SEMIPROF: Kanoster Marion Lagrand

Ik werkte eerst in de catering maar ik kreeg te veel last van mijn allergie voor roestvrijstaal. Toen zag ik een advertentie voor een buschauffeur. Daar had ik nooit eerder aan gedacht. Ik had wel een autootje, maar niet eens een groot rijbewijs. Een vriendin van me zei: dat is wel iets voor jou. Ik werk hier nu al weer drie jaar en het bevalt me prima.

“Natuurlijk was het op begin wel even wennen, maar dat heb je toch altijd bij een nieuwe baan. Het zijn bijna allemaal mannen in Zaandam. In Purmerend is dat heel anders. Daar werken ook veel vrouwen, part time. Het is niet dat je zegt dat je niet geaccepteerd wordt. Ik denk dat je als vrouw gewoon jezelf moet blijven. Ik heb eigenlijk nooit problemen gehad.

“In de bus ook niet, als je maar normaal blijft doen. Ik denk wel dat die jongens minder agressief zijn, omdat ze voor ons meer respect hebben. Ik houd oudere mensen bewust een beetje op een afstand. Sommigen hebben zin in een praatje, maar voor je het weet krijg je de hele sores van thuis over je heen.

“Zo, even een slok koffie nemen. Het mag wel niet maar ik doe het toch. Dit is een vrij nieuwe bus, die rijdt prima. We hebben ook nog van die heel ouwe, die sturen zo gigantisch zwaar. Ik rijd meestal in de buurt. Naar 't Kalf of naar Amsterdam. Muiden zit er ook bij. De contoleurs moeten maar in de gaten wanneer iemand de zonegrens passeert. Er zal er altijd wel eentje doorglippen.

Ik werk sinds een maand vier dagen in de week. Ik redde 't gewoon niet meer. Thuis niet, en met sporten. Met kanoën train je ook al gauw vier keer in de week. Zo'n tweeëneenhalf uur per dag. Lopen, haltertraining en 's zomers ook nog varen. Maar ik doe het voor m'n lol. Tot m'n grote verbazing werd ik vorig jaar vierde op de 1000 meter bij het Nederlands kampioenschap. We wonnen met ons clubteam, de KV De Geuze, in de K4.

Mijn collega's weten dat niet, nee. Wel van die zwaan die we vorige week met trainen achter ons aan hadden. Het is voorjaar, nesteltijd, dat beest was hartstikke agressief. En het water is nog koud, je bent best wel bang om om te slaan. Toen zijn we maar snel gekeerd. Het laatste stuk hebben we gelopen.

    • Jaap Bloembergen