Prijs van Brent daalt verder naar 13,30 dollar per vat; Opec verlaagt olieproduktie niet

GENÈVE, 28 MAART. OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, neemt geen maatregelen om de overvloed aan olie op de wereldmarkt te verminderen. Zaterdag besloten de ministers van de twaalf lidstaten in Genève hun gemeenschappelijk produktieplafond van 24,52 miljoen vaten per dag te verlengen tot het einde van dit jaar.

In feite is het plafond echter 320.000 vaten per dag hoger, omdat Irak de overeenkomst niet erkent en veel meer olie produceert dan OPEC had voorzien. Voorstellen van Indonesië en Nigeria om de gezamenlijke produktie te verlagen en in overeenstemming met de vraag te brengen, werden zaterdag verworpen. Vooral de grootste producent, Saoedi-Arabië, en Koeweit verzetten zich daartegen omdat ze niets van hun marktaandeel willen prijsgeven.

Secretaris-generaal dr. A. Subroto van de OPEC zei zaterdagavond dat het besluit “zeker niet de beste oplossing is, maar onder de gegeven omstandigheden is het beter dan geen enkele overeenkomst. Want dat zou betekenen dat elke lidstaat net zoveel olie op de markt brengt als hem schikt”.

Subroto verwacht dat de olieprijs, die vrijdag al fors was gedaald door de onenigheid binnen OPEC, de komende drie maanden verder omlaag zal gaan. Vanochtend opende de notering voor de Noordzee-olie ('Brent') op de termijnmarkt in Londen 81 dollarcent lager dan het slot van vrijdag, op 13,30 dollar per vat van 159 liter.

Pas in het derde en het vierde kwartaal, wanneer de vraag door seizoensinvloeden aantrekt, kan volgens dr. Subroto een prijsverhoging optreden. Marktanalisten zijn het met hem eens. Ze verwachten geen ineenstorting van de prijs, maar een verlaging met enkele dollars tot een niveau van ongeveer 11 dollar per vat voor de korte termijn. Dat komt volgens de analisten vooral omdat oliemaatschappijen in het tweede kwartaal het grootste deel van het overschot op de markt zullen gebruiken voor aanvulling van de voorraden in Noord-Amerika. In Europa zijn de voorraden nog ruim, maar in de Verenigde Staten waren ze door de strenge winter sterk geslonken.

In zijn rapport aan de twaalf olieministers, voorafgaande aan de vergadering van eind vorige week, was secretaris-generaal Subroto somberder over de olieprijs op korte termijn. Hij waarschuwde dat de prijs zonder enige beperking van de produktie beneden de 10 dollar per vat zal dalen. “Maar het secretariaat heeft niet de wijsheid in pacht, de ministers hebben anders beslist”, zei Subroto zaterdagavond. De OPEC-landen zullen door het besluit voorlopig per dag meer dan 100 miljoen dollar aan inkomsten blijven verliezen, vergeleken met het prijsniveau van een jaar geleden, zei Subroto tegenover deze krant. Dat is bijna een kwart van hun totale inkomsten. Hij voorspelde ook dat daardoor de noodzakelijke investeringen om de olieproduktie op peil te houden, in gevaar komen.