Positie Çiller versterkt bij verkiezingen

ANKARA, 28 MAART. De gemeenteraadsverkiezingen in Turkije hebben gisteren een verrassende overwinning opgeleverd voor premier Tansu Çiller. Haar conservatieve Partij van het Juiste Pad (DJP) blijft volgens voorlopige tellingen met ruim 26 procent van de stemmen de grootste partij in Turkije.

Turkse kranten omschrijven de uitkomst, gezien de economische en politieke problemen waarmee Turkije worstelt, als een vertrouwensvotum voor Çiller. De indruk is dat de ruim 32 miljoen kiezers haar vooral steunen in de strijd tegen de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) in Zuidoost-Turkije en dat de oppositionele Moederlandpartij van Mesut Yilmaz niet als een alternatief wordt gezien. Bovendien is Çiller bijzonder populair onder het vrouwelijke electoraat.

De Moederlandpartij staat landelijk op de tweede plaats met ruim 21 procent van de stemmen. Ze loopt een nek-aan-nek-race met de pro-islamitische Welvaartspartij in de strijd om de burgemeesterspost in Istanbul.

Pag.4: Opkomst in zuidoosten groot

In de hoofdstad Ankara zijn de Welvaartspartij en de Sociaal-Democratische Volkspartij (SHP) in een spannend gevecht gewikkeld om de burgemeesterspost. In de derde grootste stad van Turkije, Izmir, tekent zich hetzelfde beeld af tussen de SHP en de DJP. De verwachting is dat pas vanavond duidelijk is hoe de stemmenverhoudingen precies liggen in de metropolen.

De pro-islamitische Welvaartspartij scoort landelijk ongeveer 17 procent. Naast Istanbul en Ankara werd de winst vooral behaald in het Koerdische Zuidoosten. In Diyarbakir, de grootste stad in deze regio, won de Welvaartspartij met een kleine 40 procent van de stemmen. Politieke waarnemers menen dat de populariteit van de pro-islamitische partij in dit deel van Turkije het gevolg is van het feit ze een niet-raciale politiek voorstaat waarin de moslimbroeders, de Turken en de Koerden gelijk zijn. Bovendien wordt de Welvaartspartij niet beschouwd als een verlengstuk van de gevestigde orde in Turkije.

Ondanks de oproep tot een boycot van de verkiezingen door de PKK en het feit dat de pro-Koerdische Democratische Partij niet aan de stembusslag deelnam, was de opkomst ook in Zuidoost-Turkije hoog. Dit wordt voornamelijk geweten aan de 250 militairen en politiemensen die in de regio zijn gestationeerd en onder wier 'begeleiding' de Koerdische bevolking gisteren naar de stembus ging. Aangenomen wordt dat het aantal ongeldige en blanco stemmen in deze regio twee keer zo hoog zal zijn als het landelijk gemiddelde.

De grote verliezer in deze gemeenteraadsverkiezingen zijn de sociaaldemocraten, die nationaal op een kleine 12 procent van de stemmen uitkomen, tegen ruim 20 procent bij de parlementsverkiezingen in 1991. Ook de andere sociaal-democratisch georiënteerde partijen scoorden niet bijster hoog. De indruk is dat de proteststemmen in deze verkiezingen niet naar linkse maar naar rechtse partijen als de Partij van Nationale Actie (MHP) en de islamitische Welvaartspartij zijn gegaan. De ultra-nationalistische MHP staat landelijk op bijna acht procent van de stemmen.

De SHP en de DJP vormen samen een moeizame coalitieregering. De massale steun voor de DJP versterkt de positie van premier Çiller, zowel binnen haar eigen partij als binnen de coalitie. De verwachting is dat ze de militairen in het zuidoosten nog meer de vrije hand zal geven om met het Koerdische separatisme af te rekenen, waardoor de aandacht voor het naleven van de mensenrechten en de democratie in Turkije nog sterker op de achtergrond raakt dan in de afgelopen acht maanden dat Çiller nu de dienst uitmaakt al het geval is. En de SHP is te verzwakt - en intern te verdeeld - om daar krachtig tegen op te treden. Bovendien zal Çiller zich nu gesterkt voelen om drastische economische maatregelen door te voeren met de in sociaal-democratische kringen omstreden privatisering van de noodlijdende staatsbedrijven als belangrijkste onderdeel.

    • Froukje Santing