Stadse bluf volstaat in magische korfbalfinale

ROTTERDAM, 28 MAART. Gekleed in de oranje kleuren van zijn kluppie brengt Johan de Jong (71) afwisselend zijn rechter- en linkerhand naar de lippen. In de ene heeft hij, als lid van muziekkapel De Dorstvlegels een trompet. In de andere - hoe kan het anders met zo'n naam - een biertje. Dat DKOD op het punt staat de zaalkorfbalfinale om het Nederlands kampioenschap tegen Rohda te verliezen (14-10), deert hem nauwelijks. Zijn club staat in Ahoy'. En hij is er bij. “Dat is toch al mooi genoeg?”

Ahoy'. Het is een magisch woord in het Nederlandse korfbalwereldje. Iedere korfballer droomt ervan om de jaarlijkse zaalfinale in het Rotterdamse Sportpaleis te mogen spelen. Zoals iedere korfbalfan ervan droomt om in het 'Wembley van het korfbal' aanwezig te kunnen zijn. Eenvoudig is dat niet: de kaartverkoop voor de eindstrijd van dit seizoen startte in oktober en was binnen twee weken uitverkocht. Zoals ieder jaar.

Dit jaar was het voorrecht van een optreden in Ahoy' weggelegd voor de spelers van DKOD (De Korf Ons doel) uit Heelsum en Rohda (Recht Op Het Doel Af) uit Amsterdam. Dorpse gemoedelijkheid tegen stadse bluf. Waar de fans uit Heelsum trots waren dat hun plaats “landelijk in de picture” stond, voorspelde de tekst op menig T-shirt van Rohda-supporters het kampioenschap al. “Want denk maar niet dat we met minder genoegen nemen.” Meteen na afloop van het duel waren de Rohda-spelers ook gehuld in dergelijke shirts.

Met beide clubs waren circa 600 supporters meegereisd naar Rotterdam. De rest van de 8.000 toeschouwers kwam uit het hele land. Welke korfbalfan wil er tenslotte niet bij zijn als zijn sport voor één keer alle nietigeid van zich afschudt?

Wie er wint wordt dan al gauw van ondergeschikt belang. Zoals ook het matige spelpeil het gros van het publiek nauwelijks leek te deren. Carnavalesque uitgedost en begeleid door verschillende hoempa-pa-orkesten waren de constante polonaises op een van de terrassen van Ahoy' voor velen zelfs belangrijker dan de wedstrijd zelf. Met name tijdens het tweede speldeel, toen de wedstrijd nauwelijks het aanzien waard was.

In de eerste helft viel het met het niveau nog wel mee. Er was in ieder geval sprake van spanning. DKOD, dat door een inzinking van Deetos in het slot van de reguliere competitie de finale had bereikt, had het beste van he spel. De spelers vonden elkaar met sterk positiespel blindelings, maar de afwerking liet te wensen over. Rohda, dat minder verzorgd veldspel liet zien, maar wel trefzeker was, profiteerde dankbaar. Tegen de verhouding in gingen de Amsterdammers zelfs met een kleine voorsprong (8-7) rusten.

In de tweede helft was van een wedstrijd nauwelijks sprake. Beide ploegen leden veelvuldig balverlies. Gedurende een klein kwartier werd zelfs niet een keer gescoord. Pas tegen het eind van de zwakke vertoning kwam daar weer verandering in, toen Rohda, dat in de afscheid nemende René Kruse zijn uitblinker had, verschillende keren doel trof en de overwinning veiligstelde. Tot groot enthousiasme uiteraard van de Amsterdamse aanhang, die al een minuut voor tijd met honderden tegelijk de speelvloer in beslag nam.

Vanaf de tribunes in Ahoy' slaat Johan de Jong het Rohda-feestje gade. Nog steeds een pilsje in de hand, maar de trompet heeft hij toch maar even terzijde gelegd. Hij zal straks, terug in Heelsum, beslist niet minder slapen. Hij heeft een mooie avond gehad met zijn kluppie, waarvan zijn zoon voorzitter is en zijn neef secretaris. Zijn vier zussen, vertelt hij niet zonder trots, waren in 1932 verantwoordelijk voor de oprichting van de club. “Samen met die vier leuke zonen uit het gezin Roozemboom, waar ze altijd zo goed mee overweg konden. Ze wilden gezamenlijk iets doen. En tsja, wat voor mogelijkheden zijn er dan in een dorp als Heelsum? Niet veel natuurlijk, en dus ga je korfballen. En dan dit. Prachtig toch?”

    • Paul de Lange