Polderdrama met randstedelingen als barse boeren

Pompen of verzuipen, Ned.3, 19.54-20.22u.

Bij de VPRO begint zich een wisseling van de wacht te vertonen. Nadat er, op humoristisch gebied, jarenlang de toon werd aangegeven door Kees van Kooten, Wim de Bie en Wim T. Schippers, vond het afgelopen jaar met Jiskefet en Kreatief met Kurk eindelijk de doorbraak plaats van de dertigers-generatie. Er is de laatste jaren heel wat afgeprobeerd voordat het zo ver was, er zijn heel wat pogingen in de kiem gesmoord, maar de vruchten waren tenslotte toch zoet. En nu verder.

Maar hoe? Het mag significant heten dat het nieuwste probeersel vanavond uitgerekend wordt uitgezonden in de vroege vooravondzendtijd die tot dusver bestemd was voor Schippers' geesteskind We zijn weer thuis. Het wordt, in de VPRO-advertenties van vandaag, geannonceerd als “een nieuw bizar polderdrama” onder de titel Pompen of verzuipen. En er heeft zich voor deze gelegenheid een groep van vier theatermakers gevormd die het scenario schreven en de voornaamste rollen spelen: Don Duyns, Titus Tiel Groenestege, Karen van Holst Pellekaan en Ko van den Bosch. Voorlopig zijn er zes afleveringen gemaakt, maar het zou me niet verbazen als de vier scheppers in hun achterhoofd de gedachte aan verlenging met zich meedroegen: de situatie lijkt geschapen te zijn voor een in beginsel eindeloze reeks.

Pompen of verzuipen speelt zich af op en om het stoomgemaal Hertog Reijnhout te Nijkerk, een hyperrealistische omgeving waar een surrealistisch gezin is gehuisvest: een zorgelijke moeder, twee kinderen die al hoog en breed in de dertig zijn maar zich nog alles laten zeggen, een vader, twee door poppen verbeelde grootouders en een vooralsnog niet geduide medebewoner die zich “de intellectueel van deze serie” noemt. Hun gezamenlijke vijand is de dijkgraaf die er streng op toeziet dat het gemaal blijft malen. En hun groteske optreden is door regisseur Jop Pannekoek in beeld gebracht als ware hij Willy van Hemert. Overigens blijkt de vader, door Porgy Franssen gespeeld als een majestueuze bullebak met een kale kop en een schokkend lijf, alleen in de eerste aflevering op te treden.

Ze zijn primair reagerende types uit de koude klei, met lange onderbroeken en boerse barsheid, zoals ze de afgelopen jaren al talloze keren in tragikomische theaterprodukties te zien waren. Soms spreken ze een bijzonder zinnetje (“als je niks doet, kan je ook niks gedaan hebben”) of een merkwaardig scheldwoord (“jij wandelend stuk biggereet!”). Ook doet zich af en toe vermoeden dat er iets wordt geparodieerd, maar dat gebeurt alleen in het voorbijgaan en is dus niet vergelijkbaar met Jiskefet of Kreatief met kurk. Of het zou allemaal één grote parodie op het drassige drama van groepen als Hollandia of De Trust moeten zijn.

Tot dusver heb ik twee afleveringen gezien en de aap moet nu maar uit de mouw: ik heb zitten kijken als een kip naar het onweer. Het kwam me voor als de al vaak vertoonde grap van een groepje randstedelingen die plattelandskarikaturen spelen. Niet één keer heb ik gelachen, terwijl dat toch de bedoeling lijkt te zijn.

    • Henk van Gelder