Opera Être Dieu van Salvador Dali staat na twintig jaar eindelijk op drie gouden cd's; De Goddelijke Dali bezingt zichzelf als een God

Être Dieu: Sine Qua Non 39820062. Prijs ± 200 DM (Eurostar, Bad Homburg, BRD.)

De doos is van donkerblauw fluweel en oogt als een juwelenkistje: chique, zelfs koninklijk vanwege de gouden kroon die erop is gedrukt. Onder de kroon staat in gouden krullerige letters Être Dieu - God zijn. De achterkant van de doos vermeldt dat Être Dieu een opera-gedicht is van Salvador Dali, met als mysterieuze ondertitel 'Audiovisual en Catarrah in zes delen'.

In de doos is een kleinere doos verpakt, ook al prachtig donkerblauw, met drie cd's, alle goudkleurig. Ook het tekstboek is van goud en met 326 pagina's lijkt het wel een gouden bijbeltje. Veel meer dan de tekst in vier talen en biografieën van de medewerkers staat er niet in. Niets wordt vermeld over de ontstaansgeschiedenis van het werk of de bedoelingen ervan.

Vrijwel het enige dat duidelijk wordt is dat het libretto is geschreven door Manuel Vazquez Montalban en de muziek is gecomponeerd door Igor Wakhevitch. De rol van The Divine Dali wordt vervuld door Salvador Dali, de excentrieke surrealistische Spaanse schilder, tekenaar, etser, illustrator, filmer, ontwerper, scenarist, essayist en romancier.

De door Eurostar uitgebrachte doos heeft uiterlijk nauwelijks iets van doen met de exuberante beeldende stijl waarin Dali werkte. Alleen de krullerig getekende kroon, die naar beneden overloopt in zijn handtekening, is van Dali zelf: hij kroont daarmee zichzelf tot een God: de Goddelijke Dali.

De promotie tot het hoogst denkbare niveau is niet verrassend: Dali schreef in 1942 in de openingszin van zijn autobiografie Het geheime leven van Salvador Dali dat hij op zijn zesde keukenmeid wilde worden, op zijn zevende Napoleon en dat zijn ambities, evenals zijn grootheidswaanzin, sindsdien steeds grotere vormen hebben aangenomen. André Maurois schreef al op de eerste bladzijde van Vie secrète: “Dit boek van Dali drááit om de religie.”

Vlak na het begin van de opera, als Dali eerst met zeer expressieve stem in het Spaans heeft verklaard De dood en de oorlog - het zout van de aarde legt Dali uit dat Être Dieu niet godlasterlijk is bedoeld. “Integendeel, het gaat om de mogelijkheid dat God werkelijk deel uitmaakt van onze materiële wereld, niet alleen van de geest maar ook van de substantie.” Daarna zingt een koor in het Latijn voor de allerhoogste in zijn heiligheid en roept de hele wereld op hem te loven door het zingen van een nieuw lied tot de Heer. Être Dieu is daarna op te vatten als Dali's nieuwe lied voor God, maar net zo goed als Dali's loflied op zichzelf. Het deemoedige slot is uiterst dubbelzinnig.

Eurostar is er trots op Être Dieu eindelijk te hebben uitgebracht, 67 jaar na het eerste idee, twintig jaar na de opnamen in Parijs en vijf jaar na Dali's dood. Directeur Wolf Urban noemt de opera “een uniek werk, het volledige zelfportret van de wellicht belangrijkste kunstenaar van onze eeuw.” Urban relativeert ook: “Of men het nu als superieur kunstwerk of als decadente uitwas ervaart, er bestaat slechts één opera van Dali.” De cd-box is de eerste neerslag daarvan, er zijn vage plannen om het werk scènisch uit te voeren in de Hermitage in St. Petersburg. In Être Dieu doet tsarina Catharina de Grote, die in de Hermitage een operatheater bouwde, een striptease samen met Mona Lisa. Ook Alexander de Grote gaat uit de kleren. Brigitte Bardot verschijnt als artisjok.

Wie de drie gouden cd's afdraait ontmoet Dali in drie verschijningsvormen: de goddelijke Dali - vertolkt door Salvador Dali, de vrouwelijk androgyne Dali - vertolkt door filmactrice Delphine Seyrig, en de mannelijk androgyne Dali - vertolkt door de acteur Raymond Gerôme. Verder is er een spreekster - Catherine Allegret, bekend van Last Tango in Paris - en 'het lyrische personage Anne de Bretagne', vertolkt door Eve Brenner. Zij is de enige zangeres in de cast, de andere rollen worden door Dali en de acteurs in het Frans gesproken, gereciteerd, gezing-zegd of toch gezongen: Dali kan óók een liedje zingen. Boris de Vinogradov leidt het symfonie orkest van Parijs.

