heeft en choreografisch van een heel wat mindere kwaliteit is. Het toegevoegde deel, op muziek van Bach, geeft het duet geen meerwaarde. Daarvoor is het te weinig inventief. Het is meer een decoratieve omlijsting zonder dramatische en artistieke noodzaak. Ook Spoerli's kostuum- en decorontwerpen (strakke, zwarte, doorzichtige bovenstukken voor de mannen, lange jurken voor de vrouwen en een schuin oplopende blauwe lichtbaan) dragen duidelijk de sporen van de 'Hollandse School', met name de invloed van Keso Dekker is evident aanwezig.

De dansers voerden beide nieuwe werken gedreven en goed uit, met als uitblinkers Elisabeth van Veenendaal, Frank Holstein en Yuri Huyg.