Het idee voor de opera van Dali ontstond in het café Regina in Madrid op een zonnige lentedag in 1927. De 23-jarige Dali ontmoette zijn vriend de dichter Federico Garcia Lorca, die in 1936 tijdens de Spaanse burgeroorlog op last van de militairen zou worden geëxecuteerd. “We ontwikkelden samen een plan voor een hoogst originele opera. Die opera werd onze gezamenlijke passie omdat opera de enige kunstvorm is waarin de lyrische kunsten kunnen wworden verbonden tot een perfecte en triomfantelijke eenheid. Deze opera zou ons in staat stellen een artistieke vorm te geven aan de verwarring, de kolossale chaos, die ideologie van onze tijd. Op de dag dat ik het bericht ontving van de dood van Lorca, een slachtoffer van de blindheid van de geschiedenis - besloot ik de opera in mijn eentje af te maken. Sindsdien heb ik nooit het idee opgegeven om dat idee te realiseren als ik de rijpere jaren van mijn leven zou hebben bereikt.”

Uiteindelijk vond Dali in Montalban een nieuwe tekstdichter en de opera werd pas opgenomen in 1974, toen Dali 70 was. Daarna werd de schilder ziek en raakte de opera in vergetelheid. Met de geluidsbanden gebeurde nooit iets, tot de rechten terechtkwamen bij Eurostar.

Het beluisteren van de zesdelige opera doet aan als het met de oren bezien van een absurdistisch schilderij van Dali. De cd's zijn een surrealistische geluidscollage, een tocht door de doolhof van het onderbewuste, een verwarde nachtmerrie over obsessies.

De muziek is maximaal gevarieerd: we horen eenvoudige, soms bijna stilstaande strijkersklanken, slagwerk, orgel, een piano (met ragtime-muziek), een rockgroep in ongeveer de stijl van Iron Butterfly, een draaiorgel, kippengekakel, plechtige koorzang, kleppende klokjes en tal van effecten. De sfeer is vaak mysterieus en ritueel, met glissandi en lang uitklinkende gongs.

Het verhaal voert als een psychedelische reis langs tal van omstreden beroemdheden: Marilyn Monroe, Mao Tse Toeng, The Marx Brothers, Jean-Jacques Rousseau, de lustmoordenaar Gilles de Rais, Charles Manson, Jeanne d'Arc, Anne de Bretagne, Marcel Duchamp, Strawinsky, Walt Disney en Frankenstein.

Dali zal in elk van deze mythische personages iets hebben herkend van zijn eigen hang naar eeuwige roem. In een speciaal voor zijn operaproject geschilderd 'zelfportret' - gereproduceerd in het gouden bijbeltje - schilderde hij de gelaatstrekken van Marilyn Monroe binnen de gezichtsvorm van Mao Tse Toeng. In de eerste scène roept Dali de secretaris-generaal van de VN op Auguste Comte en Marilyn Monroe te benoemen tot 'Universele Koning en Koningin in ballingschap'. Dan vertelt Dali dat de Franse architect Ledoux ten tijde van Lodewijk XIV een lustpaleis ontwierp in de vorm van een fallus. constateert Dali dat dankzij Marilyn Monroe en Mao er nieuwe monarchieën kunnen ontstaan met een anarchistische werking.

De rest van het libretto is al even verwarrend. Het enige zekere is dat er geen normaal verhaal is. De opera eindigt met 'lang leve Delibes', 'weg met Wagner', een 'bravo' voor Dali en een 'bravo' voor zijn aanbeden vrouw Gala. Dan zegt de engel tot slot dat het een treurig risico is meer dan anderen te zijn, God te zijn.

Is het zinvol twee andere uitspraken van Dali te citeren, die hem bijna op één lijn stellen met de allerhoogste? “Ik ben een buitengewone persoon die men onmogelijk in een hokje kan plaatsen. Dat bevordert en versterkt de totale gruyèrekaas van mijn persoonlijkheid.” En: “De mystiek, dat is kaas; Christus, dat is kaas, of liever: bergen van kaas.

    • Kasper Jansen